“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1542  Naar de Hemel? …Nee, dank u wel!

 Hatuey
 Hatuey



Hatuey
 Cubaanse propaganda poster Hatuey
 


Hatuey brandstapel

 

Hatuey Bayamo
 Yara bij Bayamo


Bartolomé de Casas
Bartolomé de Casas



Brevísima destrucción
 Brevísima Relación de la
 Destrucción de las Indias


Fidel en Che
Che Guevara en
 Fidel Castro

 

Hatuey, het Taíno-stamhoofd van de streek Guahaba (nu Haïti), had schoon genoeg van de Spaanse bezetter. 
Hij had met lede ogen gezien hoe de belastingen - goud en voedsel- jaarlijks hoger werden. Met de aangekondigde verhoging van de belastingen in 1511 was voor hem de maat vol. Hij nam het besluit met zijn familie en met zijn stam te emigreren naar de streek van zijn vriend Guam op Cuba; een eiland waarvoor de Spanjaarden wegens gebrek 
aan goud nog niet veel belangstelling hadden getoond. Als ervaren kanoër kende hij de kusten van Hispañola 
en van Cuba als geen ander. Begin 1511 vertrok hij in snelle Taínokano’s met ongeveer vierhonderd onderdanen.
 

Guam ontving Hatuey en zijn volk gastvrij op zijn land in het oosten van Cuba. Met verbazing luisterde Guam en  zijn stamleden naar de verhalen van Hatuey over de slechtheid van de Spanjaarden. Hatuey merkte dat veel 
van de Taíno’s op Cuba nauwelijks konden geloven wat hij zei. Daarom liet hij een mand vol goud en juwelen 
zien waarbij hij zei:

Hier zien jullie de god van de christenen. Laten wij -als jullie het goed vinden- eromheen dansen. 
Misschien zal dit in goede aarde bij de god van de christenen vallen waardoor hij ze
(de Spanjaarden) 
opdraagt ons niet lastig te vallen”.

Hierop antwoordden Guam en zijn stamleden enthousiast: “Prima, prima!” Zij dansten om de mand tot zij er 
bijna bij neervielen. Hatuey voerde de show naar een climax met de volgende woorden:

“Kijk eens; als wij deze mand houden zullen zij ons doden om hem af te pakken. Laten wij hem in de 
rivier gooien!”

Zo belandde de mand met goud en juwelen in de dichtstbijzijnde rivier. 

Hatuey en zijn volk leefden vredig aan de kust op oost-Cuba tot dat begin oktober 1511 kapitein Diego 
Velásquez op oost-Cuba landde en de stad Baracoa stichtte. Hierop trok Hatuey met zijn volk de bergen van 
de Sierra Maestra in om de Spanjaarden van daaruit te belagen. De Taíno’s probeerden de Spaanse indringers 
bijna drie maanden lang met guerrillatactieken te verdrijven totdat een van hen in Spaanse handen viel. 
De gedetineerde, die bij zijn verhoor afschuwelijk gemarteld werd, sloeg door. Kort daarop werd Hatuey in 
zijn kamp door de Spanjaarden overmeesterd en als gevangene afgevoerd. Kapitein Velásquez, die een 
voorbeeld wilde stellen, veroordeelde Hatuey wegens opstand tegen het Spaanse gezag tot de brandstapel: 
een straf die totnogtoe alleen was gebruikt tegen ketters.
 

Het doodvonnis van Hatuey werd op 2 februari 1512 voltrokken in het Spaanse legerkamp te Yara, een 
gehuchtje vlakbij Bayamo. Het indiaanse stamhoofd stond al met de handen op de rug vastgebonden tegen 
een paal op de brandstapel toen de Spaanse priester Estéban Olmedo hem probeerde de beginselen van 
het christelijke geloof uit te leggen. De geestelijke zei dat het beetje tijd dat de beulen hem nog gaven 
genoeg was om -als hij alles zou geloven- hij naar de hemel zou gaan, waar er eeuwige glorie en rust zou zijn. 
De franciscaan wees er op dat -als hij dit niet zou geloven- hij naar de hel zou gaan om voor eeuwig 
martelingen en straffen te ondergaan. Hatuey, die nog nooit iets over deze mogelijkheden had gehoord, 
vroeg de priester of christenen naar de hemel gingen. Hierop antwoordde de geestelijke van ja, 
waarbij hij aantekende dat alleen de goede christenen naar de hemel konden gaan. 
Hierop reageerde het stamhoofd onmiddellijk door te zeggen dat hij beslist niet naar de hemel wilde, 
maar naar de hel omdat hij niet bij de Spanjaarden wilde zitten en ook niet zulke wrede mensen 
om zich heen zou willen hebben.
 

Met tranen in de ogen zag de franciscaan Estéban Olmedo het trotse stamhoofd Hatuey in de vlammen 
omkomen. Hij trok het zich zo aan dat hij per eerste gelegenheid terugkeerde naar Spanje.

De geestelijke Bartolomé de las Casas, de eerste verdediger van de Mensenrechten in de Spaanse kolonie, 
die het geval Hatuey in 1552 beschreef in zijn boek: “Brevísima Relación de la Destrucción de las Indias*”, 
voorzag deze geschiedenis van het volgende cynische commentaar:
“Dit is de roem en de eer die God en 
ons geloof hebben gewonnen met de christenen die naar de Indieën zijn gegaan”.
  
 

De moed van stamhoofd Hatuey, de eerste nationale held van Cuba, schiep in de zestiende eeuw de legende 
van “Het Licht van Yara”. Volgens de verbale overlevering verscheen er zolang Cuba een kolonie was 
elke nacht boven Yara een licht als symbool van de kracht van verzet. De
Cubaanse landeigenaar 
Carlos Manuel de Céspedes gebruikte deze mythe voor zijn “Schreeuw van Yara”, het startsein op 
10 oktober 1868 van een tienjarige oorlog tegen de Spanjaarden. In deze oorlog,  bevrijdde Carlos 
Manuel de Céspedes al zijn slaven en riep met behulp van de “Grito de Yara” om de onafhankelijkheid 
van Cuba.
 

Voor veel Cubanen hebben Fidel Castro, zijn broer Raul en Ernesto Che Guevara, gevoelsmatig 
iets gemeen met het dappere stamhoofd Hatuey. Net zoals de indiaanse leider begonnen zij 
-bijna vierhonderdvijftig jaar later- vanuit hun versterkingen in de bergen van de Sierra Maestra 
de strijd tegen hun vijand.

 

*  De vertaling van dit boek verscheen voor het eerst te Antwerpen in 1578 onder de titel “Kort Relaas  van de  Verwoestingen
   van de  West Indiën”. In Amsterdam werd dit een jaar later herdrukt onder de titel “Spieghel der Spaensche Tirannye in
   West Indiën. Dit  boek, dat ook in het Engels en Frans is vertaald, groeide in de zestiende eeuw uit tot het belangrijkste
   propagandamiddel tegen Spanje  en schiep  de “Spaanse Zwarte Legende”.

 

 

 


    Juan Fernandez                                          Tobago map
Hatuey op de brandstapel                                                                                            Yara bij Bayamo

 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina