“Petites
Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika
Deze
verhalen gaan over de achterkant van historische
gebeurtenissen, die door officiële
geschiedschrijvers zelden
vanuit de mens
zelf is verteld.
| 1528 Brussel lag in Costa Rica | ||
|---|---|---|
![]() Pedrarias ![]() Francisco Hernández de Cordóba ![]() Río San Juan ![]() Río Tempisque ![]() Villa de Bruseles ![]() Karel V ![]() Hernán Cortés ![]() Europees Brussel ![]() Amerikaans Brussel |
De
jaloerse gouverneur van Panamá Pedrarias, was woest toen hij
hoorde dat Gil
González
Dávila op zijn reis door Nicaragua behoorlijk wat goud in
zijn ambtsgebied had
opgehaald. Om niets van de nog te ontginnen bodemschatten te missen
richtte hij
in september 1523 met anderen een maatschappijtje op dat het
Nicaraguaanse goud
zou moeten binnenhalen. Francisco Hernández de
Córdoba zou de expeditie,
bestaande uit ongeveer tweehonderd man, moeten gaan leiden. Francisco
Hernández de Córdoba had succes. Ruim een jaar
later kon hij zich de stichter noemen van drie steden, waarvan er twee
nog
steeds bestaan: León vlakbij de kust van de Stille Oceaan en
Granada aan de
oever van het Meer van Nicaragua. Hernández de
Córdoba voorzag een grote
toekomst voor Granada: hij had alle hoop dat de rivier San Juan, die
uitkwam op
het Meer van Nicaragua, in verbinding zou staan met de Atlantische
Oceaan. Ook
vermoedde hij dat er een rivier moest zijn tussen de Stille Oceaan en
het Meer
van Nicaragua. Daarom wilde hij een vestiging stichten dicht bij de
monding van
de rivier Zapandí, de huidige rivier Tempisque, die volgens
hem in verbinding
moest staan met het Meer van Nicaragua. Als zijn droom zou uitkomen zou
deze
nieuwe stad aan deze spectaculaire interoceanische verbinding spoedig
een
ongekende welvaart genieten. De
Spaanse veroveraar liet eind december 1524 zijn keuze
vallen op het gebiedje aan de oostkust van de Golf van Nicoya. Deze
landstreek
werd door indianen Gurutina, Brutina, Orotiña of Orotina
genoemd. “Koning Karel
V zou trots moeten zijn op deze stad”, dacht Francisco
Hernández de Córdoba in
een romantische opwelling. “Daarom mag de naam van deze stad,
die ik zorgvuldig
heb uitgekozen, nooit uit de geschiedenis verdwijnen”,
dagdroomde hij. Op zoek
naar roem stichtte hij in -wat nu Costa Rica heet- de vestiging
“Villa de
Bruselas”, de stad Brussel. De
reden dat Francisco Hernández de Córdoba deze
plaats
“Villa de Bruselas” noemde was tweeledig. Aan de
ene kant wilde de
Spanjaard dat Karel V voor eeuwig
zijn naam aan deze toekomstige stad aan de spectaculaire
interoceanische
verbinding zou koppelen; aan de andere kant meende de Spaanse
veroveraar dat
Karel V op 24
februari 1500 geboren was
te Brussel in plaats van in Gent. Het
Amerikaanse Brussel leek in de verste verten niet op
een Vlaamse stad met vestingwallen. Het was een verzameling van
kwetsbare
boerderijtjes, die regelmatig werden overvallen door indianen. Er was
een
burgermeester, een jurist, een gerechtsdienaar en vijf gekozen
gemeenteraadleden.
De gouverneur van Panamá, die “Villa de
Bruselas” in 1526 tijdens een
strafexpeditie persoonlijk heeft bezocht, was er enthousiast over. Hij
berichtte Karel V als volgt: “ Het is een heel mooie
landstreek, het water is
goed, de lucht is goed, er is veel wild om op te jagen, er is veel vis.
Het is
een vruchtbare aarde met mooie akkers die een overvloed biedt om van te
eten”. Toch
leverde Brussel niet op wat men verwachtte. Nergens
was een waterverbinding
te vinden met
het Meer van Nicaragua. De goudmijn op zestien kilometer van
“Villa de
Bruselas” in de bergen van Tilarán hield zijn
echte schatten verborgen tot het
einde van de negentiende eeuw. Het aantal indianen in Brussel dat
vreedzaam het
land in de omgeving bewerkte kwam amper uit op duizend man. De meeste
Spanjaarden konden zich niet echt verheugen op de goede oogsten, want
niemand
was de oceaan overgestoken om in Amerika te gaan boeren. Natuurlijk
vermaakten
de Spanjaarden zich met de jacht maar zij beseften dat zij daar in
Spanje veel
meer plezier aan beleefden. Kortom: de meerderheid van de ongeveer
dertig
Spanjaarden die zich blijvend gevestigd hadden in “Villa de
Bruselas” schikte
zich aanvankelijk teleurgesteld in hun lot. Tegen
Kerstmis 1525 werd Francisco Hernández de
Córdoba;
die in León verbleef, overdonderd door een aangename
verrassing. Zijn soldaten,
die Honduras hadden verkend, brachten hem gouden geschenken van
Hernán Cortés,
die als gouverneur van México bezig was met
gebiedsuitbreiding in Midden
Amerika. De ambitieuze Hernández de Córdoba zag Pedrarias,
de jaloerse gouverneur van Panamá, werd ontzettend kwaad
toen zijn politieke
vrienden hem vertelden dat Francisco Hernández de
Córdoba bezig was Nicaragua
onafhankelijk van Panamá te maken door een samenwerking met
Hernán Cortés. Als
“nieuwe christen” van joodse afkomst kon hij als
bestuurder van het katholieke
Spanje zo’n aanslag op zijn gezag onmogelijk accepteren. Met
een goed gevoel
voor zaken zou hij voor geen geld ter wereld Brussel als mogelijk
interoceanisch handelscentrum willen verliezen. Hij nam de beslissing
dat hij
zijn onbetrouwbare onderdaan persoonlijk zou straffen. Francisco
Hernández de
Córdoba, gewaarschuwd door politieke vrienden, had het
voorgevoel dat Pedrarias
Brussel zou innemen. Hij riep in februari 1526 de burgemeester van
Brussel,
Andrés de Garabito, op met alle inwoners naar het noorden te
vertrekken.
Garabito, een trouwe dienaar van Pedrarias en een aartsvijand van
Hernán
Cortés, voerde het bevel onder zwaar protest uit. Een ongekende
driftbui kreeg Pedrarias toen hij in maart 1526 een leeg
“Villa de Bruselas”
vond. Een van zijn spionnen vertelde dat Francisco Hernández
de Córdoba zich in
de stad Granada had verschanst. Onmiddellijk zond hij een
politie-inspecteur
inspecteur naar deze stad met het bevel Francisco Hernández
de Córdoba te
arresteren. De Spaanse veroveraar, die rekende op clementie van
Pedrarias, liet
zich gedwee gevangen nemen. De
tweeëntachtigjarige gouverneur van Panamá, die
wegens zijn hoge leeftijd niet
zo snel over land kon reizen, werd in juni 1526 in Granada met alle eer
ontvangen. Met veel machtsvertoon liet hij Francisco
Hernández de Córdoba
geboeid afvoeren naar León. Na een kort schijnproces over de
zogenaamde
samenzwering met Hernán Cortés werd Francisco
Hernández de Córdoba onthoofd in
León, de eerste stad die hij had gesticht. Na deze
terechtstelling gaf
Pedrarias het bevel dat alle bewoners van Brussel onmiddellijk terug
moesten
keren naar hun nederzetting. De
Brusselaars waren nauwelijks terug of zij werden
bezocht door Pedro de los Ríos, de nieuwe gouverneur van
Panama. Zij konden
niet anders dan zijn gezag als gouverneur erkennen. Hierna begaf Pedro
de los
Ríos zich naar het noorden. Door zijn voorkomend optreden
werd hij in juli 1526
door alle Spanjaarden in de provincie Nicaragua als legitiem gouverneur
erkend. Inmiddels
was er een nieuwe kaper op de kust, die de
rijke provincie Nicaragua wilde inlijven bij zijn gebied. Ditmaal was
het de
gouverneur van Honduras Diego López de Salcedo die met groot
machtsvertoon en
een bloedspoor achterlatend in april 1527 in León aankwam.
De gemeenteraadsleden
van deze stad hadden tegen deze militaire overmacht geen andere keuze
dan Diego
López de Salcedo als gouverneur te erkennen. De nieuwe
gouverneur van Panamá,
nog steeds op rondreis in Nicaragua, zag in dat hij het militair
onmogelijk kon
winnen van de gouverneur van Honduras en keerde naar zijn standplaats
terug. Op
deze reis deed hij Brussel opnieuw aan en tot zijn genoegen zag hij dat
de
Brusselaars hem trouw als gouverneur bleven erkennen. Diego
López de
Salcedo kon niet verkroppen dat de inwoners van “Villa de
Bruselas” hem niet
erkenden als wettige gouverneur. Bang dat de Amerikaanse Brusselaars
alle
bevelen vanuit Panama zouden opvolgen gaf hij Andrés de
Garabito,
oud-burgemeester van Brussel, het bevel de nederzetting te ontruimen.
Garabito,
een “nieuwe christen” met een islamitisch verleden,
had een vorm van politiek
overleven ontwikkeld. Hij zag wel wat in een carrière onder
López de Salcedo en
daarom hij ging begin 1528 naar Brussel met zeventig ruiters en tachtig
soldaten. Ondanks de militaire overmacht protesteerden de Brusselaars
tegen hun
tweede gedwongen vertrek en Garabito moest persoonlijk van alles
beloven om ze
de nederzetting uit te krijgen. Tenslotte zwichtten de inwoners van het
Brussel: niet voor de beloften van Garabito maar wel voor de dreiging
van een
inval van de indianen uit de omgeving, die hadden gezien dat er een
twist was
uitgebroken onder de Spanjaarden. Na het vertrek van de Spanjaarden
viel “Villa
de Bruselas” in handen van de indianen. Koning
Karel V had een hoge pet op van Pedrarias, de
gouverneur van Panama. De vorst vond dat de bejaarde gouverneur het wat
kalmer
aan moest doen en betrok hem bij een nieuwe gebiedsindeling. Bij
koninklijk
besluit benoemde Karel V hem op 26 maart 1527 tot gouverneur van een
nieuw gewest:
Nicaragua, het gebied waar Brussel toen onder viel. Dit bericht, dat
vele
maanden later in Amerika aankwam, verbaasde iedereen. Andrés
de Garabito, nu burgemeester
van León en nog steeds bevriend met
Pedrarias, liet zijn andere “baas” Diego
López de Salcedo, wettige gouverneur
van Honduras en illegale gouverneur van Nicaragua, in de gevangenis
gooien: De
nieuwe gouverneur van Nicaragua Pedrarias werd in maart 1528 met alle
eer door
burgemeester Andrés de Garabito in León
ontvangen. Deze twee “nieuwe christenen”
-van verschillende komaf, maar beiden rasechte politieke opportunisten-
wisten
precies wat zij aan elkaar hadden. De benoeming van Pedrarias als
gouverneur van Nicaragua betekende het
einde van het Amerikaanse Brussel. De nieuwe gouverneur maakte een
negatieve
balans op van wat Brussel voorstelde. Goud was er niet. Er was geen
spraken
meer van dat “Villa de Bruselas” een mogelijk
interoceanisch handelscentrum zou
kunnen worden want er was eenvoudigweg geen waterweg tussen de Stille
en de
Atlantische Oceaan. Er waren in Brussel en omgeving te weinig indianen
die
konden worden ingezet als slaven in de landbouw en als muilezeldrijvers
op het
traject van het naburige Nicoya naar León en Granada.
Ondanks dat de
Brusselaren Pedrarias verzochten om terug te mogen keren naar hun stad
zei de
gouverneur: “Nee!”. Hij was niet van plan hun
rechten op land en op indianen te
herstellen die ze vroeger hadden. Pedrarias was onder geen beding
bereid kosten
te maken om de indianen uit Brussel te verdrijven. De belangrijkste reden dat de Brusselaars niet terug konden naar hun vestiging kwam niet voor in de balans van Pedrarias. De inwoners van Brussel hadden zeer goede herinneringen aan Pedro de los Ríos, gouverneur van Panamá, die de nederzetting twee maal had bezocht. “Villa de Bruselas”, die zowel over de zee als over land een belangrijke rol in de verbinding Panama - Nicaragua had kunnen spelen, moest sterven. Pedrarias wilde niet dat Brussel, zo ver van zijn bestuurszetel León, een onrusthaard zou kunnen worden, opgestookt door de gouverneur van Panamá. |
De
verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar
overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.