“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1528 Brussel lag in Costa Rica

 Pedrarias
 Pedrarias



 Francisco Hernandez de Cordoba
 Francisco Hernández de Cordóba



Rio San Juan
Río San Juan



Rio Tempisque
 Río Tempisque



Villa de Bruselas kaart
Villa de Bruseles  



Karel V
 Karel V
 


 Herñan Cortes
Hernán Cortés



Europees Brussel
Europees Brussel
 


Brussel
Amerikaans Brussel 
  

De jaloerse gouverneur van Panamá Pedrarias, was woest toen hij hoorde dat Gil González Dávila op zijn reis door Nicaragua behoorlijk wat goud in zijn ambtsgebied had opgehaald. Om niets van de nog te ontginnen bodemschatten te missen richtte hij in september 1523 met anderen een maatschappijtje op dat het Nicaraguaanse goud zou moeten binnenhalen. Francisco Hernández de Córdoba zou de expeditie, bestaande uit ongeveer tweehonderd man, moeten gaan leiden. 

Francisco Hernández de Córdoba had succes. Ruim een jaar later kon hij zich de stichter noemen van drie steden, waarvan er twee nog steeds bestaan: León vlakbij de kust van de Stille Oceaan en Granada aan de oever van het Meer van Nicaragua. Hernández de Córdoba voorzag een grote toekomst voor Granada: hij had alle hoop dat de rivier San Juan, die uitkwam op het Meer van Nicaragua, in verbinding zou staan met de Atlantische Oceaan. Ook vermoedde hij dat er een rivier moest zijn tussen de Stille Oceaan en het Meer van Nicaragua. Daarom wilde hij een vestiging stichten dicht bij de monding van de rivier Zapandí, de huidige rivier Tempisque, die volgens hem in verbinding moest staan met het Meer van Nicaragua. Als zijn droom zou uitkomen zou deze nieuwe stad aan deze spectaculaire interoceanische verbinding spoedig een ongekende welvaart genieten. 

De Spaanse veroveraar liet eind december 1524 zijn keuze vallen op het gebiedje aan de oostkust van de Golf van Nicoya. Deze landstreek werd door indianen Gurutina, Brutina, Orotiña of Orotina genoemd. “Koning Karel V zou trots moeten zijn op deze stad”, dacht Francisco Hernández de Córdoba in een romantische opwelling. “Daarom mag de naam van deze stad, die ik zorgvuldig heb uitgekozen, nooit uit de geschiedenis verdwijnen”, dagdroomde hij. Op zoek naar roem stichtte hij in -wat nu Costa Rica heet- de vestiging “Villa de Bruselas”, de stad Brussel. 

De reden dat Francisco Hernández de Córdoba deze plaats “Villa de Bruselas” noemde was tweeledig. Aan de ene kant  wilde de Spanjaard dat Karel V voor eeuwig zijn naam aan deze toekomstige stad aan de spectaculaire interoceanische verbinding zou koppelen; aan de andere kant meende de Spaanse veroveraar dat Karel V op  24 februari 1500 geboren was te Brussel in plaats van in Gent. 

Het Amerikaanse Brussel leek in de verste verten niet op een Vlaamse stad met vestingwallen. Het was een verzameling van kwetsbare boerderijtjes, die regelmatig werden overvallen door indianen. Er was een burgermeester, een jurist, een gerechtsdienaar en vijf gekozen gemeenteraadleden. De gouverneur van Panamá, die “Villa de Bruselas” in 1526 tijdens een strafexpeditie persoonlijk heeft bezocht, was er enthousiast over. Hij berichtte Karel V als volgt: “ Het is een heel mooie landstreek, het water is goed, de lucht is goed, er is veel wild om op te jagen, er is veel vis. Het is een vruchtbare aarde met mooie akkers die een overvloed biedt om van te eten”.  

Toch leverde Brussel niet op wat men verwachtte. Nergens was een  waterverbinding te vinden met het Meer van Nicaragua. De goudmijn op zestien kilometer van “Villa de Bruselas” in de bergen van Tilarán hield zijn echte schatten verborgen tot het einde van de negentiende eeuw. Het aantal indianen in Brussel dat vreedzaam het land in de omgeving bewerkte kwam amper uit op duizend man. De meeste Spanjaarden konden zich niet echt verheugen op de goede oogsten, want niemand was de oceaan overgestoken om in Amerika te gaan boeren. Natuurlijk vermaakten de Spanjaarden zich met de jacht maar zij beseften dat zij daar in Spanje veel meer plezier aan beleefden. Kortom: de meerderheid van de ongeveer dertig Spanjaarden die zich blijvend gevestigd hadden in “Villa de Bruselas” schikte zich aanvankelijk teleurgesteld in hun lot. 

Tegen Kerstmis 1525 werd Francisco Hernández de Córdoba; die in León verbleef, overdonderd door een aangename verrassing. Zijn soldaten, die Honduras hadden verkend, brachten hem gouden geschenken van Hernán Cortés, die als gouverneur van México bezig was met gebiedsuitbreiding in Midden Amerika. De ambitieuze Hernández de Córdoba zag wel wat in de samenwerking met Cortés: in gedachten zag hij zich als gouverneur van Nicaragua eindelijk verlost van de verstikkende controle van zijn baas Pedrarias, gouverneur van Panamá. Zonder zich echt te verzekeren van de steun van Cortés begon hij  sommige Spanjaarden te vertellen dat hij meer zag in de provincie Nicaragua onder het gezag van de gouverneur van Mexico dan onder de huidige gouverneur van Panamá.    

Pedrarias, de jaloerse gouverneur van Panamá, werd ontzettend kwaad toen zijn politieke vrienden hem vertelden dat Francisco Hernández de Córdoba bezig was Nicaragua onafhankelijk van Panamá te maken door een samenwerking met Hernán Cortés. Als “nieuwe christen” van joodse afkomst kon hij als bestuurder van het katholieke Spanje zo’n aanslag op zijn gezag onmogelijk accepteren. Met een goed gevoel voor zaken zou hij voor geen geld ter wereld Brussel als mogelijk interoceanisch handelscentrum willen verliezen. Hij nam de beslissing dat hij zijn onbetrouwbare onderdaan persoonlijk zou straffen. Francisco Hernández de Córdoba, gewaarschuwd door politieke vrienden, had het voorgevoel dat Pedrarias Brussel zou innemen. Hij riep in februari 1526 de burgemeester van Brussel, Andrés de Garabito, op met alle inwoners naar het noorden te vertrekken. Garabito, een trouwe dienaar van Pedrarias en een aartsvijand van Hernán Cortés, voerde het bevel onder zwaar protest uit.  

Een ongekende driftbui kreeg Pedrarias toen hij in maart 1526 een leeg “Villa de Bruselas” vond. Een van zijn spionnen vertelde dat Francisco Hernández de Córdoba zich in de stad Granada had verschanst. Onmiddellijk zond hij een politie-inspecteur inspecteur naar deze stad met het bevel Francisco Hernández de Córdoba te arresteren. De Spaanse veroveraar, die rekende op clementie van Pedrarias, liet zich gedwee gevangen nemen. 

De tweeëntachtigjarige gouverneur van Panamá, die wegens zijn hoge leeftijd niet zo snel over land kon reizen, werd in juni 1526 in Granada met alle eer ontvangen. Met veel machtsvertoon liet hij Francisco Hernández de Córdoba geboeid afvoeren naar León. Na een kort schijnproces over de zogenaamde samenzwering met Hernán Cortés werd Francisco Hernández de Córdoba onthoofd in León, de eerste stad die hij had gesticht. Na deze terechtstelling gaf Pedrarias het bevel dat alle bewoners van Brussel onmiddellijk terug moesten keren naar hun nederzetting.

De Brusselaars waren nauwelijks terug of zij werden bezocht door Pedro de los Ríos, de nieuwe gouverneur van Panama. Zij konden niet anders dan zijn gezag als gouverneur erkennen. Hierna begaf Pedro de los Ríos zich naar het noorden. Door zijn voorkomend optreden werd hij in juli 1526 door alle Spanjaarden in de provincie Nicaragua als legitiem gouverneur erkend. 

Inmiddels was er een nieuwe kaper op de kust, die de rijke provincie Nicaragua wilde inlijven bij zijn gebied. Ditmaal was het de gouverneur van Honduras Diego López de Salcedo die met groot machtsvertoon en een bloedspoor achterlatend in april 1527 in León aankwam. De gemeenteraadsleden van deze stad hadden tegen deze militaire overmacht geen andere keuze dan Diego López de Salcedo als gouverneur te erkennen. De nieuwe gouverneur van Panamá, nog steeds op rondreis in Nicaragua, zag in dat hij het militair onmogelijk kon winnen van de gouverneur van Honduras en keerde naar zijn standplaats terug. Op deze reis deed hij Brussel opnieuw aan en tot zijn genoegen zag hij dat de Brusselaars hem trouw als gouverneur bleven erkennen. 

Diego López de Salcedo kon niet verkroppen dat de inwoners van “Villa de Bruselas” hem niet erkenden als wettige gouverneur. Bang dat de Amerikaanse Brusselaars alle bevelen vanuit Panama zouden opvolgen gaf hij Andrés de Garabito, oud-burgemeester van Brussel, het bevel de nederzetting te ontruimen. Garabito, een “nieuwe christen” met een islamitisch verleden, had een vorm van politiek overleven ontwikkeld. Hij zag wel wat in een carrière onder López de Salcedo en daarom hij ging begin 1528 naar Brussel met zeventig ruiters en tachtig soldaten. Ondanks de militaire overmacht protesteerden de Brusselaars tegen hun tweede gedwongen vertrek en Garabito moest persoonlijk van alles beloven om ze de nederzetting uit te krijgen. Tenslotte zwichtten de inwoners van het Brussel: niet voor de beloften van Garabito maar wel voor de dreiging van een inval van de indianen uit de omgeving, die hadden gezien dat er een twist was uitgebroken onder de Spanjaarden. Na het vertrek van de Spanjaarden viel “Villa de Bruselas” in handen van de indianen.  

Koning Karel V had een hoge pet op van Pedrarias, de gouverneur van Panama. De vorst vond dat de bejaarde gouverneur het wat kalmer aan moest doen en betrok hem bij een nieuwe gebiedsindeling. Bij koninklijk besluit benoemde Karel V hem op 26 maart 1527 tot gouverneur van een nieuw gewest: Nicaragua, het gebied waar Brussel toen onder viel. Dit bericht, dat vele maanden later in Amerika aankwam, verbaasde iedereen. Andrés de Garabito, nu burgemeester van León en nog steeds bevriend met Pedrarias, liet zijn andere “baas” Diego López de Salcedo, wettige gouverneur van Honduras en illegale gouverneur van Nicaragua, in de gevangenis gooien: De nieuwe gouverneur van Nicaragua Pedrarias werd in maart 1528 met alle eer door burgemeester Andrés de Garabito in León ontvangen. Deze twee “nieuwe christenen” -van verschillende komaf, maar beiden rasechte politieke opportunisten- wisten precies wat zij aan elkaar hadden. 

De benoeming van Pedrarias als gouverneur van Nicaragua betekende het einde van het Amerikaanse Brussel. De nieuwe gouverneur maakte een negatieve balans op van wat Brussel voorstelde. Goud was er niet. Er was geen spraken meer van dat “Villa de Bruselas” een mogelijk interoceanisch handelscentrum zou kunnen worden want er was eenvoudigweg geen waterweg tussen de Stille en de Atlantische Oceaan. Er waren in Brussel en omgeving te weinig indianen die konden worden ingezet als slaven in de landbouw en als muilezeldrijvers op het traject van het naburige Nicoya naar León en Granada. Ondanks dat de Brusselaren Pedrarias verzochten om terug te mogen keren naar hun stad zei de gouverneur: “Nee!”. Hij was niet van plan hun rechten op land en op indianen te herstellen die ze vroeger hadden. Pedrarias was onder geen beding bereid kosten te maken om de indianen uit Brussel te verdrijven.

De belangrijkste reden dat de Brusselaars niet terug konden naar hun vestiging kwam niet voor in de balans van Pedrarias. De inwoners van Brussel hadden zeer goede herinneringen aan Pedro de los Ríos, gouverneur van Panamá, die de nederzetting twee maal had bezocht. “Villa de Bruselas”, die zowel over de zee als over land een belangrijke rol in de verbinding Panama - Nicaragua had kunnen spelen, moest sterven. Pedrarias wilde niet dat Brussel, zo ver van zijn bestuurszetel León, een onrusthaard zou kunnen worden, opgestookt door de gouverneur van Panamá.

Rio San Juan       Rio Tempisque 
Río San Juan                                                                                               Río Tempisque

 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina