“Petites
Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika
Deze
verhalen gaan over de achterkant van historische
gebeurtenissen, die door officiële
geschiedschrijvers zelden
vanuit de mens
zelf is verteld.
|
|
||
|---|---|---|
|
Na zijn
ontsnapping uit de vetmestingskooi van
Heer van Mayathan kwam Jerónimo de Aguilar, de student
theologie uit Écija, als
slaaf terecht bij het stamhoofd Aquincuz bij het dorpje
Tulúm. Aquincuz, die
het stamhoofd van Mayathan niet welgezind was, behandelde
Jerónimo de Aguilar
goed. Hij begon zich juist min of meer tevreden in zijn lot te schikken
toen
zijn meester Aquincuz plotseling overleed. Zijn gekozen opvolger Taxmar
liet
Jerónimo de Aguilar de eerste tijd verschrikkelijke taken
verrichten.
De priester putte de kracht
om alles vol te houden
uit zijn geloof. Elke dag las hij de gebeden uit zijn
brevier, waardoor hij
automatisch de telling van de dagen bijhield. Daarnaast probeerde hij
door zo braaf
mogelijk alles uit te voeren wat hem werd opgedragen de sympathie te
winnen van
het stamhoofd. Het
gevoel van nederigheid dat de Aguilar
tentoonspreidde irriteerde Aquincuz in het begin mateloos. Het
stamhoofd, dat
met veel genoegen zag hoe zijn slaaf de taal van de Maya’s
meester werd, kon
het soms niet laten Jerónimo de Aguilar te sarren. Ook
begreep Aquincuz niet
waarom de Aguilar nooit zijn oog liet vallen op een van de prachtige
welwillende jonge meisjes van zijn stam. Er waren er genoeg die in
waren voor
een exotisch avontuurtje met de blanke man, die af en toe
“het haar op zijn
gezicht eraf haalde”. Opnieuw
wilde het stamhoofd de nederigheid van
zijn slaaf Jerónimo de Aguilar uitproberen. Op een dag
hadden de krijgers op de
patio van het paleis van Aquincuz een hond hoog in een boom
vastgebonden. Zij
vermaakten zich door pijlen uit hun bogen in de de hond te schieten.
Het
tafereel overziende zei het stamhoofd tot Aguilar: “Wat denk je? Kijk eens wat
een trefzekere schoten, die precies
terechtkomen waar ze horen! Wat vind je ervan? Zouden zij even
trefzeker zijn
als ze jou daar zouden vastbinden in plaats van dat hondje?” Aguilar,
niet op zijn mondje gevallen, zei: “Slaaf
ben ik van u, heer en u kunt over mij
volgens uw wil beschikken, maar ik denk niet dat het in de goedheid van
uw hart
past een slaaf te willen verliezen die zich met zo’n sterke
bereidwilligheid
zou opofferen voor alles wat zij hem zouden opdragen”. Dit
gevatte antwoord van Jerónimo de Aguilar
vertederde het stamhoofd. Aquincuz was ook erg onder de indruk over het
resultaat van de volgende test: Aguilar kreeg het bevel met het mooiste
meisje
van de stam de nacht aan de kust door te brengen om daarna ‘s
ochtends vroeg te
gaan vissen. Tegen het middaguur van de volgende dag werden zij
terugverwacht. De
veertienjarige dorpsschone voelde zich vereerd
met de opdracht van haar stamhoofd Jerónimo de Aguilar te
mogen verleiden.
Vanuit haar hangmat probeerde zij hem eerst met woorden te strikken.
Toen dat
niet lukte deed zij haar best met verleidende bewegingen in het
maanlicht.
Tenslotte werd zij boos en riep zij tegen Jerónimo dat hij
helemaal geen man
was. Daarop ontwikkelde zich een diepzinnig gesprek waarbij
Jerónimo de Aguilar
vertelde dat hij voor priester was gaan studeren nadat zijn verloofde
in Spanje
was overleden. “Op
deze
manier zou hij -door haar trouw te blijven- haar altijd blijven
eren”, legde
hij uit. Het indiaanse meisje voelde heel erg met Jerónimo mee, zei dat ze het begreep en huilde tranen met tuiten. Na deze
proef had Aquincuz zoveel respect voor
zijn slaaf Jerónimo de Aguilar dat hij hem opnam in zijn
familie. Omdat Aguilar
zo diplomatiek en diskreet kon optreden mocht hij voortaan de
familiegeschillen
van het stamhoofd bijleggen. Ondanks zijn goede positie op de indiaanse
maatschappelijke ladder bleef Jerónimo de Aguilar hopen op
een terugkeer naar
de Spaanse gelederen. Plotseling kwam een hem wildvreemde
indiaan begin maart 1519
uit het niets en
begroette Jerónimo de Aguilar. Hij haalde een rolletje
perkament uit zijn haar
en overhandigde dit samen met een groot aantal groene glazen kralen aan
de
verbaasde witte slaaf. Het bleek een brief te zijn van
Hernán Cortés, waarin
hij alle Spanjaarden in indiaanse handen opriep met hem mee te gaan om
deze
streken te koloniseren. Nauwelijks was Aguilar van zijn verbazing
bekomen toen
een tweede vreemde indiaan hem
begroette
en hem een soortgelijk rolletje perkament uit zijn haar gaf. Hierop
stond: “Mijne
Heren en Broeders, Hier
in
Cozumel heb ik gehoord dat jullie in handen zijn van een stamhoofd dat
jullie
gevangen houdt; ik verzoek jullie meteen hier naar Cozumel te komen, en
daarvoor stuur ik jullie een schip met soldaten voor het geval jullie
dat nodig
zouden hebben en (ik zend jullie) ruilwaar om aan die indianen te geven
waarbij
jullie zijn; en ik laat het schip acht dagen op jullie wachten; komt zo
snel
mogelijk; jullie zullen met egards behandeld en beloond worden; Ik ben
hier op
het eiland met vijfhonderd soldaten en elf schepen. Hiermee ga ik, als
God het
wil, naar een dorp dat Tabasco of Champotón heet” Jerónimo
de Aguilar was door het dolle heen. Hij
rende met een gedeelte van de groene kralen naar zijn stamhoofd
Aquincuz, gaf
hem de “glazen schat”, legde uit wat er aan de hand
was en vroeg toestemming om
te vertrekken. Aquincuz, die de groene kralen zag als een soort jade
-het
hoogste goed in de Mayamaatschappij-, zei dat hij geen enkele reden had
om dit
verzoek van zijn slaaf te weigeren. De Aguilar dankte zijn stamhoofd
voor zijn
welwillendheid en nam onmiddellijk het besluit om zijn
schipbreukelingenmaatje
Gonzalo Guerrero te waarschuwen. Na een tocht van twee dagen vond hij
Gonzalo
Guerrero, die inmiddels een hoge positie had verworven in de stam van
Chetumal.
Aguilar probeerde Guerrero over te halen zich aan te sluiten bij de
Spanjaarden
maar deze, die volledig geïntegreerd was in zijn Mayastam,
weigerde.
Teleurgesteld snelde Jerónimo de Aguilar naar de kust van
Yucatán om zo snel
mogelijk een kano te nemen naar Cozumel. Tot zijn grote ontsteltenis
ontdekte
hij op het eiland dat de Spanjaarden al waren vertrokken. Volkomen
depressief keerde Jerónimo de Aguilar
terug naar zijn stamhoofd, dat hem liefdevol opnam. Een paar dagen
later waren
er geruchten dat de Spanjaarden op Cozumel waren teruggekeerd omdat een
van de
schepen water maakte en daar gerepareerd moest worden. Met de moed der
wanhoop
charterde Aguilar tegen de betaling van de overgebleven kralen zes
indianen en
een kano voor de overtocht naar Cozumel. De
Spaanse zeeman Andrés de Tapia zag aan het
strand van Cozumel een kano met zeven indianen aankomen en stuurde
meteen een
bode naar Hernán Cortés om te vertellen dat er
niets bijzonders was aan dit
gezelschap. Pas toen Jerónimo de Aguilar aan land was
gesprongen en in moeizaam
Spaans de woorden “God, de Heilige Maagd en
Sevilla” uitriep, vroeg of het woensdag was en of
hij zich onder christenen
bevond, realiseerde
Tapia zich dat hij een Spanjaard was. Toen Andrés de Tapia
bevestigde dat hij
in een christelijk gezelschap was beland dankte Aguilar God en daarna
omhelsden
de twee Spanjaarden
elkaar
geëmotioneerd. Een soldaat in de buurt snelde op
Cortés af om het nieuws van de
gevonden Spanjaard te vertellen. Hernán Cortés,
die alleen maar zeven indianen
zag, vroeg geërgerd waar de gevonden Spanjaard was. Hierop
begroette Aguilar
hem op indiaanse wijze: Hij ging op zijn hurken zitten, raakte met zijn
rechterhand de grond en daarna zijn voorhoofd en zei: “Ik
ben (de Spanjaard)”. Hernán
Cortés hoorde Jerónimo de Aguilar helemaal
uit. Uitgebreid bracht Aguilar verslag uit van zijn vroegere
schipbreukelingenmaatje Gonzalo Guerrero, die niet alleen
getatoeëerd was, maar
ook zijn oren had doorboord en een piercing in zijn onderlip had. De
toekomstige veroveraar van Mexico reageerde boos op het feit dat
Guerrero
bewust gekozen had om bij de Maya’s te blijven.
Cortés, die het belang van een
Mayasprekende Spanjaard in zijn gelederen scherp inzag, was verbaasd
dat
Jerónimo de Aguilar zo weinig wist van de geschiedenis en de
steden in Yucatán.
Aguilar zei dat hij als slaaf bijna nooit zijn dorp had mogen verlaten. Jerónimo
de Aguilar, die noch bij de Spanjaarden,
nog bij de indianen erg geliefd is geworden, heeft een enorm
belangrijke rol
bij de verovering van Mexico gespeeld. Hij was de eerste tolk/vertaler
Spaans-Maya van Hernán Cortés. Nog diezelfde
maand leerde hij in Malinche
kennen, de eerste tolk/vertaler Maya-Nuátl, de taal van de
Azteken. Tijdens de
verovering van Mexico leerde Hernán Cortés nooit
de waarheid kennen uit de eerste
hand over het gebied dat hij aan het koloniseren was. Aanvankelijk
vertaalde
Malinche het Azteeks in het Maya voor Jerónimo de Aguilar,
die de berichten op
zijn beurt weer in het Spaans doorgaf aan Hernán
Cortés. Malinche leerde heel
snel Spaans, mede omdat zij een affaire had met de Spaanse
conquistador.
Jerónimo de Aguilar, die bijna tien jaar met Malinche
optrok, leerde van haar
het Azteeks. Jerónimo
de Aguilar is door de Spanjaarden in de
officiële geschiedenis altijd beschreven als een student
theologie of priester,
die omwille van zijn geloof nooit een vrouw heeft aangeraakt.
Amerikaanse
bronnen spreken daar heel anders over. De
“Crónicas de la Conquista de México de
Chac-Xulub-Chen”, Mexico, meldt dat Jerónimo de
Aguilar sinds 1517 samenleefde met
de dochter van Ah Naum Ah Pot, de cacique* van Cozumel. De Argentijnse
journalist/schrijver Ricardo Herren zegt dat de Aguilar na de
verovering van
Mexico-stad trouwde met een Spaanse en daar later aan siphilis is
overleden.
Volgens de “Diccionario Porrua”, Mexico, werd
Aguilar sinds 1526
grootgrondbezitter in de Vallei van Mexico. Hij bleek toen al lang geen
priester meer te zijn en hij was getrouwd met de indiaanse Elvira
Toznenetzin.
Samen kregen zij twee dochters, waarvan Luisa trouwde met
Cristóbal de Oria,
een officier in het Spaanse leger. Jerónimo
de Aguilar, van wie de geboortedatum
onbekend is gebleven, is vermoedelijk omstreeks 1530 in Mexico-stad
overleden.
Aangezien hij officieel de priesterlijke status had kon hij onmogelijk
over
bezittingen of erfgenamen beschikken. Al zijn goederen vervielen aan de
staat. * Cacique: Stamhoofd; een
verspaanst woord uit de
Tainotaal. |
![]() Tulum Cozumel Jerónimo de Aguilar vertaalt |
De
verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar
overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.