“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1531 Slavin van de liefde

Vallei Technotitlan
 Vallei van Technotitlán



Huipil
 Huipil
 

 Cuéitl
Cuéitl


 haardos meisje
 



karel V
 Karel V




hernan Cortes
Hernán Cortés



Diego velazquez
 
Diego Velázquez



Brandmerkijzer
Brandmerkijzer S


Culúa
Culúa


Decapitacion
 



weelderige haardos
 


Yucatan                            Cozumel         

 Yucatán                                                                         Cozumel

Het was een prachtige dageraad in mei 1531. De vallei van Tenochtitlán, ofwel de vallei van Mexico, met haar overweldigende natuur nestelde zich in het gouden zonlicht. Vlakbij een beekje, verscholen onder de bomen, liep een jonge indiaanse. Plotseling hield zij halt. Zij trok haar sandalen uit, die bestonden uit met goud beslagen koordjes met daartussen halfedelstenen, zoals de echtgenotes en de dochters van de edelen droegen uit Anáhuac. Zij ontdeed zich op een elegante manier van haar huipil, een hemd van fijne katoen, waarop kleurige bloemen waren geborduurd.

Zij ging het water in, gekleed in haar cuéitl, een eenvoudig rokje. Langzaam maakte zij haar vlechten los waardoor haar weelderige haardos vrij kwam. Met een rode chocoladekop schepte zij water uit het beekje en liet het over haar heen lopen. De frisse wind en de waterstralen accentueerden haar jeugdige figuur. Na een tijdje goedlachs van het water en de wind genoten te hebben begon zij zich te wassen. Met het schuimende amolli -een soort natuurlijke shampoo- waste zij het haar. Daarna kreeg haar sensuele lichaam een wasbeurt en dook zij even helemaal onder. Uiteindelijk droogde zij zich langzaam met een katoenen handdoek af op de wal, trok zij haar huipil en sandalen aan en verdween ze langzaam tussen de bomen.

Juan Cansino, een van de meest ervaren vrijgezellen uit het leger van Hernán Cortés, had geboeid staan kijken naar het prachtige meisje. Pas toen zij tussen de bomen was verdwenen realiseerde hij zich dat hij helemaal van slag af was. Het was alsof de kracht uit zijn lichaam was verdwenen. Hij vroeg zich verward af of “het meisje met de weelderige haardos” zijn ziel had gestolen. De angst sloeg hem om het hart. In de hoop om haar terug te zien besloot hij op deze plek te blijven. Hij wachtte een dag, twee dagen… drie dagen.

Het meisje met de weelderige haardos kwam op de ochtend van de vierde zonsopgang aanlopen om haar bad in het beekje te nemen. Zij wilde net haar sandalen uit doen toen zij voelde dat zij door sterke armen werd vastgepakt en opgetild. Blanke armen droegen haar rennend door het bos en het ging allemaal zo vlug en de greep was zo knellend dat zij onmogelijk kon gillen. Juan Cansino bracht het meisje met de weelderige haardos in het legerkamp van Hernán Cortés onmiddellijk naar een hut, waar zij haar liet plaats nemen op een ucpalli, een stoel die hij eens had gestolen uit het huis van een stamhoofd. Hij nam haar hand vast en ging voor de verschrikte schoonheid op zijn knieën zitten en zei in haar taal Náhuatl, die hij perfect beheerste:

“Rustig maar, eigenaresse en vrouw van mijn leven! Als je denkt waarom ik niet met een buiging naar je toekwam en ik je niet voldoende eer heb bewezen dan komt dat omdat ik ervan uitging dat je weg zou vluchten bij het horen van mijn verzoeken en verlangens. Wordt niet boos, jonkvrouw van dit land: luister naar mij, wees mij genadig en wees mild…”

“Spreek op! antwoordde zij botweg, “Ik ben je gevangene en jij hebt mijn lot in handen!”

Daarna volgde een uiterst pijnlijke conversatie waarbij beide partijen lijnrecht tegenover elkaar bleven staan. Juan Cansino deed zijn uiterste best om haar uit te leggen hoe verliefd hij wel op haar was. Hij vertelde dat hij drie dagen op haar had gewacht en dat zij de enige vrouw in zijn leven was, die zon indruk op hem gemaakt had. Hij probeerde haar ervan te overtuigen dat hij niet zonder haar kon leven.

Het meisje met de weelderige haardos was woedend! Zij liet elke keer blijken dat zij van hoge komaf was en dat zij niet was gediend van ontvoeringen door indringers. Zij probeerde hem steeds weer uit te leggen dat zij nooit met hem zou kunnen samenleven tot op het moment dat… zij haar eigen woorden niet meer geloofde. Vanaf dat moment konden zij niet meer zonder elkaar.

Hernán Cortés had in het legerkamp een serie maatregelen afgekondigd die de discipline van de troep moesten handhaven. Zo had de veroveraar van Mexico een lijst opgesteld van maatregelen waarbij “al het goud, het zilver, alle parels, alle edelstenen, veren, kleren, slaven en slavinnen, waar het ook maar vandaan was gehaald, onmiddellijk voor hem moesten worden gebracht zodat hij de buit naar verdienste onder de mannen kon verdelen onder aftrek van een vijfde deel, dat voor de Spaanse koning bestemd was. Op straffe des doods was het verboden een van deze zaken te verbergen. Voor alle duidelijkheid moesten indiaanse slaven, mannen of vrouwen, gebrandmerkt worden: nalatigheid van het brandmerk betekende voor de onwettige eigenaar de doodstraf en  confiscatie van het slaafse goed”.

Een vriend van Juan Cansino waarschuwde hem over het risico dat hij liep met zijn “ongebrandmerkte” meisje met de weelderige haardos. Juan vertelde het zijn geliefde en beiden stonden doodsangsten uit. Als de kampbewakers het geschaakte meisje zouden vinden zou hij het leven er bij in schieten. Erger nog! Als hij zijn leven zou verliezen zou hij haar ook kwijt zijn! Er verstreken angstige dagen en nachten voordat zij -een en al opoffering- verliefd tegen Juan fluisterde: “Juan Cansino, jij houdt waanzinnig veel van mij en ik hou waanzinnig veel van jou. Ik hou meer van jouw ziel dan van jouw Europese uiterlijk en als jij meer van mijn ziel houdt dan van mijn schoonheid, nou brandmerk dan maar mijn gezicht, want op deze manier bezegelen wij voor altijd onze liefde… Ik ben jouw slavin!”

Juan Cansino verzette zich heel hevig tegen deze gedachte. Het duurde tot eind juni 1531 voordat hij de moed en het inzicht kon opbrengen om dit afschuwelijke liefdesoffer te accepteren. Hij kon niet met de gedachte leven dat iemand anders het gelaat van zijn geliefde zou verminken. Trillend en met koud angstzweet zette hij zelf het wit-rode brandijzer op de prachtige wangen van het indiaanse meisje met de weelderige haardos. Op haar knieën keek ze hem huilend van de pijn aan met een zwarte “S” op beide wangen: de “S” van “sujet: slaaf *”.

De gevolgen van Juan Cansino´s daad bleven niet uit. Alle militairen in het kamp waren geschokt door de verminking van de jonge vrouw en ze vertelden het verder. Het verhaal kwam het machtige stamhoofd Culúa, de vader van het meisje met de weelderige haardos, ter ore die al dagenlang overal naar zijn dochter gezocht had. Woedend deed hij zijn beklag over deze onmenselijke praktijken  bij kampcommandant Hernán Cortés:

”Jouw beweringen, Castilliaan, over de nieuwe religie, die jij ons voorschrijft, kloppen niet het gedrag van jouw mannen, die onze schatten roven! Nu heeft mijn dochter voor altijd haar schoonheid verloren door die vervloekte ijzers die op geen enkele menselijk wijze overeenkomen met jouw christelijke gedachten!”, aldus Culúa, die zijn minachting voor de Spanjaarden geen enkel moment verborg.

Cortés, die in die dagen soms als rechter moest optreden, overtuigde zichzelf ervan dat Culúa groot gelijk had. Hij liet Juan Cansino onmiddellijk in de gevangenis werpen, liet hem hardhandig verhoren zodat er een voor hem bruikbare bekentenis uit kwam en velde een vonnis dat door de stadsomroeper als voorbeeld voor de andere militairen werd verspreid. Er werd een schavot opgericht waarop Juan Cansino onthoofd zou worden.

 Cansino, die wist dat de legale weg van zijn advocaat Alonso Pérez niet zou werken, hield nog een mogelijkheid tot uitstel van zijn doodstraf open. Op de dag van de aangekondigde executie vroeg hij om een gesprek met de legercommandant Hernán Cortés. Als reservemogelijkheid had hij een onderhoud tussen Cortés en zijn geliefde gepland.  Tot grote vreugde van Juan Cansino stond Cortés meteen het gesprek met hem toe.

De meute stond onverschillig voor het schavot te wachten op de dingen die komen gingen, toen plotseling Hernán Cortés en Juan Cansino samen verschenen. Er ging een schok door het publiek heen want collectief voelde men dat er iets ongewoons zou gebeuren. Sommige door de wol geverfde conquistadores voelden zich geëmotioneerd; anderen hadden tranen in de ogen. Culúa hield zijn dochter gespannen vast toen Hernán Cortés naar voren stapte en niet zonder emotie maar toch met vaste stem en met welsprekendheid de volgende korte rede hield:

“Kapiteins en soldaten: Juan Cansino heeft mijn bevelen niet opgevolgd en jullie weten dat ik zeer rigide ben tegenover diegenen die mijn bevelen in de wind slaan. Voor dit misdrijf en andere heb ik hem veroordeeld tot onthoofding. Daar staat het blok waar zijn hoofd op moet rusten zodat de bijl van de beul zijn werk kan doen! Maar beste kapiteins en soldaten”, zei hij, terwijl hij met een dramatisch gebaar zijn linkerhand op zijn hart legde, “hier hebben jullie ook een dankbaar hart! Een hart dat nooit zal vergeten dat Juan Cansino, toen ik aan handen en voeten gebonden was op het eiland Española, mij de vrijheid gaf en waarbij hij alle risico’s voor zijn persoon en voor zijn eigen leven nam. En daarmee gaf hij mij eigenlijk het leven dat ik anders waarschijnlijk had verloren. Aangezien hij mij toen het leven gaf geef ik het hem nu! Hij zal alleen maar verbannen  worden!”

Spontaan barstte er een oorverdovend gejuich los! De menigte was door het dolle heen en de populariteit van de kampcommandant steeg tot een ongekende hoogte. Juan Cansino omhelsde Hernán Cortés, het meisje met de weelderige haardos kuste de commandant en Culúa vergaf Juan Cansino zijn afschuwelijke daad en omarmde later Cortés, die hij dagen eerder zo minachtend had bejegend. Kapiteins en soldaten omhelsden elkaar en vierden feest.

Het kon Juan Cansino in principe niet schelen waarnaar hij werd verbannen. Met in zijn achterhoofd: “De ene dienst is de andere waard” had hij het spel met Hernán Cortés “safe” gespeeld. Tijdens het onderhoud met de legercommandant had hij Cortés  er fijntjes aan herinnerd hoe hij in 1519 de opdracht had gekregen van Diego Velásquez, de gouverneur van Cuba, om te verhinderen dat hij vanaf het eiland Cozumel Mexico zou gaan veroveren. Cansino, die wist dat Velázquez graag zelf México wilde opeisen, spoorde Hernán Cortés juist aan zo snel mogelijk van Cozumel te vertrekken om  dit land in te nemen. Dat Hernán Cortés dit voorval tussen de twee in zijn speech een beetje anders bracht was decorum. 

Juan Cansino werd verbannen naar het plaatsje Sací te Yucatán toen het leger van Cortés op doorreis was in Valladolid. Uiteraard ging het meisje met de weelderige haardos met hem mee. Voor zover bekend kregen zij twee zonen.

De geschiedenis vermeldt dat Juan Cansino en zijn beide kinderen van acht en negen jaar in 1546 zijn omgekomen bij de Maya-opstand van Chemax. Alle drie werden zij op kruisen vastgebonden en met pijlen doorzeefd. Van de echtgenote en moeder met de weelderige haardos ontbreekt ieder spoor.

 

* Onder druk van de geestelijkheid, die op het standpunt stond dat de indianen ook naar het aanschijn van God waren geschapen
  en daarom niet beschadigd mochten worden, vaardige Keizer Karel V in 1532 een koninklijk besluit uit dat het brandmerken in het
  gezicht van indianen in Amerika verbood.


  

 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina