“Petites
Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika
Deze
verhalen gaan over de achterkant van historische
gebeurtenissen, die door officiële
geschiedschrijvers zelden
vanuit de mens
zelf is verteld.
| 1531 Slavin van de liefde | ||
|---|---|---|
![]() Vallei van Technotitlán ![]() Huipil ![]() Cuéitl ![]() ![]() Karel V ![]() Hernán Cortés ![]() Diego Velázquez ![]() Brandmerkijzer S ![]() Culúa ![]() ![]() |
Het
was een prachtige dageraad in mei 1531. De vallei van
Tenochtitlán,
ofwel de vallei van Mexico, met haar overweldigende natuur nestelde
zich in het
gouden zonlicht. Vlakbij een beekje, verscholen onder de bomen, liep
een jonge
indiaanse. Plotseling hield zij halt. Zij trok haar sandalen uit, die
bestonden
uit met goud beslagen koordjes met daartussen halfedelstenen, zoals de
echtgenotes en de dochters van de edelen droegen uit
Anáhuac. Zij ontdeed zich
op een elegante manier van haar huipil,
een hemd van fijne katoen, waarop kleurige bloemen waren geborduurd. Zij
ging het water in, gekleed in haar cuéitl,
een eenvoudig rokje. Langzaam maakte zij haar vlechten los waardoor
haar
weelderige haardos vrij kwam. Met een rode chocoladekop schepte zij
water uit
het beekje en liet het over haar heen lopen. De frisse wind en de
waterstralen
accentueerden haar jeugdige figuur. Na een tijdje goedlachs van het
water en de
wind genoten te hebben begon zij zich te wassen. Met het schuimende amolli -een soort natuurlijke shampoo-
waste zij het haar. Daarna kreeg haar sensuele lichaam een wasbeurt en
dook zij
even helemaal onder. Uiteindelijk droogde zij zich langzaam met een
katoenen
handdoek af op de wal, trok zij haar huipil
en sandalen aan en verdween ze langzaam tussen de bomen. Juan
Cansino, een van de meest ervaren vrijgezellen uit het leger van
Hernán Cortés, had geboeid staan kijken naar het
prachtige meisje. Pas toen zij
tussen de bomen was verdwenen realiseerde hij zich dat hij helemaal van
slag af
was. Het was alsof de kracht uit zijn lichaam was verdwenen. Hij vroeg
zich
verward af of “het meisje met de weelderige
haardos” zijn ziel had gestolen. De
angst sloeg hem om het hart. In de hoop om haar terug te zien besloot
hij op
deze plek te blijven. Hij wachtte een dag, twee dagen… drie
dagen. Het
meisje met de weelderige haardos kwam op de ochtend van de vierde
zonsopgang aanlopen om haar bad in het beekje te nemen. Zij wilde net
haar
sandalen uit doen toen zij voelde dat zij door sterke armen werd
vastgepakt en
opgetild. Blanke armen droegen haar rennend door het bos en het ging
allemaal
zo vlug en de greep was zo knellend dat zij onmogelijk kon gillen. Juan
Cansino
bracht het meisje met de weelderige haardos in het legerkamp van
Hernán Cortés
onmiddellijk naar een hut, waar zij haar liet plaats nemen op een ucpalli, een stoel die hij eens had
gestolen uit het huis van een stamhoofd. Hij nam haar hand vast en ging
voor de
verschrikte schoonheid op zijn knieën zitten en zei in haar
taal Náhuatl, die
hij perfect beheerste: “Rustig
maar, eigenaresse en vrouw van
mijn leven! Als je denkt waarom ik niet met een buiging naar je toekwam
en ik
je niet voldoende eer heb bewezen dan komt dat omdat ik ervan uitging
dat je
weg zou vluchten bij het horen van mijn verzoeken en verlangens. Wordt
niet
boos, jonkvrouw van dit land: luister naar mij, wees mij genadig en
wees mild…” “Spreek
op! antwoordde
zij botweg, “Ik ben je gevangene en
jij hebt mijn lot in handen!” Daarna
volgde een uiterst pijnlijke conversatie waarbij beide partijen
lijnrecht tegenover elkaar bleven staan. Juan Cansino deed zijn
uiterste best
om haar uit te leggen hoe verliefd hij wel op haar was. Hij vertelde
dat hij
drie dagen op haar had gewacht en dat zij de enige vrouw in zijn leven
was, die
zon indruk op hem gemaakt had. Hij probeerde haar ervan te overtuigen
dat hij
niet zonder haar kon leven. Het
meisje met de weelderige haardos was woedend! Zij liet elke keer
blijken dat zij van hoge komaf was en dat zij niet was gediend van
ontvoeringen
door indringers. Zij probeerde hem steeds weer uit te leggen dat zij
nooit met
hem zou kunnen samenleven tot op het moment dat… zij haar
eigen woorden niet
meer geloofde. Vanaf dat moment konden zij niet meer zonder elkaar. Hernán
Cortés had in het legerkamp een serie maatregelen
afgekondigd die de
discipline van de troep moesten handhaven. Zo had de veroveraar van
Mexico een
lijst opgesteld van maatregelen waarbij “al het goud, het
zilver, alle parels,
alle edelstenen, veren, kleren, slaven en slavinnen, waar het ook maar
vandaan
was gehaald, onmiddellijk voor hem moesten worden gebracht zodat hij de
buit
naar verdienste onder de mannen kon verdelen onder aftrek van een
vijfde deel,
dat voor de Spaanse koning bestemd was. Op straffe des doods was het
verboden
een van deze zaken te verbergen. Voor alle duidelijkheid moesten
indiaanse
slaven, mannen of vrouwen, gebrandmerkt worden: nalatigheid van het
brandmerk
betekende voor de onwettige eigenaar de doodstraf en
confiscatie van het slaafse goed”. Een
vriend van Juan Cansino waarschuwde hem over het risico dat hij liep
met zijn “ongebrandmerkte” meisje met de weelderige
haardos. Juan vertelde het
zijn geliefde en beiden stonden doodsangsten uit. Als de kampbewakers
het
geschaakte meisje zouden vinden zou hij het leven er bij in schieten.
Erger
nog! Als hij zijn leven zou verliezen zou hij haar ook kwijt zijn! Er
verstreken angstige dagen en nachten voordat zij -een en al opoffering-
verliefd tegen Juan fluisterde: “Juan
Cansino, jij houdt waanzinnig veel van mij en ik hou waanzinnig veel
van jou.
Ik hou meer van jouw ziel dan van jouw Europese uiterlijk en als jij
meer van
mijn ziel houdt dan van mijn schoonheid, nou brandmerk dan maar mijn
gezicht,
want op deze manier bezegelen wij voor altijd onze liefde…
Ik ben jouw slavin!” Juan
Cansino verzette zich heel hevig tegen deze gedachte. Het duurde tot
eind juni 1531 voordat hij de moed en het inzicht kon opbrengen om dit
afschuwelijke
liefdesoffer te accepteren. Hij kon niet met de gedachte leven dat
iemand
anders het gelaat van zijn geliefde zou verminken. Trillend en met koud
angstzweet zette hij zelf het wit-rode brandijzer op de prachtige
wangen van
het indiaanse meisje met de weelderige haardos. Op haar knieën
keek ze hem
huilend van de pijn aan met een zwarte “S” op beide
wangen: de “S” van “sujet:
slaaf *”. De
gevolgen van Juan Cansino´s daad bleven niet uit. Alle
militairen in het
kamp waren geschokt door de verminking van de jonge vrouw en ze
vertelden het
verder. Het verhaal kwam het machtige stamhoofd Culúa, de
vader van het meisje
met de weelderige haardos, ter ore die al dagenlang overal naar zijn
dochter
gezocht had. Woedend deed hij zijn beklag over deze onmenselijke
praktijken bij
kampcommandant Hernán
Cortés: ”Jouw
beweringen, Castilliaan, over de
nieuwe religie, die jij ons voorschrijft, kloppen niet
het gedrag van
jouw mannen, die onze schatten roven! Nu heeft mijn dochter voor altijd
haar
schoonheid verloren door die vervloekte ijzers die op geen enkele
menselijk
wijze overeenkomen met jouw christelijke gedachten!”, aldus
Culúa, die zijn
minachting voor de Spanjaarden geen enkel moment verborg. Cortés,
die in die dagen soms als rechter moest optreden, overtuigde
zichzelf ervan dat Culúa groot gelijk had. Hij liet Juan
Cansino onmiddellijk
in de gevangenis werpen, liet hem hardhandig verhoren zodat er een voor
hem
bruikbare bekentenis uit kwam en velde een vonnis dat door de
stadsomroeper als
voorbeeld voor de andere militairen werd verspreid. Er werd een schavot
opgericht waarop Juan Cansino onthoofd zou worden. De
meute stond onverschillig voor het schavot te wachten op de dingen die
komen gingen, toen plotseling Hernán Cortés en
Juan Cansino samen verschenen.
Er ging een schok door het publiek heen want collectief voelde men dat
er iets
ongewoons zou gebeuren. Sommige door de wol geverfde conquistadores
voelden zich
geëmotioneerd; anderen hadden tranen in de ogen.
Culúa hield zijn dochter
gespannen vast toen Hernán Cortés naar voren
stapte en niet zonder emotie maar
toch met vaste stem en met welsprekendheid de volgende korte rede
hield: “Kapiteins
en soldaten: Juan Cansino
heeft mijn bevelen niet opgevolgd en jullie weten dat ik zeer rigide
ben
tegenover diegenen die mijn bevelen in de wind slaan. Voor dit misdrijf
en
andere heb ik hem veroordeeld tot onthoofding. Daar staat het blok waar
zijn
hoofd op moet rusten zodat de bijl van de beul zijn werk kan doen! Maar
beste
kapiteins en soldaten”, zei
hij, terwijl hij met een dramatisch gebaar zijn linkerhand op zijn hart
legde, “hier hebben jullie ook een
dankbaar hart! Een hart dat nooit zal vergeten dat Juan Cansino, toen
ik aan
handen en voeten gebonden was op het eiland Española, mij de
vrijheid gaf en
waarbij hij alle risico’s voor zijn persoon en voor zijn
eigen leven nam. En
daarmee gaf hij mij eigenlijk het leven dat ik anders waarschijnlijk
had
verloren. Aangezien hij mij toen het leven gaf geef ik het hem nu! Hij
zal
alleen maar verbannen worden!”
Spontaan
barstte er een oorverdovend gejuich los! De menigte was door het
dolle heen en de populariteit van de kampcommandant steeg tot een
ongekende
hoogte. Juan Cansino omhelsde Hernán Cortés, het
meisje met de weelderige
haardos kuste de commandant en Culúa vergaf Juan Cansino
zijn afschuwelijke
daad en omarmde later Cortés, die hij dagen eerder zo
minachtend had bejegend.
Kapiteins en soldaten omhelsden elkaar en vierden feest. Het
kon Juan Cansino in principe niet schelen waarnaar hij werd verbannen.
Met in zijn achterhoofd: “De ene dienst is de andere
waard” had hij het spel
met Hernán Cortés “safe”
gespeeld. Tijdens het onderhoud met de legercommandant
had hij Cortés er
fijntjes aan herinnerd
hoe hij in 1519 de opdracht had gekregen van Diego
Velásquez, de gouverneur van
Cuba, om te verhinderen dat hij vanaf het eiland Cozumel Mexico zou
gaan
veroveren. Cansino, die wist dat Velázquez graag zelf
México wilde opeisen,
spoorde Hernán Cortés juist aan zo snel mogelijk
van Cozumel te vertrekken
om dit land in te
nemen. Dat Hernán
Cortés dit voorval tussen de twee in zijn speech een beetje
anders bracht was
decorum. Juan
Cansino werd verbannen naar het plaatsje Sací te
Yucatán toen het
leger van Cortés op doorreis was in Valladolid. Uiteraard
ging het meisje met
de weelderige haardos met hem mee. Voor zover bekend kregen zij twee
zonen. De
geschiedenis vermeldt dat Juan Cansino en zijn beide kinderen van acht
en negen jaar in 1546 zijn omgekomen bij de Maya-opstand van Chemax.
Alle drie
werden zij op kruisen vastgebonden en met pijlen doorzeefd. Van de
echtgenote
en moeder met de weelderige haardos ontbreekt ieder spoor. *
Onder druk van de geestelijkheid, die op het standpunt
stond dat de indianen ook naar het aanschijn van God waren geschapen |
| |
De
verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar
overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.