“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 


1535 Het Eerste Internationale Verdrag


 Hispañola
Hispañola


 Hispañola
Hispañola


Anacaona
Anacaona


Nicolás de Ovando
 Nicolás de Ovando


Bartolome de las Casas
Bartolomé de las Casas


 Diego Colon
Diego Columbus


 Baoruco
Baoruco


 Enriquillo
Enriquillo


Karel V
Karel V


Enriquillo
Standbeeld Enriquillo
te Queskeya


Radio Enriquillo
Logo Radio Enriquillo


   

De zoon van een van de Taíno stamhoofden Enriquillo, die eigenlijk Guarocuya heette, beleefde op 
vijfjarige leeftijd een afschuwelijke ervaring. Zijn vader had hem meegenomen naar het feest
van het vrouwelijke stamhoofd Anacaona in Jaragua. De mooie Anacaona, weduwe en 
opvolgster van de overleden hoofdman Caonabo, die heerste over tachtig andere stamhoofden, 
gaf dit feest van twee dagen in september 1503 om de Spanjaarden op het eiland Hispañola 
te vriend te houden. Spanjaarden, die in haar streek woonden, hadden het gerucht verspreid
dat Anacaona plannen voorbereidde om de dood van haar echtgenoot op de bezetters te wreken. 
Acht jaar daarvoor was Caonabo omgekomen op een schip dat in haven gereed lag om te 
vertrekken naar Spanje. Het schip werd overvallen door een hevige storm en zonk. Later vond
men het lijk van Caonabo vastgeketend in een hut, voorzien van tralies.
 

Op het feest in Jaragua waren alle autoriteiten van beide kanten: Alle tachtig Taíno-hoofdmannen 
uit de omliggende plaatsen waren met hun gevolg gekomen. Nicolás de Ovando, de Spaanse 
gouverneur van Hispañola, was aanwezig, vergezeld door ongeveer vierhonderd man. 
Op de tweede dag van het feest -een zondag- vielen de Spanjaarden onverwachts de Taíno’s 
aan: het werd een enorme slachtpartij. De vader van Guarocuya kwam om en hijzelf werd
op het laatste moment afgevoerd door een van de Spaanse soldaten. Gastvrouw  Anacaona 
werd gevangen genomen en veroordeeld wegens samenzwering tegen het Spaanse gezag.
Zij werd een paar dagen later in het openbaar opgehangen
.

Een paar dagen na de slachtpartij van Jaragua bracht priester Bartolomé de las Casas de jonge 
Guarocuya naar het franciscanenklooster Verapáz. Broeder Remigio de Fox, die belast werd 
met de opvoeding van Guarocuya, liet hem dopen met de naam Enrique. Het jongetje bleek een 
goede  leerling te zijn en werd heel geliefd in het klooster. Van vader Abt tot broeder Portier werd 
hij liefdevol Enriquillo, “Hendrikje”, genoemd. “Hendrikje” viel op door zijn intelligentie: hij werd
op elfjarige leeftijd voorgesteld aan de nieuwe gouverneur van Hispañola Diego Columbus, 
de zoon van de grote ontdekkingsreiziger. Zijn beschermheer, priester Bartolomé de las Casas, 
liet hem vanaf 1509 verder studeren in het klooster van San Francisco in de hoofdstad Santo 
Domingo. Enriquillo bleef zich in de hoogste kringen van het eiland begeven: hij trouwde in 1517 
met de Spaans-Tainose hofdame Mencía. Op zijn huwelijk waren Diego Columbus, zijn echtgenote
María de Toledo en de geestelijke Bartolomé de las Casas als eregasten aanwezig
.

Spoedig kwam Enriquillo in conflict met de grootgrondbezitter Andrés de Valenzuela. Deze laatste 
beschuldigde hem in 1518 ervan dat hij zijn indiaanse horigen aanspoorde te ontsnappen. 
Valenzuela spande een rechtszaak tegen Enriquillo aan en voordat deze was begonnen werd 
hij gearresteerd. De geestelijke Bartolomé de las Casas kreeg hem vrij, het proces werd verdaagd,  
maar het conflict nam in hevigheid toe. Spaanse officieren begonnen Enriquillo lastig te vallen en 
Andrés de Valenzuela verkrachtte zijn vrouw Mencía. Enriquillo was in alle staten en klaagde 
Valenzuela bij de rechtbank van Santo Domingo aan. Voor Enriquillo was de maat vol toen 
vrienden van Andrés de Valenzuela hem op zijn landgoed als horige indiaan probeerden in te lijven. 
Zonder een beroep te kunnen doen op zijn beschermheer Bartolomé de las Casas, die in Spanje 
verbleef, nam hij in 1519 het besluit om met zijn vrouw af te reizen naar zijn geboortestreek Baoruco 
en een nieuw leven te beginnen.

In het bergachtige Baoruco vond Enriquillo een compagnon: Het stamhoofd Tamayo, die net zoals 
hij de slachtpartij van Jaragua had overleefd. Beiden verdreven zij het kleine aantal Spaanse 
kolonisten in die streek en richtten zij een Taíno-staat op waarin de indiaanse burgers vrij konden 
leven. Enriquillo, die geleerd had hoe gevoelig de Spanjaarden waren voor gezichtsverlies, wist 
dat zijn vijand Andrés de Valenzuela alles zou doen om hem te pakken te krijgen.

De strafexpeditie van Andrés de Valenzuela bleef niet uit. Met een legertje van honderd man 
onder leiding van Pedro de Mojica bood de sluwe Valenzuela vredesvoorstellen aan, die 
Enriquillo doorzag. Enriquillo en Tamayo, die over een uitstekende kennis van het terrein 
beschikten, putten het legertje uit door guerrillatechnieken. Tamayo overmeesterde Pedro 
de Mojica en hing hem op in een boom. Enriquillo nam Andrés de Valenzuela gevangen en
liet hem de boom zien, waarin Pedro de Mojica hing en vertelde hem dat hij ook zou 
opgehangen worden als hij en zijn soldaten niet onmiddellijk zou vertrekken. Valenzuela 
bedacht zich geen moment: hij ging -verbaasd over zijn vrijlating- als een haas naar Santo Domingo.

Het Spaanse gezag nam geen genoegen met de nederlaag van Andrés de Valenzuela in 1519 en 
stuurde een zogenaamde vredesmissie. De bedoeling was “Hendrikje” te overreden naar Santo 
Domingo te gaan om daar een vredesverdrag te tekenen. In werkelijkheid zou hij in de 
hoofdstad vermoord worden. Enriquillo doorzag het snode plan en bleef in Baoruco. 
Er bleef de vredesmissie niets anders over dan overrichter zake terug te keren naar Santo Domingo.

De vrije Taino’s, die spoedig leerden omgaan met de op de Spanjaarden veroverde 
vuurwapens, bouwden een ongekende weerstand op tegen de Spaanse militaire campagnes. 
Enriquillo had het geluk dat er een Spaans schip met goud en zilver uit Mexico in de baai van 
Neiba strandde. Hij liet de bemanning, die door zijn Taino’s gevangen was genomen, vrij 
maar nam de lading in beslag als wisselgeld voor vredesonderhandelingen. Het koloniale gezag 
in Santo Domingo zette nu een psychologisch wapen in: Enriquillo’s opvoeder broeder 
Remigio de Fox uit het franciscanenklooster Verapaz werd naar Boaruco gestuurd om vrede 
te sluiten. Zijn opdracht was om als voorschot op de vrede het Mexicaanse goud en zilver 
alvast voor een deel te incasseren. Enriquillo besefte dat de Spanjaarden het goud en zilver 
zouden gebruiken om nieuwe strafexpedities tegen hem te financieren. Hij ontving zijn oude 
leermeester met alle respect en vertelde hem diplomatiek dat hij de kostbaarheden uit Mexico 
pas zou overhandigen als er werkelijk van vrede sprake zou zijn.

Enriquillo kreeg onverwacht begrip van de nieuwe gouverneur van Hispañola, de bisschop 
Sebastián Ramírez de Fuenleal, die in 1526 onderkoning Diego Columbus na diens 
dood tijdelijk opvolgde. De wereldlijke en kerkelijke leider schreef Keizer Karel V een brief 
waarin hij wees dat de opstand van Enriquillo gerechtvaardigd was omdat de Taino’s op het eiland 
onder dwang van de Spanjaarden onder barre omstandigheden moesten leven. Priester Bartolomé 
de las Casas, de oude beschermer van Enriquillo, stond -toen hij eenmaal was teruggekeerd op 
Hispañola- positief tegenover de opstand: hij steunde Enriquillo in zijn streven naar een 
autonoom gebied voor de Taino’s.

Het kostte de Spanjaarden in totaal acht militaire nederlagen en vier mislukte vredesmissies 
voordat zij in 1533 op Hispañola een verdrag konden sluiten met Enriquillo. Bisschop Ramírez 
de Fuenleal kreeg met veel moeite gedaan dat Keizer Karel V een document ondertekende 
waarin vrede en vrijheid werd aangeboden aan Enriquillo en zijn onderdanen. Dit vredesverdrag, 
waarin het recht van vrijheid en het recht op bewerking van eigen grond centraal stonden, wordt 
nog steeds gezien als het eerste internationale verdrag tussen een inheems volk in Amerika en 
Europeanen.

Enriquillo stierf op 27 september 1535 in het stadje Azua aan tuberculose. Volgens de historicus 
Gonzalo Fernández de Oviedo y Valdés* was hij getekend door zijn Spaanse opvoeding. 
Hij schreef dat Enriquillo zeer Latijns was en dat hij de Castiliaanse taal uitstekend sprak. 
Hij was ook een eminente katholiek die op elke vrijdag vastte en die elke dag het 
Onze Vader en een Weesgegroetje bad.
 

De geest van Enriquillo leeft nog voort in de eenentwintigste eeuw. In het stadje 
Tamayo-Bahoruco van zijn geboortestreek staat sinds 1977 de zender Radio 
Enriquillo. Net zoals de grote Enriquillo verdedigt dit katholieke radiostation 
de rechten van de mens”.
  

 

* Historia General y Natural de las Indias, Toledo 1526.

 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina