“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1536 Gonzalo Guerrero: México         : Vader van de Mestiezen
                                              
Spanje          : Getekend door de Duivel

 Gonzalo Guerrero
Standbeeld Ginzalo Guerrero in Akumal





GG in Calderitas
In Calderitas




GG in Mérida
In Mérida




muurschildering Merida
Muurschildering in Mérida

                                   

 

Op de vlucht voor de Heer van Mayathan was Gonzalo Guerrero in de handen gevallen van diens 
aartsvijand Nachancán, het stamhoofd van Chetumal, die zijn gebied had in Zuid-Yucatán, México 
en vlakbij het huidige Corozal in Belize. Guerrero, een matroos uit het Andalusische  Palos die 
min of meer kon lezen en schrijven, gedroeg zich als een slaaf die wilde overleven binnen de 
stam van Chetumal. Spoedig won hij door zijn kennis van de Spaanse krijgskunde het 
vertrouwen van  het stamhoofd Nachancán. In tijden van oorlog werd hij tot krijgsheer van 
de stam benoemd. Nachancán had zoveel vertrouwen in Gonzalo Guerrero dat hij hem een 
van zijn mooie dochters als vrouw schonk. Als lid van de familie van het stamhoofd werd hij
als man van status getatoeëerd. Vierentwintig  jaar lang leidde Gonzalo Guerrero van Mexico
tot in Honduras aan de Atlantische Oceaan een indiaanse verdedigingslinie tegen de Spanjaarden. 

“Ik zou hem werkelijk graag in handen willen hebben want hij zal ons (de Spanjaarden) nooit
goed doen*”,
riep Hernán Cortés in 1519 ontstemd toen hij hoorde dat Gonzalo Guerrero niet op 
zijn verzoek wilde ingaan om hem te steunen bij de verovering en kerstening van Mexico. 
Deze slechte boodschap werd de veroveraar van Mexico medegedeeld door Jerónimo 
de Aguilar, het schipbreukelingenmaatje uit 1511 van Gonzalo Guerrero. Hernán Cortés, die zich 
in zijn brieven aan Karel V opstelde als een succesvolle ondernemer,  vermeldde in zijn 
correspondentie met zijn keizer de weigering van Guerrero niet. Mede door de activiteiten van
Gonzalo Guerrero duurde het pas tot 1546 voordat Yucatán door Spanje definitief werd ingelijfd. 

Van het begin af aan wist Gonzalo Guerrero dat hij zich tot in het uiterste zou moeten aanpassen 
aan de gewoontes van de stam van Chetumal. Hij leerde dat het slaaf zijn in de Maya samenleving
niet betekende dat het stamhoofd eigenaar was van zijn ziel. Hij won in aanzien door zijn stamleden 
bij te brengen hoe je vestingen kon bouwen, hoe man tegen man gevechten te leveren, hoe je 
vallen voor paarden maakte en hoe je grote schepen met kano’s effectief kon aanvallen. 
Gonzalo Guerrero was de verantwoordelijke man achter de schermen voor de nederlaag die
Francisco Hernández de Córdoba in 1517 op de kust van Yucatán leed. 

Gonzalo Guerrero was hoogst verbaasd toen hij twee jaar later zijn schipbreukelingenmaatje uit 
Mayathan terugzag. Jerónimo de Aguilar, die een brief van Hernán Cortés voorlas, waarin de 
veroveraar van Mexicohem opriep hem te vergezellen en te steunen, deed zijn uiterste best 
Guerrero over te halen. 
Na het voorlezen van de brief antwoordde Gonzalo Guerrero met indiaans gevoel voor drama:

“ Broeder Aguilar: Ik ben getrouwd en ik heb drie kinderen; men beschouwt mij hier als
een stamhoofd en in tijd van oorlog als een aanvoerder. Ga met God, want mijn gezicht is 
getatoeëerd en mijn oren zijn doorboord. Wat zouden die Spanjaarden zeggen als zij mij 
zo zagen? En kijk eens wat een drie knappe kinderen ik heb. Geef mij alsjeblieft wat 
van de groene kralen voor mijn familie; dan kan ik hen zeggen dat mijn broers me die 
hebben gestuurd uit mijn land”.

 Zazil Há, de echtgenote van Gonzalo Guerrero, die bij het gesprek aanwezig was, werd 
woedend en riep in de Mayataal uit:

“Kijk eens met wat voor argumenten die slaaf mijn man komt weghalen. Ga heen en hou
op met die praatjes!”
 

Jerónimo de Aguilar deed nog een poging om zijn oude scheepsmakker voor de zaak van 
Hernán Cortés tewinnen. Hij zei dat Gonzalo zich er bewust van moest zijn dat hij een 
christen was. Toen hij merkte dat dit niet werkte zei hij dat hij voor een indiaanse vrouw 
zijn ziel niet moest verliezen. Tot slot zei Jerónimo de Aguilar dat Gonzalo Guerrero, als hij 
zijn familie niet wilde achterlaten, zijn vrouw en kinderen best kon meenemen. Niets hielp: 
Gonzalo Guerrero bleef bij de stam van Chetumal. Teleurgesteld ging Jerónimo de 
Aguilar naar het eiland Cozumel, waar hij hoopte Hernán Cortés te ontmoeten. Tot zijn grote 
ontsteltenis miste hij de boot: Aguilar merkte dat Hernán Cortés met zijn schepen al was 
vertrokken.

De Spaanse veroveraars hebben later verwoede pogingen gedaan om Gonzalo Guerrero te 
winnen voor de “Spaanse Zaak”. Tevergeefs.
 

De voorspelling van Cortés: “Ik zou hem werkelijk graag in handen willen hebben want
hij zal ons(de Spanjaarden) nooit goed doen”,
kwam uit: Gonzalo Guerrero was vanaf 1519 
aantoonbaar heer en meester in de kuststrook van het huidige Belize tot in Honduras. 
Als een held leefde Gonzalo Guerreroin Corozal tot het noodlot in 1536 tijdens een 
gevecht met Spanjaarden in Honduras toesloeg.  Als vijftiger verdedigde hij met ongeveer 
vijftig gewapende kano’s de versterking van zijn bevriende stamhoofd Cozumba, ook wel 
Cicunba genoemd. Hij vond op 13 augustus 1536 in Puerto Caballos, het huidige Puerto Cortés, 
de dood door een schot uit een haakbus. Het gebied van de Chetumalstam werd negen jaar 
later door de Spanjaarden ingelijfd. 

Gonzalo Guerrero is een van de weinige Spanjaarden die in Latijns-Amerika een standbeeld heeft. 
De gemeenteraad van de Mexicaanse steden Mérida en Akumal hebben een gedenkteken 
voor hem opgericht  als Vader van de Mestiezen. Dikwijls liggen er bloemen voor zijn standbeeld. 

In de Spaanse officiële geschiedenis wordt Gonzalo Guerrero nauwelijks vermeld. Men heeft hem 
stilzwijgend eeuwenlang als een verrader beschouwd. Guerrero besefte maar al te goed 
waarom hij nee tegen zijn schipbreukelingmaatje zei. Hij had het over: “Wat zouden die 
Spanjaarden zeggen als zij mij zo zagen?”
Het woord die sloeg op zijn landgenoten, die 
vergiftigd waren door de ideeën van de Inquisitie. Gonzalo Guerrero was voor de 
Spanjaarden de eerste getatoeëerde landgenoot die zij in hun leven zagen. In het Spanje van de 
Inquisitie werd een tatoeage gezien als een brandmerk van de duivel. Met zulke “zichtbare sporen 
van de Satan” zou Gonzalo Guerrero en zijn familie onder de Spanjaarden door niemand serieus 
worden genomen, laat staan een kans op een menswaardig leven hebben gehad.

 Belice         
Belize                                                                    Honduras

 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina