“Petites
Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika
Deze
verhalen gaan over de achterkant van historische
gebeurtenissen, die door officiële
geschiedschrijvers zelden
vanuit de mens
zelf is verteld.
| 1537 Spaanse Wraak | ||
|---|---|---|
![]() De honger in Buenos Aires in 1836 ![]() |
De zevenentwintig jarige Maldonada was een
van de eerste vrouwelijke kolonisten van Buenos Aires in 1536. Het leven was er spijkerhard: De omgeving was mensvijandig, de inboorlingen oorlogszuchtig en er was een enorm gebrek aan voedsel. De Spanjaarden aten padden, slangen en soms zelfs hun schoenen. Sommigen gingen zover dat de uitwerpselen van een ander opaten. Drie mannen hadden een paard gestolen en opgegeten. Toen het uitkwam werden zij als straf opgehangen. Nauwelijks was het nacht of het vlees van de drie ter dood veroordeelden werd door een paar man los gesneden en thuis heimelijk verorberd. De nood was zo hoog dat op Sacramentsdag 15 juni 1536 een Spanjaard zijn overleden broer opat. De Spaanse Maldonada wilde geen mensenvlees eten. Zij had de beslissing genomen om liever onder de indianen te gaan leven dan langzaam van de honger om te komen in het Spaanse kamp. Na een dag zwerven langs de kust ontdekte zij een grot en op zoek naar een nachtelijke beschutting ging zij naar binnen. In het schemerige hol zag zij twee groene ogen, hoorde een brul en viel zij flauw. Eenmaal bijgekomen zag Maldonada dat de poema aan haar voeten bezig was met een pijnlijke bevalling. Met liefkozende woorden won de Spaanse het vertrouwen van het roofdier en begon zij zachtjes de rug en de flanken van het beest te masseren. De poema gedoogde haar hulp bij het ter wereld komen van twee kleintjes. Maldonada en de poema werden dikke vriendinnen: in ruil voor de bewaking van de kroost tijdens de jacht mocht Maldonada elke dag de maaltijd -een stuk rauw vlees- met de poema delen. Op een dag was Maldonada zich aan het wassen vlakbij het hol van de poema in de rivier. Zij had juist haar dorst gelest toen een groep indianen haar gevangen nam en afvoerde naar hun gebied. Zonder tegenstand liet zij zich meevoeren en werd zij een van de vrouwen van een stamhoofd. De Spanjaarden stroopten in 1537 wederom de omgeving leeg rond Buenos Aires. Kapitein Francisco Ruiz zag dat in een dorpje een van de indianen een Spaanse vrouw had en zette alles op alles om haar gevangen te nemen. Hij was nauwelijks geïnteresseerd in Maldonada´s verhaal. Woedend over de “ontrouw” van Maldonada aan de Spaanse groep verzon hij een straf waarbij hij ervoor oppaste dat hij zelf iemand van zijn eigen volk zou laten ombrengen. Francisco Ruiz veroordeelde Maldonada voor haar vlucht uit het Spaanse kamp en voor haar samenleven in de indiaanse -barbaarse- gemeenschap tot een natuurlijke dood in dit gebied waar ‘s nachts de roofdieren de dienst uitmaakten. Op een afstand van ongeveer twee kilometer van het indiaanse dorp werd zij vlakbij een kruispunt van roofdierpaden aan een boom vastgebonden om in het donker verslonden te worden. Na drie dagen kregen de soldaten van kapitein Francisco Ruiz de opdracht om te gaan kijken wat er van die “wilde” Spaanse vrouw over was. De soldaten stonden versteld! Zij troffen Maldonada levend aan. Aan haar voeten zat een poema met twee jongen. Na een paar grommen stond de poema op en ging met de twee kleintjes een eind verderop zitten om de soldaten de gelegenheid te geven haar te bevrijden. Maldonada wierp een dankbare blik naar haar poemavriendin voordat zij als vrije vrouw naar het Spaanse kamp liep. |
De
verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar
overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.