“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1546 Het Dessert

Karel V

 Karel V






Gonzalo Pizarro
 
Gonzalo Pizarro
 



 Bartolome de las casas

Bartolomé de
las Casas




 Blasco Nuñez de Vela

Blasco Núñez
de Vela





Pedro de la Gasca

 Pedro de la Gasca






Francisco de Carbajal

Francisco de Carbajal


                                   

Keizer Karel V maakte zich grote zorgen over de burgeroorlog in Peru. 

Gonzalo Pizarro, de broer van Francisco, de veroveraar van Peru, was in 1544 in opstand gekomen tegen de “Leyes Nuevas”, de nieuwe wetten die het leven voor de indianen moesten normaliseren. De invoering van deze wetten, een overwinning voor de geestelijke Bartolomé de las Casas, de beschermer van de inheemse bevolking, maakten korte metten met het uitbuiten van de inboorlingen. Het systeem van de “encomiendas”, de gebieden waar de Spanjaarden de indianen onder dwang aan het werk zetten of hen belasting lieten betalen “in ruil voor hun bescherming”, werden geleidelijk aan afgeschaft: Het erfrecht op deze gebieden verviel. De “encomiendas” van degenen, die in Peru tegen het gezag in opstand waren gekomen, werden geconfisqueerd. In wezen stelden de nieuwe wetten de inheemse bevolking gelijk met de “criollos”, de in Amerika geboren kinderen van Spaanse afkomst.   

Blasco Nuñez de Vela, de eerste onderkoning van Peru, die Karel V in 1544 had aangesteld, was door het gerechtshof van Lima verbannen naar Spanje. De rechters in de Spaanse kolonie konden niet aanzien hoe deze man met een verstikkende precisie toezag op de naleving van de “Leyes Nuevas”.  De onderkoning joeg iedereen in het harnas in de hoop dat hij dekking zou krijgen van de keizer. Nùñez de Vela was volgens de laatste berichten, die Karel V hadden bereikt, ontsnapt aan zijn begeleiders die hem naar Spanje moesten brengen en hij zou zich ergens in het noorden van Peru bevinden. Keizer Karel nam geen halve maatregelen: hij stuurde de beste landsadvocaat uit Europa naar Peru. Priester Pedro de la Gasca, die zijn sporen in Spanje ruimschoots had verdiend als onpartijdig jurist in complexe juridische processen, werd in mei 1546 uitgezonden om een einde te maken aan de burgeroorlog in Peru.

Gonzalo Pizarro genoot van de macht. Sinds hij op 18 januari 1546 bij de veldslag van Añaquito  het leger van onderkoning Blasco Núñez de Vela had verslagen was hij heer en meester van Peru. Hij liet zich leiden door twee adviseurs, die zoveel invloed op hem hadden dat hij alleen maar in hun bijzijn beslissingen nam. Pizarro liet nooit iemand executeren in afwezigheid van commandant Francisco de Carbajal, een rauwe militair in hart en nieren, die veertig jaar in Europa had gevochten. De andere adviseur was Cepeda, een ambitieuze advocaat, lid van de rechtbank van Lima, die openlijk de zijde van Gonzalo Pizarro had gekozen.

Landsadvocaat Pedro de la Gasca vernam bij zijn aankomst in Panama in juli 1546 tot zijn grote ontsteltenis dat de onderkoning bij de veldslag van Añaquito door een van de aanhangers van Gonzalo Pizarro was onthoofd. Hij kwam te weten dat alle havens van Peru in handen waren van Pizarro, die alle berichtgeving over Spanje onderschepte. De landsadvocaat op vredesmissie had er moeite mee dat Gonzalo Pizarro al meer dan driehonderd Spanjaarden had laten executeren in de korte tijd dat hij aan de macht was.

Pedro de la Gasca bewerkte de gouverneur van Panama, die een aanhanger van Pizarro was,  en hij kreeg van hem gedaan dat er een schip op weg naar Lima ging met belangrijke post voor de rebellerende Spaanse militair.

Gonzalo Pizarro hield van grote feesten in zijn paleis. Dit keer zou hij een groot diner geven voor de veertig kapiteins, die hem hadden gesteund in de opstand tegen de onderkoning. Vooraf zou hij de twee lange brieven laten voorlezen, die hij van landsadvocaat Pedro de la Gasca had ontvangen. Hij wilde de opinie van zijn mannen horen om hun trouw aan hem te kunnen testen.

De inhoud van de brieven -een staaltje van vredelievende en diplomatieke taal- was opmerkelijk: de jurist beloofde namens keizer Karel V een generaal pardon  voor Gonzalo Pizarro en zijn opstandelingen. Bovendien werden de nieuwe wetten, de “Leyes Nuevas”, voor een gedeelte teruggedraaid. Hierbij stelde de landsadvocaat dat het doel van de opstand was bereikt en dat er voor Pizarro geen reden was zijn opstandige houding te handhaven. Pedro de la Gasca schreef dat Pizarro met wapens tegen de onderkoning in opstand was gekomen en dat het volk hem had gesteund tegen deze gemeenschappelijke vijand. Als hij nu zijn houding niet zou wijzigingen dan zou dit uitgelegd kunnen worden dat hij de keizer tot vijand had verklaard. In dat geval zou de bevolking hem niet langer steunen. De landsadvocaat legde er de nadruk op dat er voor Gonzalo Pizarro en zijn volgelingen niet meer overbleef dan loyaliteit tegenover de keizer te betuigen en hem te gehoorzamen. 

De aanwezigen hadden aandachtig geluisterd naar de brieven die door rechter Cepeda vakkundig waren voorgelezen. De rechter, een radicale advocaat, wilde de indruk wekken dat hij de discussie zo objectief mogelijk zou leiden. Hij startte het debat met de volgende woorden:

“Laten wij vrijmoedig de moeilijke situatie onder ogen zien. Laat een ieder zijn mening geven en een standpunt innemen, temeer daar de gouverneur op zijn erewoord heeft beloofd dat hij niemand schade zal berokkenen. Evenwel: denk goed na voordat jullie iets beloven en trouw zweren, want hij die het vertrouwen beschaamd of hij die een onduidelijke koers in deze oorlog vaart zal dit met de dood bekopen”

Een paar minuten was het ijzig stil. Niemand van het gezelschap durfde als eerste zijn mening te geven. Tenslotte verbrak commandant Francisco de Carbajal de stilte:

“Wel, nu iedereen zwijgt zal ik het voortouw nemen. Het lijkt mij, mijne heren, dat het generale pardon getuigt van veel begrip voor onze opstelling. Ik denk dat wij dit aanbod moeten accepteren… Dit is mijn mening.”

Noch Gonzalo Pizarro, noch een van zijn naaste medewerkers hadden de militair ooit zo vergevingsgezind en evenwichtig horen praten. De commandant had een week eerder Pizarro nog op het hart gedrukt dat hij nooit tot een akkoord met Karel V zou kunnen komen. Het leek erop of hij eieren voor zijn geld had gekozen..

Cepeda was onthutst door het standpunt van Francisco de Carbajal: hij wist dat hij als partijdig jurist de doodstraf zou krijgen bij een akkoord tussen Pizarro en Karel V. De rechter, die bang was dat de meerderheid van de kapiteins de mening van commandant Francisco de Carbajal zou steunen, haastte zich door te zeggen: “Ik hoop dat God mij deze domme opmerking vergeeft, maar het lijkt erop dat de veldheer bang begint te worden van het priestertje.” De commandant voelde zich in zijn eer aangetasten hij schreeuwde woest:

“Bang! Bang! Wie zegt dat?”

Hij keek de gasten dreigend aan, kwam tot rust en vervolgde op een cynische ondertoon:

“Het beste is deze zaak niet al te zwaar te bekijken. Ik heb mijn mening gegeven en mijn standpunt bepaald zonder dat ik medestanders heb kunnen ontdekken. Ik zal het generaal pardon niet accepteren als al mijn vrienden dit ook niet doen. Dit is alles wat ik erover wil zeggen, want eigenlijk maakt het mij niet uit.”

Het ijs was nu gebroken. Alle officieren, behalve kapitein Diego Tinoco,  betuigden nu hun loyaliteit aan Gonzalo Pizarro en tevens verklaarden allen bereid te zijn om voor de goede zaak te sterven. Tijdens deze loyaliteitsbetuigingen siste commandant Francisco de Carbajal:

“Het loopt niet slecht. Toch zal ik ze aan het schrikken maken want ik zie liever daden dan woorden

De gasten waren tevreden bezig met het hoofdgerecht toen een lakei binnen kwam en een brief overhandigde aan Gonzalo Pizarro. Zonder de brief te lezen gaf hij deze door aan Carbajal en zei hem:

 “Lees dit even, mijn waarde. Laat het recht zegevieren want hier aan tafel zit een Judas!”

De commandant bekeek de brief, deed of hij diep nadacht, maakte de indruk alsof hij een moeilijke beslissing had genomen en stond op. Hij tikte lichtjes op de schouder van kapitein Tinoco en sprak op luide toon:

“Volg mij, mijn waarde, want ik moet u even onder vier ogen spreken!”

 De kapitein stond op en verdween samen met de commandant in een van de vertrekken van het paleis.

De wijn zorgde voor een vrolijke stemming. Elke kapitein bracht een persoonlijke toast uit op de toekomstige successen van leider Gonzalo Pizarro. De gouverneur, die zich gelukkig voelde met zoveel aanhankelijkheidsbetuigingen, kon niet vermoeden dat zij hem spoedig bijna allemaal zouden afvallen. 

Commandant Francisco de Carbajal kwam een kwartier later binnen met een grote zilveren overdekte schaal, die hij midden op de tafel zette. Alsof een trotse gerant was keek hij een officier aan en zei:

“En toen kwam het dessert. Mijn waarde: open de schaal!”

De officier tilde met zwier de deksel op van de schaal en allen, behalve Gonzalo Pizarro, slaakten een kreet van afgrijzen.

Daar lag het bloederige en zenuwtrekkende hoofd van kapitein Diego Tinoco.


 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina