“Petites
Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika
Deze
verhalen gaan over de achterkant van historische
gebeurtenissen, die door officiële
geschiedschrijvers zelden
vanuit de mens
zelf is verteld.
1558 Letters verraden |
||
|---|---|---|
![]() Quipu ![]() Francisco Pizarro ![]() Ploegossen ![]() Jerónimo de Loaysa Andrés
Hurtado de Mendoza |
De Inca’s en de volkeren die zij hadden
onderworpen kenden geen
schrift. De administratie van het rijk werd gevoerd met behulp van de
“Quipu”,
een database bestaande uit een knopenstelsel in touwtjes, waarin alle
gegevens
werden opgeslagen. De eerste boeken en brieven, die de inheemsen zagen,
zeiden
hun niets. Langzamerhand begonnen zij te begrijpen dat letters voor de
Spanjaarden een functie hadden al wisten zij niet hoe het werkte. ------- Antonio Solar was een geluksvogel. Zonder te hoeven deelnemen aan de veroveringstocht van Francisco Pizarro had hij vlakbij Lima in Barranco een landgoed van 12 hectare toebedeeld gekregen. De diensten van de ruim vijftig indianen, die bij het land hoorden, waren de garantie voor een behoorlijk leven. Het jaar 1557 was voor Antonio Solar bijzonder belangrijk: het koppel ploegossen was uit Spanje aangekomen. De indianen keken hun ogen uit naar deze reusachtige beesten, die voor hen de bevestiging waren dat de Spanjaarden op het land nooit wilden werken. Tegelijkertijd met de ossen waren zaden aangekomen van appels, abrikozen, citroenen, kersen, kweeperen, meloenen, granaatappels en noten zoals amandelen. Solar wilde in Lima aanzien genieten. Hij had een huis in het centrum dat hij ieder jaar met een verbouwing uitbreidde. Als gelovig man wilden hij de zegening van God over zijn hebben en houwen afsmeken door middel van de vriendschap met aarsbisschop Jerónimo de Loaysa. Plechtig beloofde Antonio Solar dat de geestelijke leider in 1558 een primeur zou krijgen: hij zou als enige de eerste meloenen van Peru mogen eten. Handenwrijvend bedacht hij hoe de aartsbisschop onderkoning Andrés Hurtado de Mendoza, Markies van Cañete, zou vertellen hoe lekker deze vruchten wel smaakten. Natuurlijk hoopte Antonio Solar vurig dat de onderkoning zijn grootste klant zou worden. De meloenen op het landgoed te Barranca waren rijp. De Spaanse opzichter van Antonio Solar zocht de tien mooiste uit en liet ze in twee houten kisten verpakken. Twee indiaanse dragers van het landgoed moesten de vracht naar het huis van Antonio Solar in Lima brengen, De opzichter gaf de dragers een opgevouwen vrachtbrief mee, waarin stond dat de lading bestond uit tien meloenen. De opzichter drukte de indianen op het hart zo snel mogelijk naar het huis van de baas te gaan. Na een paar kilometer rustten de twee dragers uit naast een lemen muurtje. De geur van de meloenen had hun nieuwsgierigheid gewekt maar hun plichtsbesef remde hen om een van de kisten open te maken. De oudste indiaan verbrak de tweestrijd tussen de trek in een exotisch maal en de angst om betrapt te worden. “Weet je dat ik heb uitgevonden hoe wij ervan kunnen eten zonder dat het ontdekt wordt!” sprak hij met overtuiging. “Laten wij de brief achter het muurtje verstoppen, want zo kan hij ons niet zien en ons dus ook niet verraden.” De jongste drager liet zich
uitleggen dat de letters in de brief een
soort geesten waren, die niet alleen als Zonder zich te
bedenken verstopte de oudste indiaan de brief achter het
muurtje en legde hij er voor alle “Broer:
wij gaan de fout in! Wij moeten de lading in evenwicht brengen want als
jij
vier meloenen aflevert Zo gezegd, zo
gedaan: de vrachtbrief werd weer achter een muurtje
gelegd voordat de tweede kist werd opengemaakt. Verheugd over de
verrassing voor de aarsbisschop nam Antonio Solar de
lading in ontvangst. “Dieven zijn jullie!” schreeuwde Solar
woest, terwijl hij de brief nog eens overlas. “Acht, en niet meer!”, antwoordden de
beide dragers dapper. “De brief vermeldt tien meloenen: jullie hebben er onderweg twee opgegeten! Allebei krijgen jullie twaalf stokslagen!” Na de afranseling zaten de twee indianen boos in een hoek van de patio van de woning van hun baas.“Zie je wel, broer, dat de geesten in de brief ons verraden hebben!”, zuchtte de jongste kribbig. |
Abrikozen Kweeperen
Meloenen ![]() Granaatappels
|