“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 


1558 Letters verraden


 Quipu
Quipu


 Francisco Pizarro
 Francisco Pizarro


Ploegossen
Ploegossen


Jeronimo de Loaysa
 Jerónimo de Loaysa


Andrés HurtadoAndrés Hurtado de Mendoza

    De Inca’s en de volkeren die zij hadden onderworpen kenden geen schrift. De administratie van het rijk werd gevoerd met behulp van de “Quipu”, een database bestaande uit een knopenstelsel in touwtjes, waarin alle gegevens werden opgeslagen. De eerste boeken en brieven, die de inheemsen zagen, zeiden hun niets. Langzamerhand begonnen zij te begrijpen dat letters voor de Spanjaarden een functie hadden al wisten zij niet hoe het werkte. 
                                                               -------
Antonio Solar was een geluksvogel. Zonder te hoeven deelnemen aan de veroveringstocht van Francisco Pizarro had hij vlakbij Lima in Barranco een landgoed van 12 hectare toebedeeld gekregen. De diensten van de ruim vijftig indianen, die bij het land hoorden, waren de garantie voor een behoorlijk leven. Het jaar 1557 was voor Antonio Solar bijzonder belangrijk: het koppel ploegossen was uit Spanje aangekomen. De indianen keken hun ogen uit naar deze reusachtige beesten, die voor hen de bevestiging waren dat de Spanjaarden op het land nooit wilden werken. Tegelijkertijd met de ossen waren zaden aangekomen van appels, abrikozen, citroenen, kersen, kweeperen, meloenen, granaatappels en noten zoals amandelen.
 
Solar wilde in Lima aanzien genieten. Hij had een huis in het centrum dat hij ieder jaar met een verbouwing uitbreidde. Als gelovig man wilden hij de zegening van God over zijn hebben en houwen afsmeken door middel van  de vriendschap met aarsbisschop Jerónimo de Loaysa. Plechtig beloofde Antonio Solar dat de geestelijke leider in 1558 een primeur zou krijgen: hij zou als enige de eerste meloenen van Peru mogen eten. Handenwrijvend bedacht hij hoe de aartsbisschop onderkoning Andrés Hurtado de Mendoza, Markies van Cañete, zou vertellen hoe lekker deze vruchten wel smaakten. Natuurlijk hoopte Antonio Solar vurig dat de onderkoning zijn grootste klant zou worden.

De meloenen op het landgoed te Barranca waren rijp. De Spaanse opzichter van Antonio Solar zocht de tien mooiste uit en liet ze in twee houten kisten verpakken. Twee indiaanse dragers van het landgoed moesten de vracht naar het huis van Antonio Solar in Lima brengen, De opzichter gaf de dragers een opgevouwen vrachtbrief mee, waarin stond dat de lading bestond uit tien meloenen. De opzichter drukte de indianen op het hart zo snel mogelijk naar het huis van de baas te gaan.

Na een paar kilometer rustten de twee dragers uit naast een lemen muurtje. De geur van de meloenen had hun
nieuwsgierigheid gewekt maar hun plichtsbesef remde hen om een van de kisten open te maken.
De oudste indiaan verbrak de tweestrijd tussen de trek in een exotisch maal en de angst om betrapt te worden.

“Weet je  dat ik heb uitgevonden hoe wij ervan kunnen eten zonder dat het ontdekt wordt!” sprak hij met overtuiging. “Laten wij de brief achter het muurtje verstoppen, want zo kan hij ons niet zien en ons dus ook niet verraden.”              

De jongste drager liet zich uitleggen dat de letters in de brief een soort geesten waren, die niet alleen als 
boodschapper dienst deden maar ook als wachters en spionnen.

Zonder zich te bedenken verstopte de oudste indiaan de brief achter het muurtje en legde hij er voor alle 
zekerheid een steen op. Enthousiast werd een kist opengemaakt. De eerste meloen werd door de twee letterlijk 
verscheurd. Nog nooit hadden zij zo’n lekkere vrucht gegeten.

Een paar kilometer voor Lima sprak de jongste drager:

“Broer: wij gaan de fout in! Wij moeten de lading in evenwicht brengen want als jij vier meloenen aflevert 
en ik vijf zal onze meester argwaan krijgen.” 

Zo gezegd, zo gedaan: de vrachtbrief werd weer achter een muurtje gelegd voordat de tweede kist werd opengemaakt. 
Zij smulden van de tweede meloen, deden de kist dicht en gingen welgemoed op pad naar het huis van hun baas in Lima.

Verheugd over de verrassing voor de aarsbisschop nam Antonio Solar de lading in ontvangst. 
Voordat hij de kisten liet openmaken las hij verheugd de brief waarin zijn opzichter hem mededeelde 
dat de zending tien meloenen bevatte.

“Dieven zijn jullie!” schreeuwde Solar woest, terwijl hij de brief nog eens overlas.

“Mijn opzichter stuurt mij tien meloenen en hier ontbreken er twee!”

“Acht, en niet meer!”, antwoordden de beide dragers dapper.

“De brief vermeldt tien meloenen: jullie hebben er onderweg twee opgegeten! Allebei krijgen jullie twaalf stokslagen!”

Na de afranseling zaten de twee indianen boos in een hoek van de patio van de woning van hun baas.

Zie je wel, broer, dat de geesten in de brief ons verraden hebben!”, zuchtte de jongste kribbig.

Abrikozen Abrikozen






Kweeperen 
Kweeperen






Meloenen Meloenen






Granaatappels
Granaatappels

 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina