“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1560, De trouwzieke onderkoning


 Andres Hurtado de Mendoza

Andrés Hurtado de Mendoza





Philips II

 Philips II


 




Juan Lopez de la Flor
 
Paleis van de onderkonig
 te Lima






Convento Santa Catalina Cuzco

Convento Santa Catalina
te Cuzco .




Koloniale Lima

Lima  koloniaal
De onderkoning van Peru, Andrés Hurtado de Mendoza, markies van Cañete, had iets van de nauwkeurigheid van zijn
baas Philips II. Was deze Spaanse vorst zeer nauwgezet en boekhoudkundig precies in staatszaken, de markies had
dezelfde benadering bij het uitvoeren van wat men toentertijd noemde “Huwelijken op Koninklijk Gezag”.


Andrés Hurtado de Mendoza was niet gesteld op vrijgezellen. Hij ging ervan uit dat mannen zonder binding alleen maar
het avontuur zochten en altijd bereid waren om tegen het gezag in opstand te komen. Hij zag het huwelijk als dè
natuurlijke rem op een turbulent leven.

“Als God niet wilde dat de mens alleen op aarde leefde, hoe kon een koning, die Gods vertegenwoordiger was,
dat dan wel toestaan?”,
was de redenering.

Kortom: Er moest getrouwd worden! 

De onderkoning was op een middag in Lima op bezoek bij rechter Santillán, waar hij diens nichtje Beatriz leerde kennen. 
Zij was een knappe en aantrekkelijke weduwe van achter in de twintig met een goede ontwikkeling en zonder kinderen. 
Haar overleden echtgenoot had haar netjes achtergelaten: zij genoot een voor die tijd fantastische uitkering zodat 
zij zich gemakkelijk kon kleden naar de laatste mode. De onderkoning genoot van haar conversatie  en was gecharmeerd 
van de hartelijkheid die zij uitstraalde. In gedachten zocht de onderkoning naar een huwelijkskandidaat. “Maar wie?”

Met een zorgvuldigheid, die Philips II zo kenmerkte, ging hij alle vrijgezellen van de stad Lima en omstreken na. 
Natuurlijk wilde hij getuige zijn bij het huwelijk van Beatriz en vanzelfsprekend rekende hij erop dat hij peetvader 
van een van de kinderen van Beatriz zou worden. Hij wilde voor haar de beste huwelijkskandidaat van de wereld. 
Na lang peinzen, wikken en wegen kwam hij uit bij de drieëndertigjarige Diego López de Zúñiga, een 
aantrekkelijke en avontuurlijke vrijgezel uit een goede, maar verarmde adellijke Spaanse familie. Diego had in 
het verleden wel eens deel genomen aan relletjes in Lima. Hij was altijd te vinden bij degenen, die protesteerden 
tegen de vriendjespolitiek, die bedreven werd bij het toekennen van gronden aan de burgers van het koloniale Spanje.

“Het is jammer”, -dacht de onderkoning hardop, “dat deze opmerkelijke vrijgezel straks aan de galg gaat eindigen. 
Of hij nou wil of niet, ook al spartelt hij tegen: ik zal hem laten trouwen en ik zal hem redden!”

De onderkoning nam zijn besluit: hij liet Diego López de Zúñiga onmiddellijk bij zich ontbieden.

De huwelijkskandidaat was nauwelijks het paleis binnen of de onderkoning stak van wal:

“Mijn waarde heer Diego. Kijkt u eens wat u aan het doen bent! Hou nou eens op met die gekkigheden. 
Als het erop aankomt dat u een positie en geld waardeert dan zal ik mij graag bezig houden om uw slechte lot te 
veranderen in een goed lot.”

Diego bedankte de onderkoning beleefd voor de ontvangst en stak een steekhoudend verhaal af over de 
corruptie bij het toekennen van grond aan mensen, die nauwelijks iets voor de kolonie betekenden. 
Hij kwam met voorbeelden, namen en lichtte toe dat zijn verdiensten, die vergeleken bij de anderen beslist 
positief afstaken, beloond waren met een stuk grond waar je nauwelijks van kon leven.

“De vriendjespolitiek beloont rijkelijk en ik ben tot nu toe afgescheept met een fooi!”, concludeerde hij zakelijk.

Welwillend had de onderkoning de klachten van  Diego López de Zúñiga aangehoord. Hij keek zijn gast strak aan en zei:

“U hebt volkomen gelijk, mijn waarde. Maar het ligt niet in mijn handen uw een dienst te bewijzen op kosten van de staat, 
want het verdelen van baantjes is als geplunderde mijn. Kom morgen terug, mijn waarde, en u zult zien dat wij elkaar 
begrijpen! U zult niet alleen rijk zijn, maar de mensen zullen ook jaloers op u zijn!”

Diezelfde nacht ging de onderkoning naar het huis waar Beatriz woonde. Hij vertelde de verraste weduwe dat hij 
zich had voorgenomen om haar te laten trouwen met de beste huwelijkskandidaat van Lima en omstreken, maar dat hij 
bij zijn voorstel van haar verwachtte zij dit gehoorzaam zou accepteren. Opgewonden vroeg de jonge vrouw wie de 
kandidaat was. Toen zij hoorde dat het ging om Diego López de Zúñiga was zij in de wolken. Met tranen in de ogen 
omarmde de dolgelukkige Beatriz de koninklijke huwelijksmakelaar.

Diego López de Zúñiga was de volgende ochtend stipt op tijd voor de afspraak op het koninklijke paleis. 
De onderkoning ontving hem enthousiast en zei lachend:

“Kom hier, gelukkige man! Je zult in de lucht springen als je hoort wat ik voor jou in petto heb! Kent u Beatriz Santillán?”

“Een prachtig mooie dame, voor zover ik weet”, antwoordde Diego droogjes.

“En rijk, en zonder kinderen en zonder schoonmoeder”, voegde de onderkoning er gladjes aan toe.

“Lijkt het u een kat in de zak?”

“Nee mijnheer. Beatriz is voor mij een fantastische vrouw!”

“Ik ben blij dit te horen. Wilt u haar als echtgenote?”

Diego López de Zúñiga voelde zich overvallen door deze directe vraag. Na lang aarzelen antwoordde hij zelfbewust: 
“Nee. Mijnheer de Onderkoning”.

De onderkoning verslikte zich en hoopte maar dat hij het niet goed verstaan had. Wanhopig riep hij: “Wat!, Hoe kan dit nu?”

“Wel: ik wil niet trouwen met Beatriz. Meer niet!”.

“Wat? Je trouwt ermee of de duivel zal er met je vandoor gaan, boef, die je bent!”

“Als het nodig is, mijnheer de Onderkoning,  dan laat ik mij hangen…, maar ik zal niet met haar trouwen!”

“Ik laat je hangen!”, schreeuwde de vertegenwoordiger van Philips II buiten zichzelf van woede.”

De onderkoning was er de man niet naar om tegengesproken te worden. Woedend begon hij door de kamer te 
ijsberen om zijn  gedachten te ordenen. Na een paar lange zuchten hervond hij min of meer zijn kalmte. Hij ging 
vlak voor Diego López de Zúñiga staan en vroeg hem op de man af: “Heeft u, mijn waarde, iets aan te voeren tegen 
de eerlijkheid of tegen de verdienstelijkheid van Beatriz?”

“Laat de hemel mij vrijwaren ook maar bij het minste aan haar verdiensten te twijfelen! Geloof mij, mijn waarde, 
als er ook maar iemand iets van haar zou zeggen zou ik onmiddellijk zijn tong afsnijden! Ik trouw niet met haar 
want ik ben arm en zij is rijk. Ik  verdraag geen vrouw die mij onderhoudt!”,
aldus een koppige Diego López de Zúñiga.

De onderkoning was razend over zijn mislukte huwelijksvoorstel: Hij liet Diego López de Zúñiga onmiddellijk in 
de gevangenis  opsluiten.

Beatriz hoorde van haar oom dat haar huwelijkskandidaat in de gevangenis was gegooid. Na de dood van haar 
oom voelde zij zich in Lima niet veilig meer door de mislukte poging van de koninklijke huwelijksmakelaar 
Andrés Hurtado de Mendoza. Zij vertrok naar Cuzco waar zij in 1560 als non toetrad in het klooster Santa Catalina.

Geen enkele rechter in Lima zag een reden om Diego López de Zúñiga tot de galg te veroordelen of hem een 
andere straf op te leggen.

Verbolgen over zijn juridische nederlaag en in een poging zijn gezichtsverlies te beperken verbande de 
onderkoning van Peru Diego López de Zúñiga wegens staatsgevaarlijke activiteiten naar Spanje.

 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina