“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1599 De verloren Republiek Zambo

 Ecuador

Ecuador






 Nederlandse piraten
 Nederlandse piraten









 schipbreuk esmeraldas









 Richard hawkins

Richard Hawkins





Gaspar de Zuniga y Acevedo
Onderkoning Gaspar Zúñiga y Acevedo


 Mulatos Esmeraldas

De Heren “Mulatten” van Esmeraldas

Niet de Spanjaarden maar Afrikaanse negers hebben een gebied bijna zo groot als een derde van Nederland in noordwest Ecuador veroverd: zestien mannen, een jongetje van tien jaar plus zes vrouwen, allen slaven uit Guinee. Zij drukten een stempel op de provincie Esmeraldas: Zij noemden hun nazaten -de kinderen uit de gemengde huwelijken van Afrikanen en indianen- Zambo’s. De naam Zambo is afgeleid van een heel oud gebruik in Guinee en omstreken: de eerstgeboren zoon werd vroeger altijd Zambo of Sambo genoemd.

De Spaanse bemanning was hondsmoe van de tocht in het slechte weer langs de Colombiaanse ontoegankelijke kust. Het schip was in oktober 1533 vertrokken uit Panama op weg naar Lima met aan boord drieëntwintig slaven uit Guinee. Iedereen was blij toen  de kapitein, na dertig dagen aanlegde in een rustig baaitje van de huidige provincie Esmeraldas. Op twee man na ging iedereen van boord om proviand en water in te slaan.

Terwijl de Spanjaarden aan wal de slaven leidden bij het zoeken van proviand en het inslaan van water stak er een hevige storm op. Het schip sloeg te pletter op de rotsen en de twee mannen, die aan boord gebleven waren, konden ternauwernood aan de dood ontsnappen: Zij konden amper wat persoonlijke bezittingen meenemen plus een prachtige monstrans, bestemd voor het Dominicanenklooster in Lima.

De schipbreuk was voor de slaven de poort naar de vrijheid. Onder leiding van een zekere “Anton” vluchtten zij het oerwoud in. Voor de Spanjaarden -geheel ontmoedigd en zich bijzonder kwetsbaar voelend- bleef er niets anders over om -in afwachting van betere tijden- de kostbare monstrans te begraven. Bijna ziek van ellende begaven zij zich op weg naar de stad Porto Viejo. Alleen maar één Spanjaard kwam in deze stad aan.

“Anton” was een geboren leider. Hij sloot onmiddellijk een bondgenootschap met de Pidi-indianen: De Afrikaanse mannen zouden als ervaren krijgers de Pidi’s beschermen tegen de aanvallen van indiaanse stammen. Al spoedig ontstond er een breuk in het bondgenootschap: De Pidi’s vonden dat de Afrikanen teveel beslag legden op hun vrouwen en  goederen. De spanningen liepen zo hoog op dat de Pidi’s op een nacht zes Afrikanen vermoordden. De poging van de Pidi’s om de volgende dag alle Afrikanen af te maken werd door “Anton” hard beantwoord: Door het tonen van een ongekende wreedheid zaaide hij terreur in de gehele provincie en ontwikkelde hij zich tot de absolute leider van de streek.

Het gerucht van een Afrikaanse vrijplaats in Ecuador verspreidde zich in Zuid-Columbia en in Ecuador. Gevluchte slaven uit deze gewesten, waaronder ook in Spanje geboren Spaanssprekende Moren, vestigden zich in Esmeraldas. Ook zij aanvaardden de heerschappij van “Anton” tot diens dood. Het overlijden van “Anton” veroorzaakte een bloedige machtsstrijd in de Guinese groep: De overlevenden - zeven mannen en drie vrouwen- vluchtten weg uit Esmeraldas en trouwden met indianen van andere stammen uit de kuststreek. De Zambo-cultuur begon zich uit te spreiden in Ecuador.

Het eerste officiële contact tussen de Spanjaarden en de Zambo-cultuur vindt plaats in 1577 als de priester Miguel de Cabello Balboa de leider van de gemeenschap ontmoet bij de monding van de Esmeraldas rivier. Het blijkt de in Sevilla geboren en Spaans sprekende Moor Alonso Illescas te zijn. Uit een Spaanse kroniek valt op te maken dat Illescas, zijn indiaanse echtgenote, hun kinderen, hun bedienden plus een groot aantal met goud beladen indianen en “Mulatten*” op het strand een mis bijwoonden. Hierbij legden zij op het geïmproviseerde altaar gouden voorwerpen als offerandes.

Alonso Illescas nam na de mis op een diplomatieke manier afscheid van de Spaanse geestelijke. Hij vertelde hem dat hij vooraanstaande burgers uit andere dorpen zou sturen “teneinde religieuze instructies te ontvangen”. Toen na verloop van tijd niemand kwam opdraven nam Miguel de Cabello Balboa zelf het initiatief voor een ontmoeting. Hij voer met een kano de Esmeraldas rivier op. Na ongeveer 4 km. stroomopwaarts vond hij een plek waar meer dan honderd kapot geslagen kano’s lagen en even verderop zag hij een groot aantal vernielde fruitbomen. Voor de Spaanse pater waren de tekens duidelijk: Men wilde geen contact meer.

De provincie Esmeraldas raakte voor de Spanjaarden in de vergetelheid totdat Hollandse en Engelse piraten op het einde van de zestiende eeuw de kust onveilig maakten. Het Koninklijke Gerechtshof van Quito stuurde rechter Juan del Barrio de Sepúlveda, die van 1597 tot 1600 verantwoordelijk was voor de veiligheid in het gebied. Op een van zijn eerste reizen in 1597 ontmoette de rechter in het plaatsje San Mateo de twee Zamboleiders, Francisco de Arobe en Sebastián de Illescas**. Beiden waren de onbetwiste heersers over het gebied van Ecuatoriaanse noord-Manabí tot het Colombiaanse Barbacoas. Rechter Juan del Barrio de Sepúlveda was zeer onder de indruk van de beide heren, die verstaanbaar Spaans spraken. De Spanjaard had er alle belang bij deze heren te vriend te houden: de kust van Ecuador was een kwetsbare plek voor de schepen die voeren tussen Panama en Lima.

Het duurde twee jaar eer dat de beide Zamboleiders overgehaald konden worden hun opwachting in Quito te maken. Doel van de Spaanse rechter was in Quito een aantal festiviteiten ter ere van Francisco de Arobe en Sebastián de Illescas te organiseren, waarbij het hoogtepunt zou zijn de erkenning door beide leiders van het gezag van de Spaanse koning en de acceptatie van het christendom door hun onderdanen. Ondanks de “massages” van de Spaanse geestelijke Diego de Torres hielden beide heren het hoofd koel. Zij waren zich bewust van de door hun voorouders veroverde status van vrijheid en zij beseften terdege dat de Spanjaarden op het gebied van wapens technisch superieur waren.

De delegatie uit het Zambogebied werd in 1599 groots ontvangen in Quito. In de stad ging het gerucht dat de Zambo’s de heersers waren over meer dan honderdduizend mensen: In werkelijkheid ging het maar om ongeveer tweeduizend bewoners. Kosten noch moeite werden gespaard om het de gasten naar de zin te maken. In de wetenschap dat zij een belangrijke gemeenschap vertegenwoordigden op een uiterst strategisch gelegen gebied werden de Zambo’s overladen met geschenken, zoals prachtige kleren, kruiken wijn en dekens. Op plechtige wijze werd Francisco de Arobe door het Koninklijke Gerechtshof,het hoogste bestuursorgaan van de provincie Quito, tot gouverneur van Esmeraldas benoemd. Deze historische gebeurtenis, die voorkwam dat de Republiek Zambo werd uitgeroepen, is vastgelegd door de indiaanse schilder Andrés Sánchez Gallque, leerling van de Vlaamse pater Peter Goltzius uit de Quiteense schilderschool. Op het schilderij: “ De Heren Mulatten* van Esmeraldas, Ecuador”, staat in het midden Francisco de Arobe (56 jaar), rechts van hem zijn zoon Pedro (22 jaar) en links van hem zijn zoon Domingo (18 jaar). De drie heren, allen geboren in Esmeraldas, lieten zich in Quito aanspreken met de deftige Spaanse titel: “Don”.

De deal tussen de Zambo’s en de Spaanse overheid in Quito was dat de Spanjaarden geen arbeid zouden eisen en geen belasting zouden innen van de bewoners van Esmeraldas. De Zambo’s op hun beurt zouden Spaanse geestelijken toelaten in hun gebied en zouden Spaanse schepen van proviand en water voorzien. Spanjaarden, die schipbreuk leden, zouden volgens het akkoord veilig naar Quito gebracht worden.

Uit de literatuur is weinig over de Zambo’s bekend. De Engelse zeevaarder Richard Hawkins beschrijft in zijn scheepsjournaal dat Sebastián de Illescas, na een gevecht van drie dagen in de monding van de rivier Verde, bij de overgaven van zijn schip bemiddelde tussen hem en de Spanjaarden. Ook beschrijft Hawkins dat -voordat er een Zambo tot gouverneur van Esmeraldas werd benoemd- Sebastián de Illescas met Zambo’s en met steun van indianen vocht tegen de Spanjaarden.

Volgens Spaanse kronieken werd Esmeraldas in 1605 getroffen door een machtsstrijd tussen rivaliserende “Mulatten” en hun indiaanse aanhang. De Spaanse autoriteiten waren teleurgesteld in de houding van gouverneur Francisco de Arobe omdat hij de gevechten tussen zijn onderdanen niet kon voorkomen. In 1606 meldde een Spaanse onderzoeker dat Don Francisco de Arobe en zijn volk dronkaards waren. Hierbij tekende de onderzoeker ook aan dat de Zambo’s diep in hun hart geen christenen waren.

Francisco de Arobe is gouverneur van Esmeraldas geweest tot aan zijn dood in 1606. Het is de vraag of het Koninklijke Gerechtshof te Quito ooit de Spaanse onderkoningen in Lima - Luis de Velasco en Gaspar Zúñiga y Acevedo- op de hoogte heeft gesteld van de benoeming van Francisco de Arobe tot gouverneur van Esmeraldas. Volgens de Spaanse  wetgeving konden mensen die niet in Spanje geboren waren in die tijd geen belangrijke functie vervullen in het bestuursapparaat van de kolonie.

*  Mulatten”. Lees: “Zambo’s”: afstammelingen van een neger als vader en een indiaanse moeder.

** Sebastián de Illescas: vermoedelijk een zoon van de Moor Alonso Illescas uit Sevilla, de opvolger van “Anton” uit Guinee.


 Guinee

Guinee






Engelse piraten
Engels piratenschip








 audiencia de quito
 : Koninklijk Gerechtshof te Quito, 1605
 








Luis de Velasco
Onderkoning
Luis de Velasco




 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina