|
Het
gebrek aan
financiële middelen van de Spaanse Kroon aan het einde van
de
zestiende en
gedurende de gehele zeventiende eeuw zorgde er voor dat de
regeringsfuncties
terecht kwamen in handen van de meest biedenden
Er was onder de
Spanjaarden een levendige handel in ambtenarenbanen
om
de toekomst van de kinderen
veilig te
stellen.
De
meeste
ambtenaren hadden weinig oog om de koloniale gemeenschap te
dienen.
Ze
waren
meer bezig hun geïnvesteerde geld in hun baan terug te winnen
dan zich te
bekommeren om de noden van de burgers. Op deze manier zijn de
“Repartimientos
de Mercancías”, de “Verdelingen van de
Handelswaar” ontstaan; een akkoord
tussen hoge ambtenaren en zakenlieden, waarbij de indianen verplicht
werden
goederen
te kopen, die geen afzet vonden in de markt. Zo werden
inheemsen soms
gedwongen
bedorven wijn, uitgelopen graan en afgereden muilezels te
kopen voor
drie tot
vier maal de prijs van de oorspronkelijke waarde als deze in
uitstekende staat geweest
zou zijn.
12
december
1602 was voor de
Spanjaarden in Cuzco
een heuglijke dag. Vanuit de haven
Callao bij Lima was over land een
zending
aangekomen, die besteld was door onderkoning
Luis de Velasco, een man
die dol
was op kramerijen. In de lading zaten acht kisten met
brillen met de
opdracht
deze zo snel mogelijk te verkopen. Tegelijkertijd met de
zending
bereikte Cuzco
het grote nieuws uit Spanje: Margaretha von Stiermarken, echtgenote
van
koning
Philips III, had op 22 september 1601 in Valladolid het leven
geschonken aan
het
eerste kind, dochter Anna.
Gabriel
Paniagua de Loaiza, de lokale gouverneur van Cuzco en omstreken,
besloot dat
de
geboorte van Anna uitgebreid gevierd moest worden. De stad werd
versierd met
feestverlichting, er zou een stierengevecht worden georganiseerd en het
klokje
van het
klooster Santo Domingo -het enige klokje in de stad- zou
herhaaldelijk
geluid worden.
Tevens nam de gouverneur de beslissing dat alle indianen
in zijn
ambtsgebied op zondag
16 januari 1603 een bril op moesten hebben
tijdens de mis
ter ere van de gezondheid van
de koningin-moeder, die haar onderdanen
had
verrijkt met prinses Anna.
Op
de bewuste
zondag woonden alle indianen de mis bij met een bril op.
Zwijgend
hadden zij zich onderworpen aan de kwelling van een troebel
beeld,
veroorzaakt
door glazen die ontworpen waren voor een scherp zicht.

|