“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1643  Blanken willen alleen maar Goud

 Hendrik Brouwer
 Hendrik Brouwer



Johan Maurits van Nassau
 Johan Maurits van Nassau

 

La Mocha
La Mocha 



 Chiloe
Chiloé



 Chiloe
Chiloé



Frederik Hendrik van Nassau
 Frederik Hendrik van Nassau



Pedro de Valdivia
Pedro de Valdivia




De Nederlanden hadden in het begin van de zeventiende eeuw de hoop dat het wereldrijk van de
Spanjaarden zou instorten. Met gevoelige “prikacties”, zoals de verovering van de zilvervloot door
Piet Heyn in september 1628, hoopten de Nederlanders dit proces te versnellen. Om een einde te
maken aan het Spaanse rijk, waarin de zon nooit onderging, werd er in de Nederlanden en
tegelijkertijd in Nederlands Brazilië een plan uitgebroed om Spanje uit het goudland Peru te verdrijven.

Hendrik Brouwer, oud-gouverneur van Nederlands Indië van 1632 tot 1636, werd eind 1642 als
gouverneur generaal in dienst van de West Indische Compagnie naar de westkust van Zuid-Amerika
gestuurd om de Spanjaarden te bestrijden. Op weg daarheen bezocht Brouwer eerst Nederlands
Brazilië voor overleg met gouverneur Johan Maurits van Nassau. Op grond van eerdere
vriendschappelijke contacten tussen de Nederlanders en de Araucanen* in Chili kwam hij met het plan
om door middel van een bondgenootschap met hen Peru te veroveren.
 Johan Maurits van Nassau keurde het veroveringsplan goed en ging akkoord met het idee van Brouwer
de Araucanen te bekeren tot het protestantse geloof en tevens te onderzoeken of er zilvermijnen waren.

Brouwer vertrok samen met Elias Herckmans op 15 januari 1643 vanuit Recife. De Nederlandse vloot
telde vijf schepen met ongeveer vierhonderd man: Nederlanders, Fransen, Engelsen, Duitsers en een
handvol Portugezen uit Pernambuco. Net zoals de vorige contacten tussen de Nederlanders en de
Araucanen stak deze vloot eerst zijn licht op bij de bewoners van de eilandjes La Mocha** en Santa María.

Daar hoorde men in april 1643 dat de stad Valdivia, die in 1599 op de Spanjaarden werd veroverd, nog
steeds in handen was van de Araucanen. Dit nieuws deed Hendrik Brouwer goed want hij zag deze stad
als een ideale plaats voor de vestiging van een Nederlandse kolonie en als uitvalsbasis voor de verovering
 van Peru. Voorts was het stadje Castro, dat in 1600 door Nederlanders was veroverd, weer in Spaanse
 handen. Brouwer wilde Castro veroveren omdat deze hoofdstad van de Chiloé-archipel een belangrijk
strategisch punt was op de route van de Straat van Magelhaes naar Peru, de Filipijnen en de Molukken.
Afgesproken werd dat de Nederlanders eerst de twee Spaanse garnizoensstadjes Carelmapu en San
Miguel de Cabulco zouden innemen voordat Castro zou worden aangevallen.

De garnizoensstadjes Carelmapu en San Miguel de Cabulco werden vanuit zee zonder al te veel moeite
veroverd in mei 1643. Castro werd begin juni in brand gestoken; de bewoners vluchtten de bossen in.
De Araucanen waren enthousiast over de Nederlandse overwinningen in hun gebied. Een delegatie
stamhoofden uit Carelmapu en omstreken bezocht eind juli de vloot. Het stamhoofd Felipe toonde
vol trots het hoofd van een Spanjaard, die hij twee weken eerder had gedood. De Araucaanse delegatie
vertelden de Nederlanders dat men al tweehonderd Chilenen had verzameld om samen met de Nederlanders
naar de steden Valdivia en Osorno te gaan.

Op de Nederlandse vloot werden voorbereidingen getroffen om naar Valdivia te vertrekken. Hendrik Brouwer
deed geen moeite meer om te verbergen dat hij ernstig ziek was: Hij overleed in zijn hut op 7 augustus 1643
in de ochtend. De gouverneur generaal van de West Indische Compagnie had slechts een wens: Zijn stoffelijk
overschot zou moeten worden begraven in Valdivia, de eerste Nederlandse stad in Chili. Elias Herckmans,
de opvolger van Hendrik Brouwer, heeft er persoonlijk op toegezien dat dit op een waardige manier gebeurde.

De nieuwe gouverneur generaal van de West Indische Compagnie Elias Herckmans kwam eind augustus 1643
met bijna vijfhonderd Araucanen, mannen, vrouwen en kinderen in Valdivia aan. Zij troffen een totaal
verwaarloosde Spaanse stad aan met vierhonderdvijftig huizen, waarvan hele wijken door planten
overwoekerd waren. De indiaanse bewoners van Valdivia kwamen in grote getale aan boord waar zij zich
verbaasden over de constructie van de schepen. De Nederlanders moesten hen erg in de gaten houden want
de Araucanen probeerden alles wat van metaal was mee te nemen. De Araucanen namen de voedselvoorziening
 voor de Europeanen als iets vanzelfsprekends voor hun rekening.

Elias Herckmans’ grote moment was aangebroken: Hij wilde de geschiedenis ingaan als de “stichter” van de
Nederlandse stad Valdivia, die een hecht bondgenootschap met de Araucanen zou sluiten tegen het vijandige
Spanje. In zijn toespraak, eind augustus 1643, tot de stamhoofden van Valdivia en Osorno, die met
twaalfhonderd man waren komen opdagen, ging hij uitgebreid in op de oorlog van de Nederlanders, die sinds
1550 tegen Spanje vochten. Hij legde uit dat Nederland een bondgenootschap met de Araucanen voorstond
en dat hij daarom wapens uit Europa had meegebracht, zoals kanonnen, geweren, buskruit, munitie, lansen,
zwaarden, sabels en andere zaken. Aan elk stamhoofd werd een brief van Frederik Hendrik van Nassau,
de Prins van Oranje, uitgereikt. Deze werd voor iedereen vertaald en elke Araucaanse leider, van hoog tot
laag, was zo ontroerd dat hij de brieven van de prins begon te kussen*.

Na dit formele gedeelte stelde Herckmans voor dat er in Valdivia voor de veiligheid van beide partijen een
groot en sterk fort zou moeten worden gebouwd. Vanuit dit fort zou Valdivia tegen de Spaanse vijand
verdedigd moeten worden. De nieuwe gouverneur generaal besloot zijn rede met de voorzichtige woorden
dat men de bedoeling had de Europese wapens te ruilen tegen goud, dat in sommige streken van Chili
overvloedig aanwezig was.

Er viel even een dreigende stilte.

Als één man stonden de stamhoofden op en beweerden zij allen dat zij niets van goudmijnen afwisten.
Ze legden uit dat ze al jaren niets mee van dit metaal fabriceerden. Voorts vertelden zij dat jaren geleden
de Spanjaarden hun voorvaderen erg hadden mishandeld als zij vonden dat de Araucanen niet genoeg
goud opbrachten. Zij lieten allen blijken dat zij huiverden bij de gedachten aan het leed van hun voorvaderen.

Vanaf die dag stagneerde de voedselaanvoer voor de Europeanen.

De voedselschaarste werd zo erg dat Herckmans besloot eind october 1643 naar Pernambuco, Nederlands
Brazilië, terug te keren. Officieel zou hij gouverneur Johan Maurits van Nassau vertellen dat hij versterking
nodig had omdat hij zich met de overgebleven driehonderdzestig Europese mannen in Valdivia te kwetsbaar
voelde om daar vandaan Peru te gaan veroveren. De echte reden van zijn vertrek was dat hij de Araucanen
niet meer vertrouwde. Elias Herckmans oogstte met zijn verhaal over Chili in Nederlands Brazilië alleen maar
ongeloofwaardigheid. Het Nederlandse plan om vanuit Valdivia Peru te veroveren ging hiermee voorgoed verloren.

De Araucanen waren geschrokken van de verborgen agenda van de Nederlanders, die een ingewikkelde
onderneming hadden opgezet om aan goud te komen. Zij herinnerde zich de verhalen uit de orale traditie hoe
Pedro de Valdivia, de veroveraar van Chili, in 1553 vierhonderd Araucanen hun oren en hun neus liet afslaan
omdat zij niet genoeg goud afleverden. Met de verovering van Valdivia in 1599 hadden de Araucanen bewust
 met hun goudkultuur gebroken. Alle Spanjaarden in de stad werden in de gevechten vermoord, behalve de
gouverneur. Hij kreeg een speciale behandeling: men goot vloeibaar goud in zijn mond en in zijn oren.
Zijn schedel werd als beker gebruikt voor chicha, de inlandse alcoholische drank. De botten van zijn benen dienden
als overwinningstrompetten.

* Auracanen: Spaanse naam voor Mapuche Indianen. De Nederlandse zeevaarders zijn de eerste Europeanen die
de Araucanen Chilenen noemen, de bewoners van “Chile”, het Amayráwoord voor (het land van de) horizon.


** De eerste contacten in november 1599 op La Mocha van de expeditie Jacques Mahu en Simon de Cordes
werden de Nederlanders fataal. Een aantal Nederlanders, dat blij was met inlichtingen van de eilandbewoners
over de Spanjaarden op het vasteland, gaf een feest op het strand om de vriendschappelijke betrekkingen luister
bij te zetten. Plotseling werden alle zevenentwintig Nederlanders, de Antwerpenaar Simon de Cordes incluis,
doodgeknuppeld. De reden van deze slachtpartij was dat de Nederlanders de Araucanen een paar verrekijkers
hadden gegeven. Zolang de verrekijkers dingen dichterbij brachten zoals huizen of beesten was het goed.
Toen de Araucanen de verrekijkers richtten op varende Spaanse schepen en zij deze vlakbij zagen werd alarm
geslagen. Zij dachten dat deze instrumenten de vijanden, waarvoor zij naar dit eiland waren gevlucht, dichterbij
brachten. Hierop besloot men alle Nederlanders om te brengen.

*** Chile a la Vista: Navegantes Holandeses del Siglo XVII, Dibam, Dirección Bibliotecas, Archivos y Museos,
+ Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden, Santiago de Chile, 1999, blz. 94. De hier aangehaalde
informatie uit het Scheepsjournaal van de Expeditie Brouwer van 1634 dat de Araucanen de brief van Frederik
Hendrik van Nassau, de Prins van Oranje, gekust zouden hebben is ongeloofwaardig. Indianen in Zuid Amerika
hebben tijdens de koloniale periode nooit van de Spanjaarden de traditie overgenomen om voor hen belangrijke
symbolen te kussen, zoals bijvoorbeeld de vlag. Inheemsen hebben in het openbaar nooit via lichaamstaal
genegenheid getoond, laat staan dat zij “en public” een document geknuffeld zouden hebben door dit te kussen.


    Chiloe                                          Chiloe

 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina