“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1807 Onverenigbare Werelden

 Bosque Montevideo







Charrua Indiaan
 Charrúa Indiaan









Cacique Charrua
Charrúa stamhoofd








 kaart Uruguay Argentina









keuken 18e eeuw
Uruguayaanse keuken eind 18de eeuw






Toros delidia




Montevideo antiguo

Montevideo eind 
18de eeuw

Francisco Larrobla, een brave burger van Montevideo, was ontroostbaar. Zijn negenjarige zoon Raimundo was onvindbaar. Als brave huisvader had hij dagen in de velden rond de stad gezocht naar sporen van zijn kind. 

Raimundo was van kinds af aan een vrijbuiter. Op het lagere schooltje toonde hij zich een leider in spé, die graag in de natuur op strooptocht ging. Zijn vriendjes droegen hem op handen. Elke middag ontsnapte hij met zijn kameraadjes uit de stad op zoek naar avontuur. Hij zorgde er voor dat zij elkaar nooit uit het oog verloren. “Samen uit, samen thuis”, die spreuk zorgde voor de veiligheid van de jongens. Op een kwade dag in 1780 ging de spreuk niet meer op: angstig keerde een groep jongetjes naar huis. Hun vriendje Raimundo was zo maar in het niets verdwenen. Niemand had hem zien weggaan. Opeens was hij er niet meer! 

Een jaar lang rouwde de familie Larroba om het verlies van Raimundo. Vader Francisco, die een paar maal werd benoemd als gemeenteraadslid van Montevideo, bleef maar speuren naar zijn zoon. Elke dag dacht hij aan Raimundo en elke dag accepteerde hij met een zucht dat het leven verder ging. 

Niemand in de stad Montevideo keek in 1805 op van het nieuws dat de soldaten van de Spaanse koning Karel IV van Bourbon in de pampa van de provincie Buenos Aires een plunderende Charrúa-indianenstam hadden verslagen. Hierbij was de hoofdman gewond geraakt en vlak voordat hij door de militairen zou worden afgemaakt had hij nauwelijks verstaanbaar “Cristiano Roble” uitgeroepen. Bij het horen van deze woorden, die het stamhoofd steeds herhaalde, ging er bij de soldaten een licht op: zij vermoedden dat hij een christen was die gedwongen onder de indianen had moeten leven. Daarom lieten  zij de hoofdman in leven en voerden hem naar een kazerne in de stad Buenos Aires voor nader onderzoek. 

Juan Francisco Larroba, een jongere broer van de verwenen Raimundo, stond in Buenos Aires aan de vooravond van een van de grootste dagen van zijn leven: zijn wijding tot priester. Toen hij in het seminarie het nieuws vernam over de indiaan, die steeds maar “Cristiano Roble” bleef zeggen, legde hij onmiddellijk de relatie tussen “Roble” en “Larrobla”.

Ondanks dat het door de afstand praktisch onmogelijk was dat iemand uit Montevideo midden in de Argentijnse pampa was opgepakt vroeg hij zich af of deze indiaan niet zijn verdwenen broer was. Hoe langer hij erover nadacht des te meer raakte hij ervan overtuigd dat het stamhoofd zijn broer moest zijn. 

Juan Francisco Larroba maakte gebruik van zijn status als aanstaande priester en vroeg bij de legercommandant van Buenos Aires toestemming om de gewonde indiaan in de kazerne te bezoeken. De militair stemde toe en Juan Francisco ging op bezoek. Het werd een grote teleurstelling voor Juan Francisco: het stamhoofd reageerde nergens positief op. Uit niets bleek dat de gewonde krijger een broer van Juan Francisco kon zijn, zijn lichaamstaal was puur indiaans en hij sprak geen enkel woord Spaans. Juan Francisco liet zich niet uit het veld slaan en hij huurde een tolk in. Systematisch bezocht hij met zijn tolk het stamhoofd, dat in de bezoekers een welkome afleiding zag tijdens zijn eenzame revalidatieperiode. De indiaan sprak na verloop van tijd in het Spaans steeds over zichzelf in de derde persoon. Dank zij zijn scherpzinnigheid, geduld en doorzettingsvermogen kon Juan Francisco uit de fragmentarische gegevens van de indiaanse leider het volgende verhaal reconstrueren: 

Op de fatale dag was het jongetje verdwenen uit het gezichtsveld van zijn vriendjes toen hij door een Gaucho werd weggelokt. De Gaucho beloofde het jongetje iets wat het stamhoofd zich niet meer herinnerde en de kinderlokker ontvoerde het kind te paard. Na een lange rit stopte de Gaucho bij een indianenkamp en gaf hij het jongetje weg. Het kind groeide eerst op bij de stam van de Minuhuana’s en later bij die van de Charrúas. 

Een van de oudere Charrúaleiders zag in de jongen een onverschrokken en moedige man, die duidelijk capaciteiten had die zijn stam goed zouden doen. Deze chef adopteerde de blanke man als zijn zoon en bracht hem de wijsheden bij van het indiaanse leiderschap. Op het moment dat deze leider van de Charrúas van ouderdom stierf volgde de als kind geroofde man hem op zonder dat iemand dit ter discussie stelde. De nomadenstam zwierf op rooftochten naar vee weg uit Uruguay naar de Argentijnse provincies Entre Ríos, later door Santa Fé en tenslotte door de provincie Buenos Aires waar hij door de Spaanse soldaten werd verslagen. 

Inmiddels was Juan Francisco Larrobla in Buenos Aires priester geworden. Zijn superieuren steunden hem bij zijn speurtocht naar zijn broer. Juan Francisco, wijs geworden door de discipline van zijn studie, wist bijna zeker dat de indiaan zijn broer was, maar hij wilde een overtuigend bewijs: een confrontatie van de indiaan met zijn ouderlijke huis, waar hij negen jaar had doorgebracht, zou uiteindelijk moeten aantonen of hij werkelijk zijn broer was. Juan Francisco vroeg opnieuw een audiëntie aan bij de legercommandant. “Of hij toestemming kreeg om de indiaan zijn ouderlijke huis in Montevideo, aan de overkant van de ‘Río de la Plata’, te laten zien”. Pas toen de gehele geestelijkheid van Buenos Aires zich pal achter het plan van Juan Francisco had opgesteld gaf de legercommandant in 1806 toestemming. 

Heel Montevideo was uitgelopen toen Juan Francisco Larrobe en het indiaanse stamhoofd aankwamen. Niemand herkende in deze stugge indiaan met een donker gelooide huid  iets van de familie Larrobla, die behoorde tot de elite van de stad. Het was doodstil in de menigte toen de indiaan het huis van de familie Larrobla bekeek. Het stamhoofd gaf geen kik. Zwijgend stapte hij het huis in. Vreemd genoeg toonde hij geen angst in de voor hem relatieve kleine ruimtes die hij betrad. Juan Francisco en zijn vader meenden dat naarmate hij meer kamers had gezien zij in het stalen gezicht van de indiaan onderhuidse emoties konden ontdekken. Bij het zien van de grote keuken begonnen de ogen van de indiaan te schitteren. Plotseling stapte hij zelfverzekerd naar de schoorsteen, stak zijn hand in een verborgen ruimte en haalde hij zwijgend, maar met een triomfantelijke blik, een oud mes met een benen handvat tevoorschijn. Dit was het mes dat de kleine Raimundo vlak voor zijn ontvoering had verborgen. 

Omarmingen en vreugdetranen! Een wonder was gebeurd! Feesten voor de vrienden en kennissen! De verloren zoon was teruggekeerd! Uit dank werden heilige missen opgedragen. 

Het normale leven keerde weer terug. Raimundo  werd ingepast in het schema dat bij een voorname familie uit Montevideo hoorde. Hij werd op katholieke wijze getrouwd met een weduwe, die hem later een dochter schonk. Zwijgzaam en nors aanvaardde Raimundo zijn lot. Hij scheen niet te beseffen dat hij “terug” was in de familie. Hij had totaal geen belangstelling voor wat zich in de familie of in de stad afspeelde. Hij ontvluchtte alle afspraken. Zijn enige zichtbare plezier was het contact dat hij met zijn dochtertje Petronita had. Zij was de enige die hem aan het glimlachen bracht. 

Juan Francisco had door dat zijn broer Raimundo zich -na vijfentwintig jaar buitenleven- niet kon aanpassen aan het familieleven in een grote stad. Hij stelde Raimundo aan het werk op de veeboerderij van de familie; een fokkerij van vechtstieren. Hier liet hij van het begin af aan zien hoe hij als behendig ruiter vee bijeen kon drijven en in de richting kon laten lopen die hij wilde: zaken die hij in de pampa had geleerd als lid van een van de afgedwaalde nomadenstammen van de Charrúa´s uit Uruguay. 

Nu iedereen in de familie Larroba dacht dat het wel goed zou komen met Raimundo sloeg het noodlot toe. Insiders van de stierenfokkerij hadden het voor onmogelijk gehouden: hij werd door een stier op de horens genomen en hij stierf aan zijn verwondingen. 

 “Raimundo heeft in twee onverenigbare werelden geleefd en op een gegeven moment greep God in”, dacht zijn broer Juan Francisco en sloeg een kruisteken.

“Onbewuste zelfmoord” zegt een psycholoog van nu op het onvermogen van Raimundo om een plaats in de beschaafde wereld te accepteren. 


 Bosque Montevideo








Carlos IV de Borbón
Carlos IV de Borbón








Gaucho Uruguayo
 Gaucho uit  Uruguay
 








oud Buenos Aires
 Gemeentehuis Buenos Aires begin 19de eeuw







 mes benen handvat










Toro



 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina