“Petites
Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika
Deze
verhalen gaan over de achterkant van historische
gebeurtenissen, die door officiële
geschiedschrijvers zelden
vanuit de mens
zelf is verteld.
| 1807 Onverenigbare Werelden | ||
|---|---|---|
![]() ![]() Charrúa Indiaan ![]() Charrúa stamhoofd ![]() ![]() Uruguayaanse keuken eind 18de eeuw ![]() |
![]() Montevideo eind 18de eeuw Francisco
Larrobla, een brave burger van Montevideo, was ontroostbaar. Zijn
negenjarige
zoon Raimundo was onvindbaar. Als brave huisvader had hij dagen in de
velden
rond de stad gezocht naar sporen van zijn kind. Raimundo was van
kinds af aan een vrijbuiter. Op het lagere schooltje toonde hij zich
een leider
in spé, die graag in de natuur op strooptocht ging. Zijn
vriendjes droegen hem
op handen. Elke middag ontsnapte hij met zijn kameraadjes uit de stad
op zoek
naar avontuur. Hij zorgde er voor dat zij elkaar nooit uit het oog
verloren.
“Samen uit, samen thuis”, die spreuk zorgde voor de
veiligheid van de jongens.
Op een kwade dag in 1780 ging de spreuk niet meer op: angstig keerde
een groep
jongetjes naar huis. Hun vriendje Raimundo was zo maar in het niets
verdwenen.
Niemand had hem zien weggaan. Opeens was hij er niet meer! Een jaar lang
rouwde de familie Larroba om het verlies van Raimundo. Vader Francisco,
die een
paar maal werd benoemd als gemeenteraadslid van Montevideo, bleef maar
speuren
naar zijn zoon. Elke dag dacht hij aan Raimundo en elke dag accepteerde
hij met
een zucht dat het leven verder ging. Niemand in de
stad Montevideo keek in 1805 op van het nieuws dat de soldaten van de
Spaanse
koning Karel IV van Bourbon in de pampa van de provincie Buenos Aires
een
plunderende Charrúa-indianenstam hadden verslagen. Hierbij
was de hoofdman
gewond geraakt en vlak voordat hij door de militairen zou worden
afgemaakt had
hij nauwelijks verstaanbaar “Cristiano Roble”
uitgeroepen. Bij het horen van
deze woorden, die het stamhoofd steeds herhaalde, ging er bij de
soldaten een
licht op: zij vermoedden dat hij een christen was die gedwongen onder
de
indianen had moeten leven. Daarom lieten
zij de hoofdman in leven en voerden hem naar een
kazerne in de stad
Buenos Aires voor nader onderzoek. Juan Francisco Larroba, een jongere broer van de verwenen Raimundo, stond in Buenos Aires aan de vooravond van een van de grootste dagen van zijn leven: zijn wijding tot priester. Toen hij in het seminarie het nieuws vernam over de indiaan, die steeds maar “Cristiano Roble” bleef zeggen, legde hij onmiddellijk de relatie tussen “Roble” en “Larrobla”. Ondanks dat het
door de afstand praktisch onmogelijk was dat iemand uit Montevideo
midden in de
Argentijnse pampa was opgepakt vroeg hij zich af of deze indiaan niet
zijn
verdwenen broer was. Hoe langer hij erover nadacht des te meer raakte
hij ervan
overtuigd dat het stamhoofd zijn broer moest zijn. Juan Francisco
Larroba maakte gebruik van zijn status als aanstaande priester en vroeg
bij de
legercommandant van Buenos Aires toestemming om de gewonde indiaan in
de
kazerne te bezoeken. De militair stemde toe en Juan Francisco ging op
bezoek.
Het werd een grote teleurstelling voor Juan Francisco: het stamhoofd
reageerde
nergens positief op. Uit niets bleek dat de gewonde krijger een broer
van Juan
Francisco kon zijn, zijn lichaamstaal was puur indiaans en hij sprak
geen enkel
woord Spaans. Juan Francisco liet zich niet uit het veld slaan en hij
huurde
een tolk in. Systematisch bezocht hij met zijn tolk het stamhoofd, dat
in de
bezoekers een welkome afleiding zag tijdens zijn eenzame
revalidatieperiode. De
indiaan sprak na verloop van tijd in het Spaans steeds over zichzelf in
de
derde persoon. Dank zij zijn scherpzinnigheid, geduld en
doorzettingsvermogen
kon Juan Francisco uit de fragmentarische gegevens van de indiaanse
leider het
volgende verhaal reconstrueren: Op de fatale dag
was het jongetje verdwenen uit het gezichtsveld van zijn vriendjes toen
hij
door een Gaucho werd weggelokt. De Gaucho beloofde het jongetje iets
wat het
stamhoofd zich niet meer herinnerde en de kinderlokker ontvoerde het
kind te
paard. Na een lange rit stopte de Gaucho bij een indianenkamp en gaf
hij het
jongetje weg. Het kind groeide eerst op bij de stam van de
Minuhuana’s en later
bij die van de Charrúas. Een van de oudere
Charrúaleiders zag in de jongen een onverschrokken en
moedige man, die
duidelijk capaciteiten had die zijn stam goed zouden doen. Deze chef
adopteerde
de blanke man als zijn zoon en bracht hem de wijsheden bij van het
indiaanse
leiderschap. Op het moment dat deze leider van de Charrúas
van ouderdom stierf
volgde de als kind geroofde man hem op zonder dat iemand dit ter
discussie
stelde. De nomadenstam zwierf op rooftochten naar vee weg uit Uruguay
naar de
Argentijnse provincies Entre Ríos, later door Santa
Fé en tenslotte door de
provincie Buenos Aires waar hij door de Spaanse soldaten werd verslagen. Inmiddels was
Juan Francisco Larrobla in Buenos Aires priester geworden. Zijn
superieuren
steunden hem bij zijn speurtocht naar zijn broer. Juan Francisco, wijs
geworden
door de discipline van zijn studie, wist bijna zeker dat de indiaan
zijn broer
was, maar hij wilde een overtuigend bewijs: een confrontatie van de
indiaan met
zijn ouderlijke huis, waar hij negen jaar had doorgebracht, zou
uiteindelijk
moeten aantonen of hij werkelijk zijn broer was. Juan Francisco vroeg
opnieuw
een audiëntie aan bij de legercommandant. “Of hij
toestemming kreeg om de
indiaan zijn ouderlijke huis in Montevideo, aan de overkant van de
‘Río de la
Plata’, te laten zien”. Pas toen de gehele
geestelijkheid van Buenos Aires zich
pal achter het plan van Juan Francisco had opgesteld gaf de
legercommandant in
1806 toestemming. Heel Montevideo
was uitgelopen toen Juan Francisco Larrobe en het indiaanse stamhoofd
aankwamen. Niemand herkende in deze stugge indiaan met een donker
gelooide
huid iets van de
familie Larrobla, die
behoorde tot de elite van de stad. Het was doodstil in de menigte toen
de
indiaan het huis van de familie Larrobla bekeek. Het stamhoofd gaf geen
kik.
Zwijgend stapte hij het huis in. Vreemd genoeg toonde hij geen angst in
de voor
hem relatieve kleine ruimtes die hij betrad. Juan Francisco en zijn
vader
meenden dat naarmate hij meer kamers had gezien zij in het stalen
gezicht van
de indiaan onderhuidse emoties konden ontdekken. Bij het zien van de
grote
keuken begonnen de ogen van de indiaan te schitteren. Plotseling stapte
hij
zelfverzekerd naar de schoorsteen, stak zijn hand in een verborgen
ruimte en
haalde hij zwijgend, maar met een triomfantelijke blik, een oud mes met
een
benen handvat tevoorschijn. Dit was het mes dat de kleine Raimundo vlak
voor
zijn ontvoering had verborgen. Omarmingen en
vreugdetranen! Een wonder was gebeurd! Feesten voor de vrienden en
kennissen!
De verloren zoon was teruggekeerd! Uit dank werden heilige missen
opgedragen. Het normale leven
keerde weer terug. Raimundo werd
ingepast in het schema dat bij een voorname familie uit Montevideo
hoorde. Hij
werd op katholieke wijze getrouwd met een weduwe, die hem later een
dochter
schonk. Zwijgzaam en nors aanvaardde Raimundo zijn lot. Hij scheen niet
te
beseffen dat hij “terug” was in de familie. Hij had
totaal geen belangstelling
voor wat zich in de familie of in de stad afspeelde. Hij ontvluchtte
alle
afspraken. Zijn enige zichtbare plezier was het contact dat hij met
zijn
dochtertje Petronita had. Zij was de enige die hem aan het glimlachen
bracht. Juan Francisco
had door dat zijn broer Raimundo zich -na vijfentwintig jaar
buitenleven- niet
kon aanpassen aan het familieleven in een grote stad. Hij stelde
Raimundo aan
het werk op de veeboerderij van de familie; een fokkerij van
vechtstieren. Hier
liet hij van het begin af aan zien hoe hij als behendig ruiter vee
bijeen kon
drijven en in de richting kon laten lopen die hij wilde: zaken die hij
in de
pampa had geleerd als lid van een van de afgedwaalde nomadenstammen van
de
Charrúa´s uit Uruguay. Nu iedereen in de
familie Larroba dacht dat het wel goed zou komen met Raimundo sloeg het
noodlot
toe. Insiders van de stierenfokkerij hadden het voor onmogelijk
gehouden: hij
werd door een stier op de horens genomen en hij stierf aan zijn
verwondingen. “Raimundo heeft in twee onverenigbare werelden geleefd en op een gegeven moment greep God in”, dacht zijn broer Juan Francisco en sloeg een kruisteken. “Onbewuste
zelfmoord” zegt een psycholoog van nu op het onvermogen van
Raimundo om een
plaats in de beschaafde wereld te accepteren. |
![]() ![]() Carlos IV de Borbón ![]() Gaucho uit Uruguay ![]() Gemeentehuis Buenos Aires begin 19de eeuw ![]() ![]() |
De
verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar
overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.