“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1947 Columbus, Kuifje en de Zonnetempel.
                                           






 Chimú




basaroff
Basil Bazaroff



Sir Basil
 Sir Basil Zacharias Zaharoff


Rascar Capac
Rascar Capac


Catalaanse versie
de Catalaanse Zonnetempel
 

Pizarro
Francisco Pizarro



Eclips Colombus
Maansverduistering met Columbus









Maria van Hongarije
Maria van Hongarije
 



Auguste Piccard
Auguste Piccard




















 Columbus                              Calamarca

De Belgische striptekenaar Hergé oriënteerde zich na de heftige kritiek op zijn eerste drie albums tot in de details voordat hij een nieuw boek over Kuifje publiceerde. Hij reisde veel en hij documenteerde zich met een nauwgezetheid van een padvinder die op promotie uit is. Dikwijls liet Hergé, pseudoniem voor Georges Remi, zich door historische persoonlijkheden en  gebeurtenissen leiden. Ondanks de zorgvuldige voorbereiding komen er soms schoonheidsfoutjes voor. 

Een paar voorbeelden over de Kuifjesverhalen, die met Latijns-Amerika te maken hebben. 

Het beeldje in het album “Het Gebroken Oor” bestaat echt. Het is een beschadigd beeldje van de Chimúcultuur uit noord-Peru dat in Hergé’s tijd stond in het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. Voor het verhaal liet de stripkunstenaar zich inspireren door de Chaco-oorlog van 1932 tot 1935 tussen Bolivia en Paraguay. Hierbij maakt Kuifje op een directe manier kennis met de gewetenloze internationale wapenhandel, die in het kielzog opereert van Amerikaanse oliemaatschappijen. De beruchte wapenhandelaar in het boek is Basil Bazaroff, directeur van Vickings Arms CO Ltd.  Sir Basil Zacharias Zaharoff, de Britse internationale wapenhandelaar, vanaf 1897 directielid van het Engelse Vickers concern, staat model voor deze chique maar louche figuur, die met de opbrengsten van de internationale wapenhandel grote oliebelangen verwierf.

 bananen               bananen

Het is een vergeeflijke fout dat Hergé op bladzijde 32, net zoals veel Europeanen in die tijd, dacht dat de bananen naar beneden groeien in plaats van naar boven. 

De blanke bejaarde verindiaanste Ridgewell is niemand minder dan de Engelse kolonel en ontdekkingsreiziger Percy Harisson Fawcett, die in opdracht de regering van La Paz in het begin van de twintigste eeuw de grens tussen Bolivia en Peru moest markeren. Sinds zijn laatste brief vanuit Mato Grosso, Brazilië, in mei 1925 aan zijn vrouw heeft niemand meer iets van hem vernomen. 

De mummie in het huis van professor Bergamot in het album “De 7 Kristallen Bollen” is gebaseerd op de mummie “Rascar Capac”, een notabele uit het voormalige Peruaanse gewest Arica, dat sinds 1880 tot Chili behoort.  “Rascar Capac”, die tussen 1000 en 1450 geleefd moet hebben, is door Hergé in het huis van de professor op bijna dezelfde manier afgebeeld als indertijd in de glazen kast van het  Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. Deze mummie is weer tevoorschijn gehaald voor de tentoonstelling “Met Kuifje naar Peru”, die in het begin van de eenentwintigste eeuw werd gehouden in Brussel, Leiden en in Madrid. 

In het boek “De Zonnetempel” komt Kuifje hele echte dingen uit het heden en het Peruaanse verleden tegen.  

De originele tekeningen, die alleen maar vanaf 1991 in de Catalaanse versie te Barcelona gepubliceerd zijn, laten twee voorvallen van kapitein Haddock zien, die niet voorkomen in de albums in andere talen. Zorrino, de Indiaanse vriend van Kuifje, biedt hem in het Andesgebergte cocablaadjes aan. Na het kauwen hiervan roept de aan alcohol verslaafde kapitein uit dat hij zich geweldig voelt, “net alsof hij juist een fles rum op heeft gedronken!” Even later schijnt Haddock zijn opdracht om professor Zonnebloem te zoeken helemaal vergeten te zijn als hij enkele grote goudkorrels vindt en deze haastig in zijn broekzak steekt. Hierbij roept hij luidkeels uit: “Wat jammer dat ik hier nu geen slaatje uit kan slaan!”  

De decoratie van de ruimte in de tempel waar Kuifje, Haddock en Zorrino binnenvallen is een bijna waarheidsgetrouwe pré-Inca-afbeelding uit Tiahuanacu, Bolivia. Kuifje wordt op een gegeven moment door de zonnestralen gewekt in een zogenaamde “Chullpa”, een van de bestaande stenen grafmonumenten van de Amayra-indianen. Dat zijn Peruaanse vriendje Zorrino zegt dat dit gebouwtje een oud Incagraf is mag de pret van het goed gedocumenteerd zijn niet drukken. De “Chullpa” waarin Kuifje de volgende dag door de zonnestralen gewekt wordt is in werkelijkheid een “Kulpi”, een eengezinswoning uit de tijd van voor de Inca’s. De tekening van de “Kulpi” en de echte waren in de jaren negentig van de vorige eeuw te zien in een reclamefilmpje van het Peruaanse verkeersbureau op de Belgische televisie. 

Kuifje droomt in de “Kulpi” over een Inca en kapitein Haddock, die beiden een veren hoofdtooi ophebben, geïnspireerd op die van de notabele Inca’s in de zeventiende eeuw toen zij in de katholieke processies meeliepen in Cuzco, de hoofdstad van het oude Incarijk. 

Een soortgelijke hoofdtooi komt voor in het album “Kuifje en de Picaro”s bij de verklede generaal Alcazar, Kuifje en kapitein Haddock, die het carnavalsfeest van de corrupte generaal Tapioca verstoren. Ditmaal zijn de hoofdtooi en de maskers van de drie ontleend aan de kostuums van de “Gilles”, de beroemde uniformen van het carnaval in het Belgische plaatsje Binche. Deze carnavalshappening vindt zijn oorsprong in het feest van zeven dagen, dat Maria van Hongarije, Dame van Binche, op 22 augustus 1549 begon ter ere van haar broer Keizer Karel V en zijn zoon prins Philips II. De keizerlijke familie heeft genoten van deze festiviteiten, welke geheel in het teken stonden van Francisco Pizarro, de veroveraar van Peru, die het Incarijk ten val had gebracht. 

Een schoonheidsfoutje in dit album is de Mayatempel. In het verhaal komen alleen mensen en toestanden voor uit Zuid-Amerika; er is niets te bekennen uit Mexico of Centraal-Amerikaanse landen Guatemala, El Salvador en Honduras waar de Maya´s in het verleden hun culturele stempel drukten.   

Nog even terug naar het boek “De Zonnetempel”. De inhoud zou niet zo sterk zijn als Hergé geen gebruik gemaakt had van een echt verhaal uit het verleden. De manier waarop Kuifje zijn leven redt met een zonsverduistering heeft Hergé duidelijk afgekeken van de Christoffel Columbus.

De ontdekkingsreiziger had een kalender bij zich waarop stond dat er op 29 februari 1504 een maansverduistering zou plaats vinden. Hij lag met zijn schepen voor de kust van Jamaica en hij had het moeilijk: de bewoners van het eiland waren de Europeanen vijandig gezind. Columbus kon ze niet overreden om proviand en water te leveren in ruil voor Spaanse prullen. Hij riep de stamhoofden in een vergadering bijeen waar hij vertelde dat God zeer geïrriteerd was door hun onbereidwilligheid de schepen te bevoorraden en van plan was hen te straffen door het zenden van de pest en een hongersnood. Aangezien zij dit op voorhand niet zouden geloven zou God zijn voornemen kracht bijzetten door in de nacht van 29 februari een teken vanuit de hemel te geven. De indianen verlieten de vergadering verdeeld: Sommigen waren bang; anderen geloofden niets van het verhaal. 

Bij het begin van de maansverduistering brak er paniek uit onder de inboorlingen. De stamhoofden smeekten Columbus God te bewegen af te zien van het zenden van de rampen. Als tegenprestatie zouden de Jamaicanen de Spanjaarden alles leveren wat zij vroegen. Hierop zei de zeevaarder dat hij met God zou praten: hij trok zich tijdens het groeien van de eclips terug in zijn hut, terwijl de Indianen huilden van angst. De admiraal kwam weer tevoorschijn toen de eclips afnam en de maan terug groeide naar zijn oude stand. Op een plechtig manier deelde Columbus mede dat hij God voor het herstel van de maan had gesmeekt waarbij hij -namens de indianen- benadrukt had dat zij in de toekomst goed zouden zijn voor alle christenen en dat zij hen alles zouden doen toekomen wat zij nodig vonden. De Jamaicaanse inboorlingen waren Christoffel Columbus diep dankbaar voor zijn optreden.
 
In het album “De Zonnetempel” speelt Kuifje Columbus overdag na met een zonsverduistering. Hergé tekende de zonsverduistering zoals die op het noordelijke halfrond plaats vindt: de maan schuift van rechtsonder naar linksboven. In Peru, dat op het zuidelijke halfrond, ligt schuift de maan net andersom over de zon heen: van rechtsonder naar links boven.  
 
 Zonnetempel

 
Net zoals in 1504 loopt de eclips van het hemellichaam voor alle partijen goed af. De Inca is zeer verheugd dat de zon weer terug is. Kuifje is blij dat de zonnestralen via het vergrootglas van de Inca’s de brandstapel, waarop hij en zijn vrienden stonden,  niet hebben kunnen aansteken. Zonnebloem, die de excentrieke wetenschapper en uitvinder Auguste Piccard vertegenwoordigt, was zich van geen gevaar bewust. Haddock is uitzinnig blij dat hij ontsnapt is aan de dood op de brandstapel. Hij is de “reïncarnatie” van zijn naamgenoot uit  de zeventiende eeuw: de temperamentvolle kapitein van het Britse oorlogsschip “Ann and Christopher”.
 
Het lijkt een schoonheidsfoutje dat Hergé de zonsverduistering laat plaatsvinden in het land van de Inca’s. De Inca’s waren een natuurvolk dat de zon vereerde. De vorst van de Inca’s werd gezien als de directe vertegenwoordiger van de zon op aarde.
 
Hergé wist wel beter!
 
In tegenstelling tot de Maya’s wisten de Inca’s niet wanneer er zons- en maansverduisteringen zouden plaatsvinden. Daarom brak er bij elke eclips in het Incarijk paniek uit. Alle inwoners van dit rijk moesten tijdens de verduistering van de zon of de maan denken aan een slang, die langzaam het ei van een condor aan het opeten was. De paniek nam in hevigheid toe naarmate de ronde muil van de onzichtbare slang het hemellichaam opslokte.
 
 Zonsverduistering
 
De vreugde was ongekend heftig toen de zon of de maan weer hun oorspronkelijke gedaante terug kregen.      


 Hergé
Hergé
 
   

    


  
Ridgewell
     Ridgewell



Percy Harrisson Fawcett
      Percy Harrisson Fawcett



Rascar Capac
 de echte Rascar Capac



 de Gilles
Professor Zonnebloem

 de Gilles
Gilles te Binche

 Karel V
    Karel V

felipe II
          Philip  II






 



         

 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina