“Petites
Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika
Deze
verhalen gaan over de achterkant van historische
gebeurtenissen, die door officiële
geschiedschrijvers zelden
vanuit de mens
zelf is verteld.
|
1947 Columbus, Kuifje en de Zonnetempel. |
||
|---|---|---|
![]() ![]() Basil Bazaroff ![]() Sir Basil Zacharias Zaharoff ![]() Rascar Capac ![]() de Catalaanse Zonnetempel ![]() Francisco Pizarro ![]() Maansverduistering met Columbus ![]() Maria van Hongarije ![]() Auguste Piccard |
![]() De Belgische
striptekenaar Hergé oriënteerde zich
na de heftige kritiek op zijn eerste drie albums tot in de details
voordat hij
een nieuw boek over Kuifje publiceerde. Hij reisde veel en hij
documenteerde
zich met een nauwgezetheid van een padvinder die op promotie uit is.
Dikwijls
liet Hergé, pseudoniem voor Georges Remi, zich door
historische
persoonlijkheden en gebeurtenissen
leiden. Ondanks de zorgvuldige voorbereiding komen er soms
schoonheidsfoutjes
voor. Een paar
voorbeelden over de Kuifjesverhalen, die
met Latijns-Amerika te maken hebben. Het beeldje in het
album “Het Gebroken Oor”
bestaat echt. Het is een beschadigd beeldje van de
Chimúcultuur uit noord-Peru
dat in Hergé’s tijd stond in het Koninklijk Museum
voor Kunst en Geschiedenis
te Brussel. Voor het verhaal liet de stripkunstenaar zich inspireren
door de
Chaco-oorlog van 1932 tot 1935 tussen Bolivia en Paraguay. Hierbij
maakt Kuifje
op een directe manier kennis met de gewetenloze internationale
wapenhandel, die
in het kielzog opereert van Amerikaanse oliemaatschappijen. De beruchte
wapenhandelaar in het boek is Basil Bazaroff, directeur van Vickings
Arms CO
Ltd. Sir Basil
Zacharias Zaharoff, de
Britse internationale wapenhandelaar, vanaf 1897 directielid van het
Engelse
Vickers concern, staat model voor deze chique maar louche figuur, die
met de
opbrengsten van de internationale wapenhandel grote oliebelangen
verwierf.
![]() Het is een
vergeeflijke fout dat Hergé op bladzijde
32, net zoals veel Europeanen in die tijd, dacht dat de bananen naar
beneden
groeien in plaats van naar boven. De blanke bejaarde
verindiaanste Ridgewell is
niemand minder dan de Engelse kolonel en ontdekkingsreiziger Percy
Harisson
Fawcett, die in opdracht de regering van La Paz in het begin van de
twintigste
eeuw de grens tussen Bolivia en Peru moest markeren. Sinds zijn laatste
brief
vanuit Mato Grosso, Brazilië, in mei 1925 aan zijn vrouw heeft
niemand meer
iets van hem vernomen. De mummie in
het
huis van professor Bergamot in
het album “De 7 Kristallen Bollen” is gebaseerd op
de mummie “Rascar Capac”,
een notabele uit het voormalige Peruaanse gewest Arica, dat sinds 1880
tot
Chili behoort. “Rascar
Capac”, die
tussen 1000 en 1450 geleefd moet hebben, is door Hergé in
het huis van de
professor op bijna dezelfde manier afgebeeld als indertijd in de glazen
kast
van het Koninklijk
Museum voor Kunst en
Geschiedenis te Brussel. Deze mummie is weer tevoorschijn gehaald voor
de
tentoonstelling “Met Kuifje naar Peru”, die in het
begin van de eenentwintigste
eeuw werd gehouden in Brussel, Leiden en in Madrid. In het boek
“De Zonnetempel” komt Kuifje hele
echte dingen uit het heden en het Peruaanse verleden tegen. De originele
tekeningen, die alleen maar vanaf
1991 in de Catalaanse versie te Barcelona gepubliceerd zijn, laten twee
voorvallen van kapitein Haddock zien, die niet voorkomen in de albums
in andere
talen. Zorrino, de Indiaanse vriend van Kuifje, biedt hem in het
Andesgebergte
cocablaadjes aan. Na het kauwen hiervan roept de aan alcohol verslaafde
kapitein uit dat hij zich geweldig voelt, “net alsof hij
juist een fles rum op
heeft gedronken!” Even later schijnt Haddock zijn opdracht om
professor
Zonnebloem te zoeken helemaal vergeten te zijn als hij enkele grote
goudkorrels
vindt en deze haastig in zijn broekzak steekt. Hierbij roept hij
luidkeels uit:
“Wat jammer dat ik hier nu geen slaatje uit kan
slaan!” De decoratie van
de ruimte in de tempel waar
Kuifje, Haddock en Zorrino binnenvallen is een bijna waarheidsgetrouwe
pré-Inca-afbeelding uit Tiahuanacu, Bolivia. Kuifje wordt op
een gegeven moment
door de zonnestralen gewekt in een zogenaamde
“Chullpa”, een van de bestaande
stenen grafmonumenten van de Amayra-indianen. Dat zijn Peruaanse
vriendje
Zorrino zegt dat dit gebouwtje een oud Incagraf is mag de pret van het
goed
gedocumenteerd zijn niet drukken. De “Chullpa”
waarin Kuifje de volgende dag
door de zonnestralen gewekt wordt is in werkelijkheid een
“Kulpi”, een
eengezinswoning uit de tijd van voor de Inca’s. De tekening
van de “Kulpi” en
de echte waren in de jaren negentig van de vorige eeuw te zien in een
reclamefilmpje van het Peruaanse verkeersbureau op de Belgische
televisie. Kuifje droomt in
de “Kulpi” over een Inca en
kapitein Haddock, die beiden een veren hoofdtooi ophebben,
geïnspireerd op die
van de notabele Inca’s in de zeventiende eeuw toen zij in de
katholieke
processies meeliepen in Cuzco, de hoofdstad van het oude Incarijk. Een soortgelijke
hoofdtooi komt voor in het album
“Kuifje en de Picaro”s bij de verklede generaal
Alcazar, Kuifje en kapitein
Haddock, die het carnavalsfeest van de corrupte generaal Tapioca
verstoren.
Ditmaal zijn de hoofdtooi en de maskers van de drie ontleend aan de
kostuums
van de “Gilles”, de beroemde uniformen van het
carnaval in het Belgische
plaatsje Binche. Deze carnavalshappening vindt zijn oorsprong in het
feest van
zeven dagen, dat Maria van Hongarije, Dame van Binche, op 22 augustus
1549
begon ter ere van haar broer Keizer Karel V en zijn zoon prins Philips
II. De
keizerlijke familie heeft genoten van deze festiviteiten, welke geheel
in het
teken stonden van Francisco Pizarro, de veroveraar van Peru, die het
Incarijk
ten val had gebracht. Een
schoonheidsfoutje in dit album is de
Mayatempel. In het verhaal komen alleen mensen en toestanden voor uit
Zuid-Amerika; er is niets te bekennen uit Mexico of
Centraal-Amerikaanse landen
Guatemala, El Salvador en Honduras waar de Maya´s in het
verleden hun culturele
stempel drukten. Nog even terug
naar het boek “De Zonnetempel”. De
inhoud zou niet zo sterk zijn als Hergé geen gebruik gemaakt
had van een echt
verhaal uit het verleden. De manier waarop Kuifje zijn leven redt met
een
zonsverduistering heeft Hergé duidelijk afgekeken van de
Christoffel Columbus. De
ontdekkingsreiziger had een kalender bij zich
waarop stond dat er op 29 februari 1504 een maansverduistering zou
plaats
vinden. Hij lag met zijn schepen voor de kust van Jamaica en hij had
het
moeilijk: de bewoners van het eiland waren de Europeanen vijandig
gezind.
Columbus kon ze niet overreden om proviand en water te leveren in ruil
voor
Spaanse prullen. Hij riep de stamhoofden in een vergadering bijeen waar
hij
vertelde dat God zeer geïrriteerd was door hun
onbereidwilligheid de schepen te
bevoorraden en van plan was hen te straffen door het zenden van de pest
en een
hongersnood. Aangezien zij dit op voorhand niet zouden geloven zou God
zijn
voornemen kracht bijzetten door in de nacht van 29 februari een teken
vanuit de
hemel te geven. De indianen verlieten de vergadering verdeeld: Sommigen
waren
bang; anderen geloofden niets van het verhaal. In het album “De Zonnetempel” speelt Kuifje Columbus overdag na met een zonsverduistering. Hergé tekende de zonsverduistering zoals die op het noordelijke halfrond plaats vindt: de maan schuift van rechtsonder naar linksboven. In Peru, dat op het zuidelijke halfrond, ligt schuift de maan net andersom over de zon heen: van rechtsonder naar links boven. ![]() Net zoals in 1504 loopt de eclips van het hemellichaam voor alle partijen goed af. De Inca is zeer verheugd dat de zon weer terug is. Kuifje is blij dat de zonnestralen via het vergrootglas van de Inca’s de brandstapel, waarop hij en zijn vrienden stonden, niet hebben kunnen aansteken. Zonnebloem, die de excentrieke wetenschapper en uitvinder Auguste Piccard vertegenwoordigt, was zich van geen gevaar bewust. Haddock is uitzinnig blij dat hij ontsnapt is aan de dood op de brandstapel. Hij is de “reïncarnatie” van zijn naamgenoot uit de zeventiende eeuw: de temperamentvolle kapitein van het Britse oorlogsschip “Ann and Christopher”. Het lijkt een schoonheidsfoutje dat Hergé de zonsverduistering laat plaatsvinden in het land van de Inca’s. De Inca’s waren een natuurvolk dat de zon vereerde. De vorst van de Inca’s werd gezien als de directe vertegenwoordiger van de zon op aarde. Hergé wist wel beter! In tegenstelling tot de Maya’s wisten de Inca’s niet wanneer er zons- en maansverduisteringen zouden plaatsvinden. Daarom brak er bij elke eclips in het Incarijk paniek uit. Alle inwoners van dit rijk moesten tijdens de verduistering van de zon of de maan denken aan een slang, die langzaam het ei van een condor aan het opeten was. De paniek nam in hevigheid toe naarmate de ronde muil van de onzichtbare slang het hemellichaam opslokte. ![]() De vreugde was ongekend heftig toen de zon of de maan weer hun oorspronkelijke gedaante terug kregen. |
![]() Hergé ![]() ![]() Ridgewell ![]() Percy Harrisson Fawcett ![]() de echte Rascar Capac ![]() Professor Zonnebloem ![]() Gilles te Binche ![]() Karel V ![]() Philip II |
De
verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar
overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.