“Petites Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika 

door Peter Hattink*
peterhattink@yahoo.es

 Deze “Petites Histoires” zijn anecdotische verhalen in hun historische context. Zij geven een inzicht  in het denken  
en het handelen van de volkeren van Amerika, de nieuwkomers en hun nakomelingen op dit continent. 

De officiële geschiedenis is veelal geschreven in het belang van de staat. 
Deze verhalen gaan over de achterkant van historische gebeurtenissen, die door officiële 
geschiedschrijvers  zelden vanuit de mens zelf is verteld.
 
 

1998 “Spanjaardje Pesten”

 Piet Heyn
 Piet Heyn

Piet Heyn Matanzas
Standbeeld van Piet Heyn  in Matanzas

 Matanzas Bay
 De Baai van Matanzas



Piet Heyn,

Zijn naam is klein,
Zijn daden benne groot,
Hij heeft gewonnen de Zilvervloot.

 Aan de oorspronkelijke tekst zou toegevoegd kunnen worden:

Van zijn roem heeft hij genoten heel kort,
Want een piraat heeft zijn leven gekort.

De Cubaanse stad Matanzas eerde
Jaren later Heyn´s spelletje “Spanjaardje pesten”,
Met een heldhaftig standbeeld in de haven
Op de Spaans koloniale resten.

 “Met mijn ervaring van vier jaar als galeislaaf op Spaanse schepen, zal dit lukken!”,
moet Piet Heyn op 6 september 1628 gedacht hebben, toen hij een aantal Spaanse
galjoenen in de baai van Matanzas zag liggen. Hij voelde zich gesterkt doordat hij het
Spaans vloeiend sprak, de Spaanse manier van denken beheerste en wist op welke
manier zij oorlog voerden.

Onder dekking van de nachtelijke duisternis naderde Piet Heyn met vier zwaar
bewapende sloepen het dichtstbijzijnde Spaanse schip. De wacht van de Spaanse
schepen werd geïmponeerd door musketschoten. De Nederlanders maakte de
Spanjaarden duidelijk dat hun leven gespaard zou blijven als zij zich zouden overgeven. Zonder een slachtoffer te veroorzaken en met betrekkelijk weinig strijd veroverde
Piet Heyn de acht schepen in de haven van Matanzas.
Een dag later maakte hij nog negen schepen buit op zee.
Na het overladen van de buit uit Zuid-Amerika, die bestond uit 80.000 kilo zilver,
dertig kilo goud, een duizendtal parels van het Venozolaanse eiland Margarita
plus exotische kleurstoffen en amber uit México, werden de Spaanse schepen in brand gestoken. De Spaanse zeelieden, die geen enkel schrammetje hadden opgelopen,
werden achtergelaten op het eiland Cuba.

Als vice-admiraal van de West-Indische Compagnie had Piet Heyn zich voorgenomen
het Spaanse monopolie in Amerika te breken. Met een tot de tanden bewapende
vloot van ruim dertig oorlogsschepen, met 700 kanonnen en 4.000 man was Piet Heyn
in mei 1628 vanuit Nederland vertrokken met het doel een zo groot mogelijk winstgevende handel op te zetten. De West Indische Compagnie, die gebaat was bij het ontvreemden
van het goud en zilver, die de Spaanse oorlogsmachine in stand hield, had geen bezwaar
tegen de winstgevende piraterij.

De kapitein-generaal van de zilvervloot werd door de Spaanse autoriteiten geëxecuteerd.
De ontvangst van Piet Heyn en zijn manschappen werd in de Nederlanden uitgebreid
gevierd. Alle schepelingen kregen anderhalf jaar salaris als premie. Piet Heyn mocht het
voor die tijd fabelachtige bedrag van F. 7.000,-. als beloning opstrijken.
Hij heeft kort van zijn roem en beloning kunnen genieten: Nog geen jaar later verloor hij
het leven in een zeeslag met piraten uit de Zuidelijke Nederlanden vlak voor de kust van Oostende in juni 1629.

De schenking van het standbeeld van Piet Hein aan de bevolking van Matanzas is te
danken aan de Nederlandse ondernemer Willem van ‘t Hout. Deze Rotterdammer gaf
een stadsgenoot en beeldhouwer de opdracht dit te maken om te vieren dat hij al meer
dan dertig jaar bloeiende zaken doet met Cuba. Het standbeeld werd in 1998 geplaatst:
470 jaar nadat Piet Heyn de Spaanse vloot in de baai van Matanzas had buit gemaakt.

In de volksmond van Matanzas heet het standbeeld van Piet Heyn “De Hollandse
Boekanier”. Eigenlijk begrijpt men niet wat de Nederlandse piraat daar doet.
Ook heeft men er geen weet van dat hij streed tegen de Spanjaarden.
Willem van ´t Wout, wiens voorvaderen in de zestiende en zeventiende eeuw tegen de Spanjaarden vochten, mikte op de “gemeenschappelijke” noemer van Nederland en
Cuba: De oorlog in het verleden tegen Spanje.

Bram Peper, de toenmalige burgemeester van Rotterdam die de onthulling van het
standbeeld in Matanzas bijwoonde, vertelde de Cubanen enthousiast dat Nederland
de buit van Piet Hein indertijd hard nodig had voor de financiering van de oorlog tegen Spanje. De Nederlandse zakenman en de burgemeester van Rotterdam hebben niet
beseft dat de plaatsing van dit standbeeld voor Madrid een politieke betekenis inhield.
De Spanjaarden, zich bewust dat men pas in 1898 Cuba als kolonie kwijtraakte, zagen
het standbeeld van de piraat als een Cubaans-Nederlands symbool van de erkenning
van het werk van Piet Heyn: “Spanjaardje Pesten”.


 copyright Peter Hattink De verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.

terug naar Petites Histoires

Terug naar de voorpagina