“Petites
Histoires” over de geschiedenis van Latijns-Amerika
Deze
verhalen gaan over de achterkant van historische
gebeurtenissen, die door officiële
geschiedschrijvers zelden
vanuit de mens
zelf is verteld.
| 1998 “Spanjaardje Pesten” | ||
|---|---|---|
![]() Piet Heyn ![]() Standbeeld van Piet Heyn in Matanzas ![]() De Baai van Matanzas |
Piet Heyn, Zijn naam is klein, Zijn daden benne groot, Hij heeft gewonnen de Zilvervloot. Aan de oorspronkelijke tekst zou toegevoegd kunnen worden: Van zijn roem heeft hij genoten heel kort, Want een piraat heeft zijn leven gekort. De Cubaanse stad Matanzas eerde Jaren later Heyn´s spelletje “Spanjaardje pesten”, Met een heldhaftig standbeeld in de haven Op de Spaans koloniale resten. “Met mijn ervaring van vier jaar als galeislaaf op Spaanse schepen, zal dit lukken!”, moet Piet Heyn op 6 september 1628 gedacht hebben, toen hij een aantal Spaanse galjoenen in de baai van Matanzas zag liggen. Hij voelde zich gesterkt doordat hij het Spaans vloeiend sprak, de Spaanse manier van denken beheerste en wist op welke manier zij oorlog voerden. Onder dekking van de nachtelijke duisternis naderde Piet Heyn met vier zwaar bewapende sloepen het dichtstbijzijnde Spaanse schip. De wacht van de Spaanse schepen werd geïmponeerd door musketschoten. De Nederlanders maakte de Spanjaarden duidelijk dat hun leven gespaard zou blijven als zij zich zouden overgeven. Zonder een slachtoffer te veroorzaken en met betrekkelijk weinig strijd veroverde Piet Heyn de acht schepen in de haven van Matanzas. Een dag later maakte hij nog negen schepen buit op zee. Na het overladen van de buit uit Zuid-Amerika, die bestond uit 80.000 kilo zilver, dertig kilo goud, een duizendtal parels van het Venozolaanse eiland Margarita plus exotische kleurstoffen en amber uit México, werden de Spaanse schepen in brand gestoken. De Spaanse zeelieden, die geen enkel schrammetje hadden opgelopen, werden achtergelaten op het eiland Cuba. Als vice-admiraal van de West-Indische Compagnie had Piet Heyn zich voorgenomen het Spaanse monopolie in Amerika te breken. Met een tot de tanden bewapende vloot van ruim dertig oorlogsschepen, met 700 kanonnen en 4.000 man was Piet Heyn in mei 1628 vanuit Nederland vertrokken met het doel een zo groot mogelijk winstgevende handel op te zetten. De West Indische Compagnie, die gebaat was bij het ontvreemden van het goud en zilver, die de Spaanse oorlogsmachine in stand hield, had geen bezwaar tegen de winstgevende piraterij. De kapitein-generaal van de zilvervloot werd door de Spaanse autoriteiten geëxecuteerd. De ontvangst van Piet Heyn en zijn manschappen werd in de Nederlanden uitgebreid gevierd. Alle schepelingen kregen anderhalf jaar salaris als premie. Piet Heyn mocht het voor die tijd fabelachtige bedrag van F. 7.000,-. als beloning opstrijken. Hij heeft kort van zijn roem en beloning kunnen genieten: Nog geen jaar later verloor hij het leven in een zeeslag met piraten uit de Zuidelijke Nederlanden vlak voor de kust van Oostende in juni 1629. De schenking van het standbeeld van Piet Hein aan de bevolking van Matanzas is te danken aan de Nederlandse ondernemer Willem van ‘t Hout. Deze Rotterdammer gaf een stadsgenoot en beeldhouwer de opdracht dit te maken om te vieren dat hij al meer dan dertig jaar bloeiende zaken doet met Cuba. Het standbeeld werd in 1998 geplaatst: 470 jaar nadat Piet Heyn de Spaanse vloot in de baai van Matanzas had buit gemaakt. In de volksmond van Matanzas heet het standbeeld van Piet Heyn “De Hollandse Boekanier”. Eigenlijk begrijpt men niet wat de Nederlandse piraat daar doet. Ook heeft men er geen weet van dat hij streed tegen de Spanjaarden. Willem van ´t Wout, wiens voorvaderen in de zestiende en zeventiende eeuw tegen de Spanjaarden vochten, mikte op de “gemeenschappelijke” noemer van Nederland en Cuba: De oorlog in het verleden tegen Spanje. Bram Peper, de toenmalige burgemeester van Rotterdam die de onthulling van het standbeeld in Matanzas bijwoonde, vertelde de Cubanen enthousiast dat Nederland de buit van Piet Hein indertijd hard nodig had voor de financiering van de oorlog tegen Spanje. De Nederlandse zakenman en de burgemeester van Rotterdam hebben niet beseft dat de plaatsing van dit standbeeld voor Madrid een politieke betekenis inhield. De Spanjaarden, zich bewust dat men pas in 1898 Cuba als kolonie kwijtraakte, zagen het standbeeld van de piraat als een Cubaans-Nederlands symbool van de erkenning van het werk van Piet Heyn: “Spanjaardje Pesten”. |
De
verhalen of gedeelten daarvan mogen alleen maar
overgenomen worden na schriftelijke toestemming van de auteur.