Boekbespreking                                                       door Trees van Herpen

 

De onzichtbare jongen

Auteur Bernlef

Uitgeverij Em. Querido’s Uitgeverij, ISBN 9021453029 (188 blz.)

Waar het in Hersenschimmen, de bekendste roman van Bernlef, nog om het verlies van herinneringen ging,
kiest Bernlef in zijn laatste werk, De onzichtbare jongen voor een tegengesteld thema: het niet in staat zijn
ook maar iets te vergeten. Centraal in de roman staat Wouter van Bakel. Op zijn dertiende ontmoet Wouter Max Veldman,
die net naar Amsterdam is verhuisd. Tussen de twee jongens ontwikkelt zich een hechte vriendschap,
ondanks de grote verschillen tussen hen. Waar Max met zijn neus in de boeken zit, droomt Wouter ervan
hardlooprecords te verbreken. Wanneer het tweetal naar de middelbare school gaat, zien ze elkaar minder en minder.
Jaren later ontmoeten ze elkaar opnieuw en zien ze wat er van de ander geworden is.

Voor De onzichbare jongen heeft Bernlef veel uit zijn eigen leven geput, zodat vooral de persoon Wouter behoorlijk
wat autobiografische elementen bevat. Het idee voor de roman ontstond toen Bernlef een fikse ontsteking aan
zijn enkel kreeg, die hem er als gevolg van zijn trage tempo in feite toe dwong alles veel intenser waar te nemen.
In De onzichtbare jongen komen twee van Bernlefs favoriete thema’s terug: het geheugen en waarnemen.
Bernlef laat zien dat niets kunnen vergeten een vloek is, wellicht zelfs nog meer dan niets kunnen onthouden.
Het waarnemen is daarmee verbonden. Max is verplicht alles in zich op te nemen wat hij waarneemt.
Wanneer Wouter wordt getroffen door een verlamming van zijn spieren, overkomt hem hetzelfde.
Door de traagheid waarmee hij wordt gedwongen zich voort te bewegen, kan hij niets anders dan alles
uitgebreid in zich opnemen. Een derde thema dat verband houdt met deze twee is de wind.
Wouter heeft de wind nodig om sneller en sneller te lopen, Max probeert een systeem te vinden in de wind,
zoals hij in alles een systeem zoekt. Aanvankelijk doet hij dat door een windmeter te bouwen,
later in zijn leven door tochtverschillen binnen een kamer te meten.

De onzichtbare jongen is grotendeels een prettig leesbaar boek, geschreven in Bernlefs vlotte stijl.
Het verhaal wordt echter geforceerd onderbroken door de inleidende stukjes tekst die iedere paar bladzijden
opduiken en die een stijlbreuk zijn met de rest. Ook weet Bernlef Max’ psychische problemen niet zo
overtuigend neer te zetten zoals hij dat deed in Hersenschimmen, want meer dan het verhaal van de
jongen die onzichbaar wilde zijn, is het het verhaal van Wouter geworden.
De laatste paar bladzijden had hij, wat mij betreft, ongeschreven mogen laten.




Terug naar de index