Boekbespreking door Trees van Herpen


De brug

Auteur: Geert Mak

Uitgeverij: Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, CPNB

ISBN 978-90-5965-046-6 (91 blz.)

De naam van Geert Mak (1946) ligt op ieders lippen. Hij is vooral bekend als schrijver van goed gedocumenteerde boeken als
De eeuw van mijn vader
en In Europa, een pil van 1222 bladzijden, waarvan alleen al de bronvermeldingen, literatuurverwijzingen
en het register 67 pagina’s in beslag nemen. Mensen herkennen hun familiegeschiedenis en zichzelf in de proza van deze schrijver
en dat mag een gave genoemd worden. Dat Geert Mak het verzoek kreeg om het boekenweek geschenk voor dit jaar te schrijven
wekt dan ook geen verbazing.

  Geert Mak is echter vóór alles een journalist, al jaren werkzaam voor o.a. de NRC. Veel journalisten begeven zich vroeg of laat
op het schrijverspad en daar is niks mee, want dat ze schrijven kunnen, bewijzen ze dagelijks. Een kroniek als In Europa laat
zich waarschijnlijk het beste schrijven door een gedegen ondezoeks-journalist. Met een novelle, dat het boekenweek geschenk altijd is,
ligt dat anders. Die wordt bepaald door de beknoptheid, een fictieve plot en het literaire vermogen een karakter in korte streken neer te
zetten. Dat laatste is Mak wel gelukt ondanks het feit dat er geen hoofdpersoon in De Brug bestaat of het zou de brug zelf moeten zijn.
 Het CPNB is voor het eerst afgestapt van het vaste concept om fictie te presenteren in het dikwijls felbegeerde boekenweek geschenk.

De brug
is non-fictie, eigenlijk een lang journalistiek interview met de mensen die dagelijks de Galatabrug in Istanboel tussen Azië en Europa bevolken. Lotenverkopers, schoenenlappers, vissers en zakkenrollers, kortom overlevers. De scherpe observaties en de anecdotes maken
het geheel tot een makkelijk leesbaar boekje. Je ziet de personages van verkoper tot oplichter voor je. In een enkele rake pennestreek wordt
 de stomme bedelaar getypeerd:”Als je hem aanspreekt, heft hij zijn magere hoofd en wijst op een ijzeren plaatje onder aan zijn keel.
Daar woonde ooit zijn stem, voorgoed weggesneden.” Wat Mak vooral probeert te zeggen is dat eer het laatste bastion is tegen de
totale vernedering. Eergevoel heeft weinig te maken met religieuze overtuiging, betoogt hij, het is een verdedigingsmechanisme tegen
de voortdurende superioriteit van het westen. Hij legt de vinger op de zere plek zonder de oplossing aan te dragen.
Een onbevredigend einde, ook voor non-fictie.                                            
Terug naar de index