BORUCA
In de tuin van ons hotel hebben wij een paar cabañas
gebouwd. Dat zijn leuke houten appartementjes
waar we onze gasten in kunnen ontvangen. Ze liggen heerlijk in de
schaduw van grote palmbomen,
tussen twee kabbelende beekjes, waar rivierkreeftjes en schildpadden in
zitten.
Achter in de tuin hoor je de rivier ruisen en 's avonds ruik je de
heerlijk geurende lelies.
Nu de cabañas klaar zijn moeten ze natuurlijk ook worden
ingericht. Het meubilair is door de
plaatselijke timmerman gemaakt en de gordijnstof en de spreien hebben
we uit Nederland meegebracht.
Aan de muur hangt een mooi schilderij dat precies de sfeer van de
natuur in onze streek weergeeft.
Maar we willen nog graag iets aan de muur hebben, ook van deze streek,
maar dan van de cultuur.
Daarom stappen we op een zondagmorgen in de auto om naar Boruca te
rijden, een Indianendorp in de bergen.
Er is erg veel regen voorspeld, maar voorlopig is de lucht nog blauw.
En de weersvoorspelling zit er noga
eens naast, dus wagen we het er op. Het eerste stuk van de route is een
peulenschil.
We rijden over de Costanera, de kustweg, naar het zuiden tot Palmar
Norte. Dit is de beste weg van Costa Rica,
een soort landingsbaan van glad asfalt. Behalve natuurlijk die ene brug
die ontbreekt, waar je over een gammel
rammelend noodbruggetje moet rijden, maar dat is hier heel gewoon.
Voorbij Palmar gaan we richting San José,
de Pan American Highway op, die hier Interamericana heet. We rijden
langs de Río Térraba,
één van de grootste rivieren van Costa Rica. De
rivier is breed en bruin en er zit heel veel water in.
Majestueus slingert hij zich door de bergen en neemt van alles met zich
mee op zijn weg naar de zee.
Een variatie op Marsman: Denkend aan Costa Rica, zie ik brede rivieren
traag door oneindig hoogland gaan.
De weg loopt steeds vlak langs de rivier en we zien weer een prachtig
stukje natuurschoon.
Onderweg komen we langs piepkleine dorpjes, stalletjes waar ze
avocado's verkopen en bananenplantages.
Links van ons is een steile rotswand, waar zo af en toe brokken af
vallen in de regentijd.
Er liggen nu brokken die kennelijk zeer onlangs gevallen zijn, want ze
zijn nog niet opgeruimd.
Een tak op de weg waarschuwt het verkeer dat er iets gevaarlijks is en
dat is ook wel nodig,
want er is maar een halve rijstrook vrij van stenen.
We passeren de eerste afslag naar Boruca, maar laten die links liggen.
Ooit hebben we die weg genomen.
Het eerste stukjes is asfalt, maar dat houdt gauw op. Daarna onverharde
weg, smal en steil naar boven.
Over bergkammen met fantastische uitzichten, maar enorme gaten en
geulen in het pad.
De weg is eigenlijk alleen geschikt voor paarden, die we dan ook
tegenkwamen. De berijders ervan keken
ons hoofdschuddend aan, en ze hadden gelijk. Maar wij konden niet meer
terug, omdat de weg te smal is om te keren,
dus moesten we door. Tot een bocht bij een beekje, met wel erg veel
modder. En ja hoor, tot de assen
vast in de modder. In het zicht van de haven gestrand. We hadden al
visioenen van naar het dorp lopen
en een tractor zien te regelen, maar uiteindelijk zag onze auto toch op
eigen kracht kans om er uit te komen,
hoera. Dat was eens maar nooit weer.
Gelukkig is er een eind verderop nog een weg. Deze weg is ook
onverhard, maar we zien de bus die er ook langs gaan,
dus dat wekt vertrouwen. Het eerste stuk valt niet mee, ook erg stenig,
bulterig, steil en vol gaten.
Na verloop van tijd wordt het iets beter. De weg gaat 14 kilometer de
bergen in. Prachtige vergezichten,
de rivier in de verte, donkere wolken boven zee. Vanuit de verte kunnen
we Boruca al zien liggen,
in een bergkom. Als we aankomen nemen we eerst iets te drinken in het
plaatselijke café. Een donker,
grotachtig geheel met luide muziek, maar het vruchtendrankje Tropical
smaakt lekker. Al gauw heeft
de bevolking in de gaten dat er buitenlanders zijn en komen ze op ons
af om te vragen of we "artesanía",
handgemaakte spullen, willen kopen. En daar kwamen we nu juist voor.
Het dorp heeft een coöperatie waar ze
de prachtigste dingen maken, die overal in het land, en zelfs in het
buitenland, verkocht worden.
Op eenvoudige weefgetouwen maken ze mooie stoffen, die gekleurd worden
met natuurlijke verfstoffen,
gemaakt van planten en parelmoer. De draden worden eerst gesponnen met
een spinklos.
Ook maken ze maskers van verschillende houtsoorten, onder andere balsa
of ceder.
Vaak zijn die maskers in felle kleuren beschilderd, met allerlei
voorstellingen uit de natuur die Boruca omringt.
eind van het jaar maken ze speciale duivelsmaskers, voor het feest van
"los diablitos",
de duiveltjes, dat elk jaar rond Nieuwjaarsdag gevierd wordt. Bij dit
feest wordt de strijd tegen
de Spanjaarden uitgebeeld. Een aantal mannen danst met de
duivelsmaskers op rond een man die
verkleed is als stier. De stier verbeeldt de Spanjaard, en in eerste
Aan het instantie wint hij.
Het feest duurt een paar dagen, en de dansers gaan overal rond, tot in
de huizen.
Op de laatste dag van het feest winnen de duiveltjes en wordt de
Spanjaard verslagen.
Waarna ze gezamenlijk bier of sterke drank -guaro- drinken en weer
vrienden zijn.
We worden in één van de huizen binnen genodigd,
waar de hele familie zich bezig houdt met de vervaardiging
van maskers en stoffen. De maskers slaan we deze keer over, wij waren
voor de stof gekomen.
Er komen grote zakken te voorschijn met kleden, geweven tassen en
andere van stof gemaakte producten.
We zoeken drie kleden uit, die heel mooi op onze houten muren zullen
staan.
Na de aankoop lopen we nog even in het dorp rond. Op het hoogste punt
is een grasveld, met een soort muziekkoepel.
Van hier uit heb je een prachtig uitzicht over de kom waar het dorp in
ligt. Op het grasveld staat ook de kerk,
die altijd open is. Het interieur is heel eenvoudig, en er zitten vaak
een paar vrouwen te bidden.
Met onze aankopen, waar we erg blij mee zijn, verlaten we het dorp en
we rijden terug naar huis.
De voorspelde regen komt gelukkig pas als we al weer op de Costanera
zijn,
en daar hebben we er niet zo veel last van.
Bijdrage van Anja Geesink
Terug naar reizen met Anja