SAN VITO

 

Vandaag maken we een tochtje naar San Vito, verder naar het zuiden. Onze dochter en schoonzoon zijn op bezoek, en ze willen natuurlijk
graag iets van het land zien. Ook Priscila, die bij ons in het hotel werkt, gaat mee. Zij heeft in haar jeugd in San Vito gewoond en wil er
heel graag nog eens kijken.

We nemen de Costanera Sur, in zuidelijke richting. Het is begin maart, en heel erg droge tijd. De weg heeft opeens weer zijn
oorspronkelijke breedte en is niet meer voor de helft overwoekerd door allerlei planten. Bij Palmar Norte gaan we linksaf de
Interamericana op, richting San José. Hier rijden we in het dal van de Río Grande de Térraba, één van de grootste rivieren
van Costa Rica. Ook hier is de droge tijd duidelijk merkbaar. De rivier, in de regentijd een machtige stroom, heeft maar
weinig water en stroomt langzaam door de enorme grindbedding. Ook de omgeving is niet zo groen als anders.

Bij Paso Real verlaten we de Interamericana en steken de rivier over. Het brugdek is van ijzer, en met een zoevend geluid
bereiken we de overkant. Hier gaat de weg ook meteen omhoog, de bergen in. De weg was ooit geasfalteerd, Priscila kan
zich herinneren dat het hier vroeger prima begaanbaar was. Maar nu is er hier en daar nog maar een plekje asfalt over.
Maar ach, zo zijn er zo veel wegen in Costa Rica. We stijgen en stijgen en zien al gauw de mooiste vergezichten.
Schuin achter ons zien we de hoge bergen van de Cordillera de Talamanca. De begroeiing is hier niet zo dicht en groen
als bij ons, het is hier veel opener, met weilanden en lage struiken. Overal stijgen rookpluimen op, waar de boeren bezig
zijn stukken land af te branden om ze weer vruchtbaar te maken voor het komende regenseizoen.
We passeren diverse dorpjes, waarbij het ons opvalt dat het zo stil is. Winkels en scholen gesloten, en nergens een
soda om iets te drinken. Dan vinden we er uiteindelijk toch één.

Er is een barretje, maar eigenlijk is het meer een winkeltje. Ook hier is niemand, behalve de eigenaar. Naast het gebouw staat
een erg vies en krakkemikkig hok, is dat de WC? Bij navraag blijkt dat we gebruik mogen maken van de badkamer in het huis,
die ziet er gelukkig iets beter uit, met een gebloemd rose dekje.

Het klimaat verandert langzamerhand, het begint iets koeler te worden. Dat is niet erg op zo’n hete dag als vandaag.
En dan bereiken we San Vito. Het is een grappig plaatsje, met steile straatjes. Er wonen veel Italianen en dat merk je
Restaurants en winkels hebben een bepaalde sfeer, en zijn luxer dan we bij ons in de buurt gewend zijn. Veel kleding-
en schoenenwinkels, en alles is schoon, opgeruimd en keurig in de verf. We neuzen wat rond in het stadje en eten
een casado als lunch.
Dan gaan we aan de andere kant het stadje weer uit. Nog een beetje verder naar boven, en na een kilometer of zes arriveren
we bij Wilson Botanic Garden.

Een botanische tuin, een paradijs voor plantenliefhebbers. Er zijn tuinen met heel veel verschillende soorten bromelia’s, begonia’s,
orchideeën en allerlei andere planten. Er is ook een plek waar heel veel verschillende soorten palmen bij elkaar staan, en ook een
plek met de meest fantastische varens. We hebben nooit geweten dat er zo veel verschillende soorten gembers bestaan en we
kijken vol ontzag naar de torenhoge bamboebossen. We lopen een eind langs de “jungle trail”, langs een berghelling naar beneden.
Hier zijn we ineens weer in het oerwoud met zijn overweldigende begroeiing. We krijgen het hier toch weer warm, hoewel het vrij
hoog ligt en koeler is dan bij ons.

Als we de tuin gezien hebben gaan we rechtsaf richting Villa Neily. Een enorme, prachtige leguaan steekt vlak voor ons de weg over. Onderweg adembenemende vergezichten. We kunnen tot ver in Panama kijken en zien de Golfo Dulce, met aan de overkant het
schiereiland Osa. De weg is hier goed, maar wel steil met diverse haarspeldbochten. Op een splitsing weten we het even niet meer,
want borden zie je hier nergens. Een vriendelijke man wijst ons graag de weg, men is hier niet anders gewend. In Villa Neily zijn we
weer op zeeniveau en is het goed heet. We komen weer terecht op de Interamericana en gaan naar het noorden, richting Palmar Norte.


Hier heeft de weg behoorlijk wat gaten. We merken op dat het gesprek in Nederland meestal over het weer gaat, en hier over de
toestand van de wegen. Maar onderweg moeten we wachten voor een asfaltmachine. Ze vullen niet alleen maar de gaten, nee,
de hele weg wordt opnieuw geasfalteerd! Daar wachten we graag even op en we horen onderwijl ook nog de rode ara’s schreeuwen,
maar zien ze helaas niet. Vanaf dit punt is de weg dan ook een stuk beter. In Palmar is het rondje van 185 km rond.

Van hier is het nog een klein half uurtje terug naar Ojochal, waar het zwembad met lauw water en een lekker koud biertje op
ons wachten.


Anja Geesink

Terug naar reizen met Anja