AUTO KAPOT
Onze auto is kapot. En goed kapot. Toen ik er de laatste keer mee naar
de stad reed om boodschappen te doen wist ik ineens:
zo kan het niet langer. De auto moet nu beslist een onderhoudsbeurt
hebben, hij voelt niet meer lekker aan. En prompt nadat we
de afspraak met de garage gemaakt hadden bleek dat ook: hij reed niet
een meter verder meer en er begon rook onder de motorkap
uit te kringelen. Fout boel dus. Met een sleepwagentje werd ons
dierbare vervoermiddel weggesleept en vanaf dat moment zaten
we dus zonder. Hoe lang het gaat duren weten we niet. De onderdelen
moeten uit de hoofdstad komen en de garageman is erg druk.
Na een week mochten we hem bellen, we weten nu tenminste wat er aan de
hand is, maar verder tasten we nog in het duister.
Na een weekje begon onze voorraadsituatie toch een beetje nijpend te
worden. Gelukkig mochten we voor een dagje een auto
van een collega lenen. We zijn samen boodschappen gaan doen, het was
net een vakantiedagje uit. Even een andere omgeving zien!
Maar na een dag was het weer uit met de pret.
Gelukkig komen er een aantal leveranciers aan de deur. We hadden een
paar keer
een onbetrouwbare groenteboer aan de deur, waarvan je nooit wist of hij
nu wel of niet kwam. Maar degene die we nu hebben is
al een paar keer achter elkaar op een vaste dag geweest en, op ons
verzoek neemt hij nu ook voldoende fruit mee voor het ontbijt.
Kleine boodschapjes kunnen we hier in het dorp ook wel doen in het
supermarktje. Dat is lopend nog aardig te doen, als je niet
op het warmst van de dag gaat. Dus ga ik op een middag maar eens die
kant op, langs de hobbelige stoffige weg.
Onderweg kom ik een jongetje met een fietsje tegen, die ineens afstapt,
waarna zijn lip ineens vervaarlijk begint te trillen.
Ik vraag hem wat er is en hij wijst op een punt achter mij. Dan zie ik
ineens dat onze hond Tinus achter mij aan is gelopen.
"Die hond ….." bibbert het jongetje. Gelukkig kan ik Tinus
bij zijn halsband vastpakken, tot grote opluchting van het jongetje.
Hij springt weer op zijn fietsje en racet naar huis. Ik loop dus maar
weer verder met de hond op mijn hielen.
Veel mensen zijn bang voor hem, omdat hij zo groot en zwart is. Hij is
echter de vriendelijkste hond die je je maar voor kunt stellen,
een echte lobbes, maar dat weten die mensen natuurlijk niet. Hij mist
ook nog een oog, vanwege een ongelukje als pup, dus hij ziet er
helemaal nogal als een piraat uit. Verbeeld ik het me of kijken de
dorpsbewoners met wat meer ontzag naar mij als anders?
Bij de supermarkt aangekomen wil Tinus natuurlijk wel mee naar binnen,
dat lijkt hem wel interessant. Maar na enige vermaningen
van mijn kant blijft hij toch voor de deur wachten. En weer worden
Tinus en ik met het grootste ontzag aangekeken.
Op de terugweg moet ik hem een paar keer bij me roepen, want meneer
vindt dat hij moe wordt van het wandelen,
maar uiteindelijk komen we toch samen weer thuis.
Op mijn verjaardag gaan we samen uit eten, bij een heerlijk restaurant
in het dorp.
We wandelen weer de dorpsweg af, nu in het donker en zonder hond, die
mag het huis bewaken.
Wel een zaklantaarn mee, want de straatlantarens branden niet overal en
op sommige plekken is het aardedonker.
Het is ook behoorlijk druk, want het is zaterdagavond en veel mensen
gaan uit. Na een heerlijk diner lopen we weer terug,
romantisch onder een glasheldere sterrenhemel. Ach, geen auto hebben
heeft ook zo z'n voordelen.
Anja Geesink
Terug naar reizen met Anja