Relaas uit de Bossen van de Chirripó Berg    

Samen met medestudent en goede vriend Tom Groot ben ik voor een half jaar in Costa Rica voor een studie
naar de reactie van de vegetatie op recente klimaatveran-deringen. De studie betreft ons afstudeerproject (biologie)
aan de Universiteit van Amsterdam en vindt plaats in samenwerking met het Costaricaanse Instituto Nacional de
Biodiversidad (INBio).  In ver-band hiermee werken we veel in het veld op de helling van de Cerro Chirripó.
Op verzoek van de redactie vertel ik U hier een aantal anecdotes van onze belevenissen op deze berg in de Cordillera de Talamanca.
 
  Chirripo                                           Chirripo                                           Chirripo

12 februari 2000. 19.30u Tico-tijd.
Parque Nacional Chirripó. Basiskamp Llano Bonito, 2450m.

IRA, Haider, Ajax-PSV 0-4, zuid-westerstorm met regen. Nieuws uit de lage landen. Maakt echter geen indruk op
2450m boven zeeniveau in het Lower Montane Rainforest. Krekels tsjirpen, vogels fluiten, muggen zoemen, horzels
brommen. Verder niets dan stilte. Onwaarschijnlijke stilte. Dan plot-seling een enorme adrenaline-golf. Luid gekraak
van struikgewas doorbreekt wreed de stilte. Op nog geen tien meter van afstand van het basiskamp en drie meter
achter Tom verschijnt een jaguar. Ik ben zo perplex en verstijfd van schrik dat ik niet eens denk aan het maken van
een foto. Als ik Tom waarschuw gaat het machtige dier er even snel vandoor als hij ge-komen is. Het gekraak van het struikgewas wordt weer vervan-gen door de serene rust van het oerwoud. Ik weet dat ik niet bang hoef te zijn.
Jaguars jagen alleen ‘s nachts. Welterusten.

13 februari 2000. 18.00u Tico-tijd.
Parque Nacional Chirripó. Basiskamp Crestones, 3400m.

John Lennon op de radio, kopje thee, kaarslicht. Het wordt nu snel donker. Via het Upper Montane Rainforest
leidde het pad ons vandaag naar de boomgrens, de paramó in. Na een prachtig stuk bos vol met bloemen en kolibri’s
voerde het steile pad door een platgebrand bos. Dode, zwart-geblakerde bomen, veel kale plek-ken, maar opnieuw schitterende bloemen met kolibri’s. Verder hitte en stof en een in onze hoofden rondspokende vraag:
Waarom sjouwen we ons in hemelsnaam een breuk aan een poncho en warme kleding? Op 3000m was het ruim
25 graden en we waanden ons eerder in een woestijn dan in het koude, vochtige Subalpine Rainforest dat ons was
beloofd. In combinatie met de ijle lucht maakte de hitte de tocht van vandaag tot een uitputtingsslag: zweten voor de studiepunten! Gelukkig kunnen we nu onder het genot van een kopje thee bijkomen. Het wordt inmiddels al flink koud
en de truien en jassen komen nu van pas. Morgen zullen we het hoogte-punt van onze stage bereiken: de Cerro Chirripó, 3819m. We zijn dan precies een week in Costa Rica. Het eerste studiepunt is praktisch binnen, nog 41 te gaan.
 

Heliconia                                           Llano Bonito                                           varen
 

7 maart 2000. 18.30u Tico-tijd.
Parque Nacional Chirripó. Basiskamp Refugio Llano Bonito.

Ik ook met mijn grote bek! Bij onze vorige tocht in Parque Nacional Chirripó had ik natuurlijk nooit moeten roepen
“waarom ze dit een regenwoud noemen is mij een raadsel!”. Die ondoordachte uit-spraak werd vandaag finaal afgestraft. Vanaf een uur of twee ‘s middags begon het te miezeren en vanaf drie uur ging de kraan vol open om vervolgens niet meer dicht te gaan tot middernacht. Raadsel opgelost. Wij ook bijna.

Natuurlijk geen poncho meegenomen na onze woestijnervaringen van de vorige keer. Gelukkig is er een moment dat
je niet nog natter kunt worden dan je al bent. Toen het ‘s avonds kouder begon te worden hebben we uitgevonden
dat er ook een moment bestaat dat je niet kouder kunt worden dan je al bent. Ongetwijfeld zal er ook een moment
bestaan dat je niet meer droger of warmer kunt worden. Hier in het nevelige regenwoud op de helling van de
Cerro Chirripó zullen we dat moment waarschijnlijk niet meer beleven. We troosten ons maar met de gedachte dat
het in de natte tijd allemaal nog veel erger wordt.
 

San Isidro                                                                                           sabana

4 april 2000. 23.30u. Tico-tijd.

Vandaag schoenen gekocht. Klinkt simpel. Was ook niet bijzonder moeilijk, maar voor Nederlandse begrippen toch
wel iets gecompliceerder dan je zou verwachten.
Niet dat er weinig schoenen-winkels (Zapaterias) te vinden zijn in San Jose. In tegendeel, in sommige straten is 1 op
de 3 winkels een schoenenwinkel. Aan onze strenge eisen ten aanzien van de prijs lag het ook niet, want 1 op de 3 schoenenwinkels gaat om begrijpelijke redenen over de kop en houdt derhalve uitverkoop. Be-taalbare schoenen in
overvloed dus. Ook de kwaliteit liet niet te wensen over, zodat we probleem-loos een ruime keuze van schoenen
hadden, die gemakkelijk aan onze toch al niet te hoge kwali-teitseisen voldeden.mHet kopen van een paar nette vrijetijdsschoenen kostte niet meer dan een half uurtje. Het kopen van een paar kicksen, daar wrong de schoen.
Costaricaanse voetballers met een schoenmaat van 42 of meer schijnen amper te bestaan. Dus als een uit de polderklei getrokken Heerhugowaarder met maat schuit (45) kicksen wil kopen, levert dit logischerwijs de nodige hilariteit op
bij de schoenenverkopers. Na San Jose van oost naar west en terug doorkruist te hebben, waren we onderhand weer
aan een nieuw paar vrijetijdsschoenen toe, maar hadden we nog steeds geen passende noppenschoen gevonden.
Uit pure noodzaak onze eis voor de maat maar wat naar onderen bijgesteld en uiteindelijk een paar van maat 44
gevonden. Tom zal zodoende met kromme tenen moeten voetballen aanstaan-de zaterdag. Aangezien ik niet
meedoe, zal ik langs de kant staan in mijn gloednieuwe vrijetijdsschoenen, ook met kromme tenen, maar dan
van het lachen.

4 april 2000. 23.45u. Tico-tijd.

To Kollumize. Toen ik op de Wereldomroep van de officiele introductie van dit nieuwe Engelse werkwoord hoorde,
moest ik direct aan mijn column denken. Bovendien associeerde ik het op een of andere manier met kaas. De hele
avond spookten de vervoe-gingen van dit kersverse werk-woord door mijn hoofd. Er zat dus maar één ding op
om rustig te kunnen slapen: mijn gedachten columniseren.

Dat lucht op, alleen je krijgt er wel honger van. Dat is echter makkelijk te verhelpen middels het nuttigen van een
broodje kaas. De Turrialbeño kan natuurlijk bij lange na niet tippen aan zijn wereldberoemde Friese collega-kaas.
Maar de Costaricaanse kaas heeft tenminste niet zo’n nare bijsmaak.

Marc Stift, student en nieuw CHC lid
 
 

Terug naar de costa rica pagina