DIQUIS


In het plaatsje Finca 6, gelegen tussen Palmar Sur en Sierpe, is een nieuw museum geopend. Het museum is gevestigd in het vroegere schoolmeestershuis naast de school. Bij aankomst is het museum gesloten, maar de schooljuffrouw wil wel even iemand voor ons bellen. De kinderen zijn kennelijk niet gewend aan buitenlandse bezoekers. Ze staan zich te verdringen voor de deur en roepen vervolgens, wijzend naar mij: “O kijk, hier is er nog één!” Even later arriveert er een mevrouw op de fiets en al snel daarna
nog iemand. De deur wordt ontsloten en we kunnen naar binnen. Het is een klein huis, vroeger bestemd voor twee families.
In de kamers hangen aan de muren foto’s met bijschriften. De dames vertellen wat ze weten over de beschrijvingen aan de muur.
Ze zijn wat nerveus, want het museum is nog maar pas geopend en alles is nog nieuw voor hen. Een deel van het museum is gewijd aan de Diquis Indianen, die hier in de streek vanaf ongeveer 1500 voor Christus geleefd hebben.

 De Diquis hebben grote stenen bollen gemaakt, esferas genaamd, en tot op de dag van vandaag weet men niet precies
waarom ze die gemaakt hebben. Ze hebben overal verspreid in de streek gelegen, maar helaas zijn er veel door latere bewoners weg gehaald. Ook maakten ze mooi aardewerk, vaatwerk met veel dieren en mensenfiguren. Toen de Spanjaarden het land veroverden hebben ze in deze streek nogal wat strijd geleverd met de Indianen. Ook brachten ze dodelijke ziektes mee, en
 trachtten ze de Indianen tot slavernij te dwingen. De Diquis Indianen hebben de streek uiteindelijk verlaten, om zich terug te trekken in plaatsen hoog in de bergen, zoals Boruca, dat tot op de huidige dag een Indianenreservaat is. Ook de Spanjaarden bleven niet lang in het gebied, zodat het eeuwenlang vrijwel verlaten was.

 Aan het einde van de negentiende eeuw kwam de United Fruit Company in het gebied, om er bananen te verbouwen.
Aan die periode is het andere deel van het museum gewijd. De United Fruit Company bracht ook een heel eigen cultuur mee.
Er kwamen veel mensen uit andere streken van Costa Rica, maar ook uit andere Midden Amerikaanse landen om op de bananenplantages te werken, en zo raakte het gebied weer bevolkt. Het bos werd gekapt en hier verschenen de onafzienbare bananenplantages, later gevolgd door cacao en oliepalm. Er kwamen dorpen, in een vierkant rondom een grasveld gebouwd,
met houten huizen met twee verdiepingen, net zoals het huis waar het museum nu in gevestigd is. Er was een strenge hiërarchie.
De huizen van de bazen lagen in mooie parkachtige gebieden. Dan kwamen de geel geverfde huizen van de ambtenaren.
Ook het museum is geel geverfd, het was immers het schoolmeestershuis. De arbeiders woonden in de grijze huizen.
 Er kwam een spoorlijn, om de bananen af te kunnen voeren en de haven van Golfito werd ook voor het vervoer van de bananen gebruikt. De United Fruit Company had alles in eigen hand: in de dorpen kwamen scholen, ziekenhuizen en
winkels, hier “comisariato” genoemd. We herinneren ons de eerste keer dat we in Costa Rica waren, ook op zo’n bananen en oliepalmplantage van de United Fruit Company. Ook wij kochten toen onze kruidenierswaren en andere artikelen in het comisariato.

 Maar ook die tijd is voorbij, de prijzen van bananen en oliepalmen daalden en de United Fruit Company verliet de streek,
zodat die andermaal gedeeltelijk ontvolkt werd. Nu zijn er nog wel wat plantages, waar oliepalm en platano (bakbanaan)
verbouwd wordt, maar de speciale cultuur die de United Fruit Company meebracht is weg.

Als we het huis bekeken hebben gaan de dames met ons mee in de auto de plantages in. Je moet wel weten waar je moet zijn, anders zie je het niet. Uiteindelijk komen we bij een plek waar nog een aantal esferas liggen op de plek waar ze oorspronkelijk gelegen hebben. Ook in het park in Palmar Sur liggen ze, maar hier heerst een heel andere sfeer. Een deel van de plantages,
waar nu platanos worden verbouwd, laat men zoals het is, en hier liggen de esferas. Het oorspronkelijke bos is gekapt, dus
kunnen we ons helaas niet goed meer voorstellen hoe de Diquis Indianen hier geleefd hebben. Er groeien slechts wat lage boompjes, en wat overblijfselen van de bananenplanten. Misschien is het over een aantal jaren weer oerwoud, dat zou best kunnen, want alles groeit hier zo snel. Het is heet op deze plek, en het barst er van de muggen. De streek ligt in het lage kustgebied in de delta van de rivieren Sierpe en Térraba. Het is een moerassige streek, veel bomen hebben steltwortels.
Dat de grond nu redelijk droog is komt omdat de bananenkwekers sloten hebben gegraven om het overtollige water af te voeren.
Het lijkt ons geen gezonde plek om te wonen, en we vragen ons af waarom de Diquis juist op deze plek terecht zijn gekomen.
In de verte lonken de frisse bergen, waarom gingen ze daar niet heen? Het zal wel met de nabijheid van de rivieren en de zee te maken hebben. Het was wel een belangrijke plek voor hen, want juist hier worden de esferas gevonden.
Bij de belangrijkste dorpen werden de grootste esferas gevonden. Ze werden zelfs op het Isla de Caño gevonden, een eiland
voor de kust in de Stille Oceaan. Dit eiland was ook belangrijk voor de Diquis, hier werden de “caciques”, de opperhoofden, begraven. De steensoort waar de bollen van gemaakt zijn wordt niet op het eiland gevonden, dus ze moeten de moeite genomen hebben deze in uitgeholde boomstammen over de zee naar het eiland te vervoeren.

We komen bij de eerste plek waar de esferas liggen. Ze liggen half onder de grond en dat laat men zo, om ze tegen detand des
tijds en het moordende klimaat te beschermen. Maar het is goed te zien hoe groot ze zijn en het is indrukwekkend om ze hier in hun oorspronkelijke omgeving te zien liggen. De dames vertellen dat sommige esferas in een driehoek liggen opgesteld, en andere in een lijn. Deze lijn lijkt in verband te staan met de stand van de zon op 21 maart, het begin van de lente. Er wordt nog nader onderzoek naar gedaan. Jammer dat er maar zo weinig esferas meer op hun oorspronkelijke plek liggen, veel zijn er naar andere plekken gebracht, om als statussymbool te dienen bij belangrijke gebouwen of rijke huizen. Vroeger zijn er zelfs een aantal opengebroken, omdat de mensen dachten dat er goud binnen in zat. Als ze allemaal op hun oorspronkelijke plek waren blijven liggen hadden we vast veel meer kunnen begrijpen van deze mysterieuze bollen. Zijn het symbolen van macht, of van religie? Of van de verbondenheid van de Diquis met de natuur, waarin
 alles een kringloop is, of heeft het met zonnen, sterren en planeten te maken? Helaas zijn er geen mensen meer die ons er iets over kunnen vertellen. De huidige Tico’s voelen zich ook geen opvolgers van dit volk, omdat zij voornamelijk afstammelingen van de Spanjaarden zijn.

Een eindje verderop ligt een opgraving. Hier is een huis geweest, met een soort oprit er naar toe. Waarschijnlijk een gebouw waar
belangrijke gebeurtenissen plaats vonden, op bestuurlijk of religieus gebied. De enigszins afgeplatte stenen van de oprit komen uit de Río Térraba en worden “piedras galletas” (koekjesstenen) genoemd. Op dit moment is er geen gelegenheid om verder te onderzoek te doen
en daarom is de plaats afgedekt met grond.

Het is inmiddels 11 uur ’s morgens, lunchtijd voor de plantage arbeiders. Tot nu toe hebben we niemand gezien, maar nu komen ze
 vanuit de plantage naar deze plek om hun lunch van rijst en bonen te eten. Kennelijk blijft deze plaats een aantrekkingskracht behouden. Onder een boom zit een man in zijn eentje. Hij heeft net zijn eten op en zit ijverig zijn tanden te poetsen. De Tico’s zijn zuinig op hun gebit!

Over een 20 cm breed bruggetje dat bestaat uit een paar naast elkaar liggende ronde ijzeren buizen lopen we nog een eindje verder.
 Hier is een plek waar allemaal scherven liggen van oeroud aardewerk. Merkwaardig. Ook van deze plek is (nog) niet bekend waar het voor gediend heeft. Was het de vuilstortplaats of de keuken of de begraafplaats? Van graven is niet veel meer teruggevonden, die zijn in de loop der eeuwen geplunderd, op zoek naar het goud dat meebegraven werd.


Het is hier haast onwezenlijk stil in de benauwde hitte. De oorspronkelijke bossen zijn er niet meer, de Diquis zijn weg, en de United Fruit Company is weg. Waarom wordt deze streek steeds opnieuw bevolkt en weer verlaten ……


Anja Geesink

 

Terug naar de index