Onder Zeil in Down Under
door Trees van Herpen

Onze zoon en schoondochter wonen (tijdelijk) in Australië. Wij namen dan ook de kans waar om Down Under te gaan en iets
van dat imense land te zien. Een van de meest indrukwekkende belevenissen was een zeiltocht in de wateren rondom de Withsunday eilanden.
We hadden geboekt op de Solway Lass, een van orgine Nederlandse schoener die in 1902 in Martenshoek gebouwd is volgens
de plaquette aan boord. De eerste jaren voer het schip als kustvaarder in de Noord- en de Baltischzee.
In 1915 werd de het als oorlogsbuit door de engelsen ingepikt en als lokaas gebruikt voor
onderzeërs. Wanneer die naar de oppervlakte kwamen kregen ze de volle laag uit de boord-kanonnen.
Na de oorlog kwam het in Schotse handen en werd het omgedoopt tot Solway Lass. Tijdens de tweede
wereldoorlog liep de Solway Lass op een mijn en zonk. De duitsers borgen en repareerden de boot om
hem als zeilende ijsbreker in te zetten. Daarna bevoer het schip de zuidelijke oceaan totdat er geen emplooi meer
was voor trage zeilschepen. Een zakenman uit Sydney knapte het midden jaren 80 op en maakte
er een restaurant van in Sydney Harbor. Sinds een jaar of zeven vaart de Solway Lass weer nadat er
passagiershutten in gemaakt zijn. Bij de juiste wind bepalen twee forse masten en elf bollende zeilen het silhouet.

Samen met nog zeventien andere gasten van zes verschillende nationaliteiten en zes bemanningsleden gaan we in de avondschemering
aan boord. Daar krijgen we een welkomspraatje plus de do's en don'ts en dan varen we op de motor de haven uit, het donkere water tegemoet.
Australië is erg relaxed maar ook daar maakt het verkeer lawaai. Wat een zalige stilte eenmaal buitengaats en dan die sterrenhemel, zo helder en onbelemmerd. Pas de volgende ochtend in het overvloedige zonlicht zien we hoe blauw de oceaan werkelijk is.
Met een verse kop koffie over de reling leunen en dan die azuren zee, de beboste helling van een eiland en het spierwitte streepje
zandstrand, zo staat het in de brochure, maar zo is het ook in het echt. Wanneer we vlak bij onze eerste bestemming zijn,
Tonghe Bay, steekt een reuzeschildpad zijn ronde kop en rug een paar maal boven water.
De rubberboot gaat te water en in twee etappes wordt iedereen naar het hoofdeiland -Whitsunday- gevaren.
Alle 67 eilandjes zijn beschermde nationale parken, ze maken onderdeel uit van het beroemde Great Barrier Reef Marine Park.
Via een smal pad klimmen we naar een uitkijkpunt vanwaar we links en rechts in de diepte twee sneeuwwitte stranden
zien met rondom de zee in alle tinten blauw. Na de lunch aan boord zouden we naar het witste van de twee stranden gaan.
Echter niet voordat er door de liefhebbers, maar dat was iedereen, gestunt wordt als Tarzans.
Eén van de bemanningsleden doet het voor: een dikke kabel met drie knopen erin is vastgemaakt aan een van de dwarsmasten,
je grijpt je vast aan een van die knopen, zet je af op de reling en zwaait boven het water, op het hoogste punt laat je los en dan plons,
de zee in. Maar wel met een zgn. wetsuit aan, zeg maar een duikpak. Tussen oktober en maart zitten er levensgevaarlijke kwallen
met tentakels van wel twee meter in de zee voor de kust van Queensland en is onbeschermd zwemmen geen optie.
Er zitten ook haaien en krokodillen maar gelukkig niet bij die eilanden.

Dan gaan we naar het strand. Wat een raar geluid wanneer je loopt, alsof je met sportschoenen over een sportvloer wrijft.
Het spierwitte zand lijkt op zout en kleeft aan je voeten maar voelt niet heet aan ondanks de zon en een temperatuur van ca. 30 graden.
Het bestaat bijna uit pure siliconen, vandaar. Het zeewater is lauw en zout, zonder enige moeite blijf je erin drijven en dobberen, in je duikpak wel te verstaan. Ondertussen worden aan boord de zeilen gehesen. Hoog in het want, als een acrobaat hangt een van de bemanningleden
en knoopt het zeil los. Het veelvuldig gerepareerde doek ontrolt zich en wordt vastgezet. Het is een indrukwekkend en ingewikkeld
systeem van kabels en touwen maar onze crew weet wat ze doet. Op een gegeven moment hangen ze met z'n drieën in de touwen
hoog boven ons. Dan fluistervaren we over het water naar onze bestemming voor de nacht.
De ketting ratelt wanneer het anker zakt. Langzaam omgeeft ons het donker en de stilte.

De volgende dagen wordt er op steeds andere plekken veel gesnorkeld en dat is genieten. Het rif, vooral in het volle zonlicht,
toont zijn kleurenpalet in pasteltinten. Wat een variatie in het koraal: grasachtig, takken, waaiers, bollen, zelfs op hersenen
lijkende vormen komen voor. Daartussen bewegen zich de mooiste vissen die we ooit gezien hebben: Groot, tot heel groot en klein
door elkaar, geel, blauw, groen, rood, paars, gestreept, gevlekt, gestippeld of effen, een paars lijf met gele vinnen, een blauw gestippelde
rog, een bruin lijf met fluoriserende groene stippen, spitsneuzigen, blubberlippigen, zwart-witte kleintjes of heel groot en blauw
met een ingewikkeld kleurenpatroon waarin je gelijkenis ziet met de aboriginal schilderkunst.

Plotseling doorkruist een schildpad je blikveld, hij laat zich bijna aanraken. Eindeloos laten we ons drijven boven deze wonderlijke
onderwater wereld. Het is zo rustig dat je zelfs het geluid kunt horen van knabbelende vissen waneer ze een hapje koraal nemen.
Maar ook aan droomtochten komt een einde. Langzaamaan zeilen we via Hook Island met een grote boog terug naar de thuishaven
in Airlie Beach. Onderweg springen er dolfijnen uit het water, in hun op en neer gaande springbeweging volgen ze de boot.
Plotseling denken we dat we hallucineren. Midden in de azuren zee ligt een langwerpige, witte zandstrook ,
nergens mee verbonden, zo maar midden in het blauwe water met daarop een parasol en twee mensen in stoeltjes.
Even knipperen, nee het is er nog. Dan moet het echt zijn, ook dat is Down Under.

Terug naar reizen met Trees