DRAKE BAY
 

Het is een drukke periode in ons hotel in januari. Maar in ons lange termijn appartement is een stel Nederlanders neergestreken die het prima vinden om een paar dagen op ons hotel te passen. En aangezien onze vrienden Hub en Leny uit Nederland bij ons op bezoek zijn, is dit de uitgelezen gelegenheid om er een paar daagjes tussenuit te trekken. Dat gebeurt niet zo vaak, dus het is feest.

We besluiten naar Drake Bay te gaan, op het schiereiland Osa in het zuidwesten van Costa Rica. Niet zo heel ver bij ons vandaan, maar een heel avontuur om er te komen, want het is nog een heel wild ongerept gebied, met nauwelijks wegen. Het grootste deel van het schiereiland wordt in beslag genomen door het natuurpark Corcovado. In de regentijd is het alleen per boot bereikbaar, maar nu in de droge tijd nemen we de weg. Het eerste deel wordt nog zoevend over het asfalt afgelegd, maar vanaf Rincón de Osa gaat het de binnenweg op. Al gauw passeren we de eerste rivier waar we doorheen moeten rijden, en er zullen er nog zes volgen. Vandaar dus de onbereikbaarheid in het regenseizoen. De weg gaat eerst door een prachtige vallei met hier en daar een boerderij. In het weiland staan af en toe enorme eenzame woudreuzen met grote plankwortels. Als we even stoppen horen we de brulapen brullen op de berghelling. Al gauw houdt de vallei op en rijden we echt door de jungle. Hoge muren van dicht donkergroen links en rechts, met fel gekleurde bloemen er tussen. De weg blijft gelukkig goed, maar ook hier kunnen we ons voorstellen dat het in de regentijd geen pretje is. Steile hellingen van vette glibberige rode aarde, met hier en daar flinke hobbels en gaten. Nog één dorpje passeren we, maar verder loopt de weg voornamelijk door de jungle. Doodstil is het hier. 

Uiteindelijk staan we voor de laatste, brede rivier. Ook die hindernis is geen probleem, en daarna komen we weer wat meer in de bewoonde wereld. Het dorp Agujitas, aan de baai van Drake. Hier moeten we de auto ergens zien te parkeren, want het hotel ligt een eindje verderop aan de baai, en is alleen per boot bereikbaar. We bellen het hotel op, onze mobiele telefoon heeft hier zowaar wel bereik (in onze eigen woonplaats niet), en er komt een bootje om ons op te halen. We stuiven met een vaartje over de baai, ronden een rotspunt en komen bij het hotel aan. Aanlegsteigers kennen ze hier niet, je stapt gewoon met je blote voeten uit de boot in de ondiepe zee en waadt naar het strand. We worden opgewacht door een jongen van het hotel, en een trekkertje met aanhanger neemt onze bagage mee. Want het is een flinke klim naar boven, maar het is de moeite waard. Het uitzicht is fantastisch vanuit het restaurant, een weidse blik over de baai, over de Pacific en in de verte zie je het Isla de Caño liggen. We krijgen een welkomstdrankje en worden naar onze kamers begeleid, de bagage staat er al. Vlak voor ons is de dichte jungle, we horen apen en zien een neusbeertje onder onze veranda doorlopen. Tegen zonsondergang begint het cicaden concert, oorverdovend! We blijven lekker een tijdje zitten om naar de zonsondergang te kijken, want we kunnen ook de zee zien vanaf onze veranda. We voelen ons echt op vakantie, zo dicht bij huis maar zo anders. Om 7 uur is het gezamenlijke diner. Een andere mogelijkheid is er ook niet, want dit hotel ligt zo afgelegen dat er verder niets in de buurt is. Zaklamp mee, want het is hier en daar aardedonker. En om half 11 gaat het licht uit, want ze moeten hier hun eigen stroom opwekken, dus er is maar een beperkt aantal uren per dag elektriciteit. Haardrogers en strijkijzers zijn dan ook verboden … 

Vroeg naar bed en de volgende morgen worden we gewekt door het gekrijs van de ara’s. Wat zijn dat toch een prachtige beesten. Primaire kleuren, rood, geel en blauw, zo fantastisch. Ze zitten in de bomen vlak voor onze kamer en vanuit ons bed, door de klamboe heen, zien we ze zitten.

Na het ontbijt maken we een wandeling langs het strand. Donkere, dichte jungle aan onze linkerhand, prachtige lege, ongerepte stranden aan onze rechterhand. De aapjes springen boven onze hoofden in de bomen heen en weer, en regelmatig komen we de prachtige ara’s weer tegen. We steken blootsvoets een rivier over en komen bij een prachtige lagune. Wat een plek. Hier besluiten we om maar terug te gaan, want als de vloed opkomt kunnen we niet meer terug de rivier over.
 

’s Middags gaan we aan de andere kant van het hotel naar het strand. Lekker uitrusten, lekker zwemmen in de lauwe Pacific. Het leven is zo slecht nog niet ……

De volgende morgen zit het er alweer op. Weer met het bootje terug naar de auto, die er gelukkig nog net zo staat. En dan de 35 km hobbelweg weer over, tot de asfaltweg. We hebben genoten. 

Ingezonden door Anja Geesink


terug naar de index     Terug naar de welkom pagina