Buen dia! Como esta? Todo bien?? Que dicha!
Met de eerste woorden steken gesprekspartners de voelsprieten naar elkaar
uit. Het is een soort spelletje waarin
tact en humor belangrijke onderdelen zijn. Zal sympathie en daarmee
de gastvrijheid en openhartigheid van ze
gewonnen worden of toch niet? Ik kan wel zeggen dat ik in het afgelopen
half jaar aardig bedreven geworden
ben in het spelen van dit communicatie-spel. In het kader van een afstudeeropdracht
voor mijn studie Tropisch
Natuurbeheer, aan de Universiteit Wageningen, heb ik veel met boeren
uit de regio van Santa Maria de Dota
en Cerro de la Muerte gesproken. Aan de keukentafel, onder het genot
van een stuk jonge kaas en een kop koffie,
zijn mij hele familie geschiedenissen en verhalen over de ontwikkeling
van de landbouw in die regio ter ore gekomen.
Op zich is het communiceren, al dan niet in het kader van een onderzoek
of een project, in boerengemeenschappen
in Costa Rica net zo moeilijk of makkelijk als in andere groepen. Er
zijn toch een paar dingen waar je, zeker als
buitenlander, tegenaan kunt lopen als je contact en informatie zoekt
in agrarisch Costa Rica.
Zeker in tijden waarin de eco-toerisme industrie bloeit en vooral Noord-
Amerikanen naar Costa Rica komen, is de
kans dat je, als hardwerkende onderzoeker, voor Amerikaanse toerist
wordt aangezien erg groot. Simpelweg je
hand opsteken als groet en af en toe een praatje maken zijn de eerste
stappen op weg naar een meer amicaal contact,
net als het gebruiken van de aanspreektitel “Don” of “Doña”.
Als duidelijk geworden is wat het werkelijke doel van
je komst is en je wat langer in een dorp blijft, ontstaat er een soort
burenband. Het hebben van gemeenschappelijke kennissen; andere onderzoekers
of familieleden van je buren helpt bij het versterken van het contact.
In berggebieden
zijn mensen erg blij als ze via de buren kunnen vernemen hoe het met
familieleden in een andere vallei of dorp gesteld is.
De “Bailes” en kerkdiensten, waar ook mensen uit de omliggende dorpen
naartoe komen, zijn dé gelegenheden om
mensen, die je niet zomaar op straat tegenkomt te ontmoeten en daarmee
contact te maken. Tijdens een gezellig
avondje in het dorpscafé, maak je niet alleen vrienden, maar
kom je ook nog eens het een en ander te weten.
Waarschijnlijk lijkt het er nu op, dat het er alleen maar op aankomt
om zo gezellig mogelijk om te gaan met iedereen,
waar je informatie van wilt hebben. Het blijft echter noodzakelijk
om tactisch te zijn tijdens ontmoetingen. Zeker
wanneer je als onderzoekster werkzaam bent, is het belangrijk de onderzoekssituatie
niet te veel te beïnvloeden
door je aanwezigheid. In principe moet je gelijk met iedereen om kunnen
gaan, onafhankelijk van de onderlinge
relaties en de (voor)oordelen binnen het dorp. Als je tico bent en
voor het Ministerio de Agricultura y Ganaderia
(MAG) of Min. de Ambiente y Energia (MINAE) werkt, bijvoorbeeld, of
als buitenlander voor een of andere
organisatie, is door je functie je positie in de gemeenschap al bepaald.
Als buitenlandse onderzoeker krijg je
makkelijk de vraag; “Voor wie doe je dit? Je bent toch niet van de
overheid of zo?” Je moet dan zelf je rol
uitleggen en het eventuele belang van het onderzoek voor de gemeenschap.
Dit is niet altijd even makkelijk.
Een beetje curieus, maar cruciaal element van goede omgang met de plattelands
bevolking, is de manier waarop
je de echtgenotes, van de boeren waarmee je wilt praten, benadert.
Dit geldt vooral voor vrouwelijk bezoekers.
De “Doñas” zijn praktisch altijd in huis bezig met schoonmaken
(lees; vloeren dweilen) en eten maken op houtkachels
en weten dus als eerste welke “vreemdelinge” hun man wil spreken. Een
medewerkster van het MAG vertelde dat
het negeren van de vrouwen ertoe kan leiden, dat zij hun echtgenoten
verhinderen naar een bijeenkomst te gaan
of dat ze zelfs roddels gaan verspreiden over de bezoekster. Goed contact
met de vrouw des huizes draagt dus
enorm bij aan de bereikbaarheid en spraakzaamheid van hun echtgenoten.
Soms kunnen vrouwen expres zielig uit
de hoek komen, wanneer je een tijdje niet bij hen, maar wel bij hun
schoonzus geweest bent, bijvoorbeeld.
“Je bent al zo lang niet meer bij mij geweest…” Het spreekt voor zich
om hier slim mee om te gaan, anders staat
zo de hele agenda vol met gezellige koffie afspraakjes, terwijl hele
andere dingen belangrijker zijn!
Wanneer vrouwen de doelgroep vormen, is het erg makkelijk hen te bereiken;
ze zijn praktisch altijd thuis.
De mannen zijn alleen bereid een afspraak na te komen, wanneer ze er
voordeel mee kunnen behalen, anders
blijven ze weg. Het bezit van auto’s vergroot de mobiliteit van
mannen. Sommige vrouwen kunnen auto rijden,
maar de meesten doen dat niet; vaak vragen zij hun man hen te brengen
of om iets voor ze te regelen.
Als ergens een bijeenkomst is, zullen mannen vaker aanwezig zijn dan
vrouwen, deels omdat het binnen de tico
cultuur past dat mannen in allerlei clubjes zitten, maar vooral omdat
zij de beschikking over een auto hebben.
Het is zeer te moeite waard eens een bijeenkomst van een lokale commissie
te bezoeken. Je ziet dan hoe er op
lokaal niveau initiatieven tot stand komen en uitgewerkt worden. Het
viel mij enkele keren op, dat de belangrijkste
personen (lees mannen) uit de club erg trots waren op hun functie,
maar als het puntje bij het paaltje moest komen,
zelf niet aanwezig waren tijdens bijeenkomsten.
Ik hoop, dat iedereen die al met de plattelands bevolking werkt zich
hier een beetje in kan vinden en dat mensen,
die van plan zijn meer buiten de stad te gaan werken iets aan het bovenstaande
hebben. Zelf vind ik het jammer,
dat ik op dit moment niet meer gezellig de dorpen af kan struinen op
zoek naar interessante en gezellige
gesprekspartners! Dat mogen nu anderen gaan doen!! Veel plezier en
succes!
Inge Dijkslag
inge.dijkslag@95.student.wau.nl