Net
ten zuiden van Santa Cruz op de weg naar Nicoya, wijst een bord links
naar Santa Barbara. Wat er niet op staat, dat moet je dus weten, is
dat het ook de weg naar Guiatil is. In Guiatil wonen nog
afstammelingen van de Chorotega indianen die op traditionele wijze
aardenwerk vervaardigen. Het dorp is gesitueerd rondom een enorm
grasveld waar vaak gevoetbald wordt. Aan de vier zijden ervan en in
een enkel zijstraatje wordt de keramiek in eenvoudige
verkoopstalletjes tentoongesteld. Het liefst slenteren we van huis
naar huis, maken een praatje
en bekijken de koopwaar. Kinderen komen
je altijd vertellen dat hun Tia of Mami mooiere en goedkopere spullen
heeft waarna ze je meetronen naar het desbetreffende huis. Bijna
overal kun je een kijkje in de keuken nemen. De mensen zitten vaak
buiten te werken aan de nieuwe voorraad. Er zijn een aantal kleine
zelfstandigen en er is een collectief.
Uit de omliggende bergen worden de grondstoffen voor klei en kleur gehaald: Zand, kleistof en pigmenten in drie tinten, net als hun voorouders deden. Een medewerker van het collectief vertelde ons dat het klei maken gebeurt door met de blote voeten rond te stampen in de blubberige massa op de klank van salsa muziek. Wanneer je ook maar een beetje interesse toont in het maakproces wordt het je allemaal graag uitgelegd en voorgedaan. De homp klei op een handaangedreven draaischijf, het vormen waarbij ook primitieve instrumenten als een gedroogde, afgekloven maiskolf te pas komen, het polijsten met gladde steentjes, het aanbrengen van de precolom-biaanse motieven met pigment en een scherp instrumentje voor de fijne lijnen. Als de gevormde klei voldoende is gedroogd wordt de iglovormige oven gevuld met hout en gaan de handgevormde producten erin. Puur op basis van ervaring en gevoel wordt die oven zonder thermometer gestookt en na een op dezelfde wijze bepaalde tijd wordt met een lange haak het aardewerk voorzichtig uit de hete as gevist. Overal in Costa Rica is het te koop, van de grootste urnen tot de kleinste fluitjes in de vorm van dieren, maar wij vinden het leuker om bij de makers te kopen.
In de loop van de jaren bouwden we een band op met een aantal dorpsbewoners. Het collectief, dat eerst aan het begin van het dorp zat, is verhuisd naar de voor-malige salon comunal. Die ruimte als een fabriekshal komt de presentatie van het werk niet ten goede, maar de locatie is voor de verkoop wel beter. Een eindje verderop verwelkomt Doña Mayra ons steevast met een koel stuk watermeloen, een stevige omhelzing en de laatste nieuwtjes, meestal over recent gestorvenen. Met een stem vol tranen vertelde ze over het tragische ongeluk waarbij haar zoon was omgekomen om ons een jaar later met een vilein lachje te vertellen dat de vader van haar kinderen was gestorven. “Met hem leefde ik al jaren in onmin, mi amor, snap je?”
Bij onze laatste twee bezoeken aan Guaitil verdwenen de doden even naar de achtergrond. Doña Mayra maakt zich nu druk om de levenden. Wat is namelijk het geval ? Een van de zelfstandige ondernemers die op een strategische hoek van het plein is gevestigd, geeft als eerste in het dorp kopers de mogelijkheid om met een creditkaart te betalen. Dat is nog tot daaraan toe. Maar hij heeft ook met een aantal reisorganisaties afspraken gemaakt dat de busladingen toeristen alleen bij hem binnenkomen en direct daarna weer worden afgevoerd. De rest van het dorp moet nu leven van de individuele toerist die op eigen gelegeheid het dorp weet te vinden. “Pure boycot en discriminatie”, is het ongezouten oordeel van Doña Mayra. Bij alle andere keramisten dan de handige zakenman, hangen nu pamfletten waarop in twee talen deze misstand wordt uitgelegd en geïnteresseerden wordt gevraagd vooral NIET bij de man op de hoek te gaan kopen. Het onderwerp is de ‘talk of the town’ waar je ook gaat in Guaitil.
Jammer toch, dat de vooruitgang deze eens zo hechte samenleving in tweeën splijt.