Orlando
kennen we al jaren. Hij is een stevig
gebouwde, goedlachse Nicaraguaan die dit jaar 50 wordt. In zijn jonge
jaren
volgde hij een opleiding tot lasser. Toen brak het conflict uit tussen
Sandinisten
en Contra’s in zijn land. Ook hij werd opgeroepen voor het
leger en, na een
ultra korte training, naar de grens gestuurd om vluchtende landgenoten
dood te
schieten. Zo luidt zijn versie. Omdat hij daar niets voor voelde werd
hij zelf
een van die vluchtelingen en jarenlang zwierf hij van land naar land
tot aan
Florida toe. Onderwijl bekwaamde hij zich overal waar hij kwam in
steeds nieuwe
technieken van de bouw. Hij verscheen in ons leven als opperman bij de
bouw van
ons huis, een allround vakman die de wind er onder had. In de loop van
de jaren
heeft hij menig verhaal verteld, zowel om te lachen, als om te gruwelen.
Behalve
dat hij zich bekwaamde als vakman, liet hij
zich ook in andere opzichten niet onledig. Hij heeft twaalf kinderen
bij
diverse vrouwen. Nu komt dat meer voor in Nicaragua. In tegenstelling
echter
tot veel van zijn landgenoten, voorziet Orlando wel in de kosten van
onderhoud
en opleiding voor al zijn twaalf kinderen, terwijl hij ook zijn
behoeftige
ouders regelmatig iets toestopt. Zijn bezittingen kunnen in een
weekendtas, hij
woont daar waar er werk is zonder ooit een eigen huis te hebben. Elke
kerstweek
en iedere semana santa ziet hij al zijn kinderen en als het even kan
ook hun
moeders. De laatsten één voor
één, nooit gezamelijk. Bij onze laatste
ontmoeting toonde hij trots een stel foto’s waarop inmiddels
ook al drie
kleinkinderen te ontwaren zijn.
Jaren
geleden, toen hij in Florida werkte, kocht hij
een bijzondere gouden ketting voor zijn oudste dochter, zijn
eersteling. Het
ontwerp is geen doorsnee, geraffin-eerd vlechtwerk van een zuivere
kwaliteit
goud. Altijd had het meisje dat speciale collier om haar nek, de beste
manier
om het te behouden en een bewijs voor de vader van haar gehechtheid aan
hem en
aan de ketting. Totdat bij haar afstuderen het kleinood niet meer om
haar hals
hing. In tranen bekende ze hem dat ze de ketting had verpatst omdat ze
meer
geld nodig had dan hij haar kon geven. Woedend was Orlando en
teleurgesteld.
Kort
daarna kwam hij bij het uitgaan in Managua een
vrouw tegen met de bewuste ketting om. Hij vroeg haar wat ze ervoor
betaald had
en bood haar het dubbele. De koop was snel gesloten. Wat nu te doen?
Zijn
oudste dochter kreeg hem niet meer,
ze
had het verbruid. Een van de andere acht dochters?
Maar welke dan, zonder jaloezie op te wekken bij de rest? Zijn moeder ?
Die had
destijds in het vrijheids-denken van de Sandinisten haar kans gezien om
d’r
eigen vrijheid in te vullen. Ze was vertrokken, manlief met zeven
kinderen
achterlatend. Dat was in de tachtiger
jaren.
Inmiddels had Orlando haar dat wel vergeven en
was het contact hersteld. Moeder kreeg de ketting en beloofde hem
nooit, maar
dan ook nooit tot aan haar dood af te staan. Orlando was tevreden.
Er volgde een jaar of wat van tegenslag. Het werk beviel hem niet, er was ook niets anders te vinden. De jarenlange relatie met de vrouw waarmee hij geen kinderen had maar waarmee hij wel graag oud wilde worden, haperde. Hij begon naar de fles te grijpen en al zijn contacten te verwaarlozen. Ook wij waren hem en tijdje kwijt. Maar Orlando zou Orlando niet zijn als hij niet weer een weg terug vond.
Dat
gebeurde vlak voor kerst. De voorafgaande kerst-
en paasweek was hij, voor het eerst, niet naar Nicaragua geweest. Nu
verlangde
hij erg naar het weerzien met al zijn familieleden. Hij rechtte zijn
rug,
verbeterde zijn levensstijl, schraapte zijn geld bijeen en trok beladen
met
kadootjes de grens over. Dat was zijn mooiste kerst, vertelde hij,
totdat hij
zag dat ook zijn moeder de ketting niet meer droeg. Hij herinnerde haar
aan de
plechtige belofte die ze had gedaan, maar kreeg slecht te horen dat de
armoede
haar ertoe gedreven had die te breken. Hoewel Orlando zich enigszins
schuldig
voelde, hij had tenslotte al een tijd niets aan zijn moeder
overgemaakt, kon
hij het haar deze keer niet vergeven. De ketting lag bij een
pandjesbaas, het
bewaarloon was al maanden niet betaald, en stond op de lijst om te
worden
geveild. Dat mocht niet gebeuren! Orlando hechtte op een niet uit te
leggen
sentimentele manier aan dit gouden sierraad. Na veel soebatten kwamen
hij en de
pandjesbaas tot overeenstemming. De ketting was weer terug bij zijn
oorspronkelijke eigenaar.
Sindsdien
bewaart Orlando de ketting zelf. Opgerold
in een fluwelen foudraal, goed weggestopt tussen zijn spaarzame
bezittingen
gaat die mee op al zijn omzwervingen. Of hij ooit nog een vrouwenhals
zal
sieren is ook voor Orlando voorlopig een open vraag.
door
Trees van Herpen