Een dagje tussen de noten

Excursie naar macadamia plantage Finca La Anita

Al een tijdlang was ik geïntrigeerd door een nieuw bord langs de Interamericana dat passanten uitnodigt
om een kijkje te komen nemen op de macadamiaplantage finca La Anita. Het is niet zover bij ons vandaan
dus op een vrijdag besloten we er op de bonnefooi heen te rijden, reserveren leek ons niet nodig.
Het eerste gedeelte van de weg was bekend terrein, door Guayabo aan de voet van de Miravalles heen
in noordelijke richting naar Aguas Claras. Volgens onnavolgbare, typisch Costaricaanse logica is die
weg afwisselend wel en niet geäsfalteerd.

In Aguas Clara slaan we links af, nu is het helemaal afgelopen met het asfalt. De weg slingert langs
(helder !) water, soms kruist hij dat water waarbij je kunt kiezen of je eroverheen rijdt via een gammel
bruggetje of er spetterend dwars doorheen gaat. Langzaam klimmen we. De weg is een pad geworden dat ons
langs de voeten van de twee vulkanen van het nationale park Rincon de la Vieja voert, eerst de Santa Maria,
dan de Rincon zelf. Grote bomen, mooie doorkijkjes en veel groen waartussen het vee loopt te grazen,
van die mooie brahma koeien met lange oren. Tussen Colonia Blanca en Colonia Libertad worden we tegengehouden
door een potige vrachtwagenchauffeur. Hij is de trotse berijder van een oplegger vol dikke stammen.
Na hem komen nog twee van die forse jongens, dus hij vraagt even geduld, want we kunnen niet gelijktijdig
de bocht om. Spoedig volgt een tweede vrachtwagen eveneens zwaar beladen met boomstammen.
De derde laat echter op zich wachten. Als we poolshoogte gaan nemen zien we twee tractoren,
stevige kettingen, een aantal bezwete mannen èn de vrachtwagen op de helling die met zijn dikke banden
muurvast in de modder zit. Elke decimeter die met veel inspanning gewonnen wordt moet hij weer prijsgeven
zodra de trekkracht van de tractoren even wegvalt. Een half uur en een hele kleine file later besluit
men de vrachtwagen zover terug te laten zakken dat wij, het tegenverkeer, kunnen passeren.

Niet veel later staan we voor de poort van Finca la Anita, een keurig en kleurig erf met een glooiende weg.
We worden doorgestuurd naar een gebouw op een heuveltop, langs een ven waarin we een paar krokodillen zien.
Alles ziet er zeer verzorgd uit. Boven aangekomen zien we een groot overdekt terras, een winkeltje ,
toiletten, silo's, een loods en wat bijgebouwen en in de verte een wijds uitzicht. Een jonge vrouw wacht
ons op en stelt zich voor als Ana. Normaal gesproken begint de tour om half elf en meestal reserveren
mensen vantevoren, krijgen we te horen. Ze improviseert snel, regelt transport en een paar andere
dingen terwijl ze ons tussendoor al het een en ander vertelt. Haar man, Pablo verzorgt in de regel
de rondleiding, die is er echter niet. Maar geen spoor van irritatie of paniek.

Even later komt een tractor, met een op personenvervoer ingerichte kar erachter, al de heuvel op.
Terwijl wij daar galant in geholpen worden door Juan Ignacio vertelt Ana dat ze samen met hem op
school gezeten heeft. Haar ouders hebben 19 jaar geleden dit bedrijf gekocht. Aanvankelijk was
het een veehouderij met daarnaast wat koffieteelt. Toen de koffieprijs zakte stuurde de overheid
producenten in de richting van andere producten o.a. macadamia noten. Die gedijen goed in dezelfde
klimatologische en bodemomstandigheden, zo vertelt ons onze gids. Oorspronkelijk komt de macadamia
uit Australië en via Hawaï is het ook in Latijns Amerika een gekende teelt geworden.

Ondertussen rijdt de tractor ons tussen rijen bomen door. We stoppen bij een hoogopgaand exemplaar waaraan
noten zichtbaar zijn. Ana vertelt dat dit de ene soort is, de andere boom waaiert breed uit, die zien we later.
De noten worden geoogst als ze van de takken zijn gevallen. Vandaar dat er onder de bomen goed gemaaid wordt.
Het wortelstelsel van de macadamia ligt dicht aan de oppervlakte, daardoor is de boom erg wind- en
schimmelgevoelig. Elk jaar verliest men een aantal bomen aan een van beide zwakheden.
Er wordt veel onderzoek gedaan naar hoe men dit kan tegengaan. De amandelboom, die vooral aan zee
voorkomt heeft bijvoorbeeld een beter wortelstelsel. "Waarom ent je dan niet een macadamia op een
amandelonderstam ?" vraagt iemand in ons gezelschap. Ana kijkt verbaasd op, "dat is een goed idee !"
We rijden verder, Ana vertelt over de sociale functie die het bedrijf heeft binnen de kleine gemeenschap
van Colonia Libertad. Alle medewerkers komen uit dat dorp. Met name vrouwen krijgen een kans om zich
onmisbaar te maken. "Wij hebben een vrouw eerst verantwoordelijke gemaakt voor een bepaald gebied,
tegen alle opinies in. En ze doet het geweldig."

De tractor brengt ons naar het hoogste punt van de finca waar we een fantastisch uitzicht over de hele
omgeving hebben. Daar vertelt Ana over het ecologische project dat door buitenlanders is opgestart maar door
hen van harte ondersteund wordt. Steeds meer grond rondom de twee vulkanen wordt aangekocht, beschermd en
in de oorspronkelijke staat teruggebracht.
Van elke kilo noten die verkocht wordt gaat een bepaald percentage naar de stichting die die grond aankoopt.

Ana en Pablo hebben beide agronomie gestudeerd aan de Earth-universiteit, daar hebben ze elkaar leren kennen.
Als we vragen wie nu Anita is waar het bedrijf naar genoemd werd lacht Ana eerst wat verlegen. "Dat ben ik",
zegt ze dan eerlijk, "toen mijn vader het kocht was ik nog klein, nog een Anita, nu hebben Pablo en ik een
dochtertje van anderhalf en die heet ook Ana, dus zeg ik vaak dat het bedrijf naar haar is vernoemd,
maar dat is niet echt zo." Na een aantal kilometers, tussen de eindeloze rijen macadamiabomen door,
komen we terug bij ons vertrekpunt. Vlak daarvoor wijst Juan Ignacio ons nog op een slang die zich
tussen wat stenen door kronkelt, geen gifslang, dat herkennen we aan de kop.

Nadat we uit de kar geholpen zijn door de immer galante Juan Ignacio, lopen we langs het bewerkingsgedeelte
van het bedrijf. De noten worden per kar aangevoerd en gestort. Daarna moeten ze eerst ontdaan worden van
hun groene omhulsel. Om dat te vergemakkelijken worden ze een etmaal in een silo met water opgeslagen.
Het water wordt verwarmd. Als brandstof worden de harde, bruine notenschillen gebruikt, ecologisch en
economisch zeer verantwoord. Die groene schillen worden later weer als meststof gebruikt.
Dan moet ook de harde schil nog gekraakt worden in een speciale ruimte die aan allerlei eisen van hygiëne
voldoet. Op dit moment houdt daar de eigen activiteit op. Sortering en verpakking wordt nu nog
uitbesteed al is het wel de bedoeling dat ook die behandelingen in eigen beheer gaan plaatsvinden.
We lopen door naar het winkeltje waar Ana ons laat proeven van de gezoute macadamia.
Er zijn ook noten in naturel vorm en met een chocolade jasje te koop. Op dat moment komt
Pablo aanrijden op zijn motor. Hij verontschuldigt zich voor zijn afwezigheid, hetgeen we
uiteraard wegwuiven, tenslotte hadden wij niet gereserveerd ! Pablo heeft namelijk nog een
andere baan naast zijn functie op de macadamia plantage. Hij kweekt varens voor de export.

Gezamelijk gaan we naar hun huis aan het begin van de weg. "Normaal krijgen toeristen een lunch op het
terras boven, maar vandaag gaat alles anders", lacht Ana. Terwijl in het huis ongeziene handen de
laatse hand leggen aan de maaltijd, praten wij op het terras verder met Pablo en Ana.
Ze hebben zich aangesloten bij een groep ondernemers in de toeristische branche om gezamelijk
de kwaliteit van het aanbod te verbeteren. Omdat wij in de regio wonen, kennen we de mensen
waarover ze spreken. Dat schept een band op de een of andere manier. Het jonge stel praat vol
vuur over hun plannen, hun idealen en hun verwachtingen, ze zoeken bevestiging en vragen onze mening.
Het enthousiasme is aanstekelijk. Intussen is ook de kleine Ana, Anita, naar buiten gekomen,
een nieuwsgierige copie van haar moeder. Ze plukt wat bloemetjes in de tuin en deelt die
ruimhartig uit aan de gasten.

Als we op het late lunchuur aan tafel gaan worden we zeer aangenaam verrast. Een maaltijd bestaande
uit heerlijke gerechten waarvan de meeste ingrediënten op eigen terrein worden gekweekt in een heel prettige,
huiselijke sfeer. We lachen, we praten, we smullen, kortom we genieten. Als toetje krijgen we vers
gechocolateerde macadamia noten, daar kan geen bonbon tegenop. En na een koffie op het terras nemen
we ruim vier uur na onze aankomst afscheid van Pablo, Ana en Anita. Het voelt alsof we goede vrienden
gedag zeggen, die ons uitgebreid uitzwaaien wanneer we hun terrein afrijden richting het massief van
de twee vulkanen. Een dag om in te lijsten en nooit meer te vergeten.


door Trees van Herpen

Terug naar reizen met Trees