(Nog meer) Telefoonperikelen.
door Trees van Herpen
Het GSM-toestel waarover ik in
het vorige nummer van de Hollandse Nieuwe iets geschreven heb,
kochten wij destijds niet alleen voor Costa Rica. Het is een zogenaamde
driebander en met een
Hollandse sim-card werkt het ding ook prima in Nederland zo bleek
tijdens ons laatste verblijf daar.
Een keer onderweg kwam op de autoradio het bericht dat er nu meer
mobiele telefoons dan mensen in Nederland zijn,
ruim zestien miljoen dus. "De absurditeit van de welvaart", zeiden wij
tegen elkaar.
Op een goede dag zouden onze wegn zich voor een paar dagen scheiden.
Manlief nam de telefoon mee.
Hij zou het meeste onderweg zijn, terwijl ik op een vaste stek bleef,
weliswaar zonder telefoon,
maar dat leek mij geen bezwaar. De plaats waar ik op dat moment
logeerde is een redelijk groot dorp,
goed voorzien van allle gemakken en onder de rook van een grote stad.
Na anderhalve dag had ik een afspraak
met een van de kinderen die mij zou komen halen. Hoewel we het nogal
vaag hadden gehouden begon ik me in de
loop van de dag wel af te vragen waar hij bleef. Op een gegeven moment
werd ik regelrecht ongeduldig en ongerust tegelijkertijd.
Geen nood, dacht ik toen nog, ik ga wel even bellen. Ergens had ik nog
een telefoonkaart ook dus daarmee
of met wat losse euromunten moest het zeker lukken. Welgemoed stapte ik
naar het grote winkelcentrum vlakbij.
Maar waar ik ook liep en keek, geen telefooncel te vinden. Dan maar
naar de bushalte, dat is toch een
standaard plek voor een telefooncel. Helaas, ook daar stond er geen.
Wat nu ? Op zoek dan maar naar postkantoor.
Maar alleen grote steden hebben nog een postkantoor in Nederland, er
was wel een agentschap gevestigd in
een boekhandel. De mevrouw achter de balie was erg vriendelijk maar kon
mij ook niet vertellen waar er
in het dorp een telefooncel te vinden was. "Die zijn er bijna niet meer
en ze zijn ook niet meer nodig,
iedereen heeft toch een mobieltje," was haar laconieke reactie. Daar
kon ik het mee doen. "Of",
aarzelde ze "is er toch nog een bij MacDonalds ?" Die zat helemaal aan
de uitvalsweg naar de autobaan,
vijf kilometer ver weg. Voor mij zat er niets anders op dan maar
lijdzaam te gaan wachten tot ik
gehaald zou worden.
Telefoneren mag dan (voor ons) in Costa Rica niet probleemloos gaan, in
Nederland is het al evenmin
vanzelfsprekend geworden.