Reisverslag Bocas del Toro
 

Bocas del Toro is een eilandengroep aan de Caribische kant van Panama, vlak over de Costaricaanse grens.
Met bezoek uit Minnaepolis, mijn schoonzus, en mijn moeder die hier voor langere tijd verblijft zijn we om 6.00 ’s ochtends vertrokken met de bus uit San José. Ik had besloten tot de bus, omdat ik de weg al kende, na Puerto Viejo word deze echt een verschrikking; ik probeer mijn auto tegenwoordig wat intact te houden; met de bus is zelfs nog sneller dan de auto en dan moet ik de auto weer ergens zien te stallen aldaar, dus vandaar.

Een prachtige tocht, ook dat laatste stuk tot aan de grens Sixaola, waar je door de bananenplantages gaat. De bus stopt bij de grens en daar moet je dan lopend de brug over langs
de douaneposten van Costa Rica en Panama. Aan de Panamese kant hebben we een taxi genomen naar Almirante (deze rekenen $ 15 á 20), de havenplaats waar de boten naar Bocas vertrekken.
De boot naar Bocas kost $ 3 p.p. Het is een hele leuke tocht van een minuut of twintig in een heel snel taxi-achtig bootje. Gelukkig met afdak, want op Bocas kan het behoorlijk regenen!

Op Bocas aangekomen zijn we eerst naar een vriend van ons gegaan die daar sinds kort woont
met zijn vrouw, zoontje en baby op komst. Arie en ik kennen elkaar al uit Amsterdam en zij zijn bezig een Bed & Breakfast daar op te zetten, dat met een paar maanden klaar zal zijn. Ze zijn nog druk aan het verbouwen en wij besloten een hotel in te gaan. Zij hadden al voor ons geprobeerd te reserveren, maar alles zat vol.  Uiteindelijk een kamer gevonden voor 5 personen, waar we dus makkelijk met z’n drieen konden slapen, in Hotel Laguna, pas geopend en het zag er allemaal
keurig en verzorgd uit (we betaalden $65 voor een 5-persoonskamer, normaal gesproken is een 2-persoonskamer $ 35, zonder ontbijt).  Vorige keer sliepen we in Hotel las Brisas, aan het water, maar dat was toch niet erg aan te raden, we werden ook helemaal lekgestoken door de vlooien ($ 15 per nacht)
 Op heel Bocas wordt gebouwd, van restaurants, B & B’s, tot zelfs een hotel met 50 kamers.
Bocas heeft iets heel gemoedelijks, de bevolking is voornamelijk zwart en vindt de stroom toeristen die de laatste jaren op gang is gekomen wel best. De hoofdstraat van het dorp kun je ’s avonds het best aanschouwen vanaf het balkon van het heerlijke restaurant Pomodoro, onze favoriet, waar ik dan ook vrijwel elke avond ga eten. Neem mijn raad aan, geef de kok de vrije hand en u zult smullen. Buiten op straat lopen de vrouwen te flaneren met enorme krulspelden in het haar, vooral tegen het weekeinde, en sukkelt het leven op Bocas aan je voorbij.

Wat ik daar toch wel prettig vind is dat ene uurtje tijdsverschil; het wordt daar pas om 7 uur ’s avonds donker en net dat ene uurtje is gezellig om op een terrasje een beetje te hangen voor het
eten gaan. Trouwens, terrasjes in overvloed op Bocas.
Maar goed, al met al ben je in het dorp snel uitgekeken, je kunt fietsen huren en het eiland gaan verkennen, of te voet, wat mijn schoonzus en moeder hebben gedaan, 10 kilometer naar de
andere kant van het eiland gelopen en toen, wie had dat ooit gedacht van mijn moeder, teruggelift.
Het leukste is natuurlijk met een bootje te gaan varen, overal krijg je wel informatie over boottrips. Via onze vriend hebben we dat geregeld en we zaten nog niet op de boot of het ging stortregenen
en deze had natuurlijk geen afdakje!
Maar aangekomen op Isla de Coral  was het alweer opgeklaard, de kleren waren zo weer droog in de zon en wij zijn gaan snorkelen.
De lunch werd in een restaurant op palen van Indianen genuttigd, echt geweldig, heerlijke vis en
een fantastische omgeving. En wat ons het meest verbaasde; de koffie. Verukkelijk! Een absolute aanrader om hier te gaan eten. Isla de Coral, iedereen kent het.
Maar er zijn natuurlijk veel  meer eilanden de moeite waard om te bezoeken. We zijn ook naar het eiland Bastimentos gegaan, waarvan de ene kant aan de binnenzee ligt en de andere kant aan de open zee. De golven daar zijn huizenhoog, als de stroming niet te gevaarlijk is, wat vaak het geval
is, een surfersparadijs. Het eiland is nu nog heel onbewoond, op een klein gedeelte na, maar men verwacht dat het zich langzaam wat meer op toerisme zal gaan richten, net als Bocas.
Wat ook prachtig is, is om met de boot naar de Rio Cana te gaan (op de vaste wal) en een tocht
te maken over deze rivier, dwars door de regenwouden; totaal ongerept, hier wonen echt alleen maar Indianen.
Op de terugreis bleek er ook een bus te gaan vanuit Almirante, rechtstreeks naar San José,
zodat we niet lopend de grens over hoefden. Enkele reis p.p. kost $ 8.
Naar Bocas kun je ook vliegen, een retour kost $ 180.
 
 
 

                                                                     Hans Goudsmit

 

 

gepubliceerd in de Hollandse Nieuwe van januari 1998
Terug naar de costa rica pagina