Nachtelijk Avontuur                       door Trees van Herpen

De kust is in deze (Nederlandse) vakantieperiode een vast punt op onze agenda. Samen met een van onze kinderen
gingen we onlangs weer naar San Miguel, een vrij onbekend, rustig strand gelegen tussen het meer bekende Punta Islita
 en Sámara. De golven zijn er wild, het lange, witte strand ligt bezaaid met zeesterren -ook wel sand-dollars genoemd-
en andere mooie schelpen. Er is één bar-restaurant, links en rechts daarvan zijn een handjevol hotelletjes en pensions.
 Wij verblijven altijd in The Blue Pelican, een klein hotel dat het beste beschreven kan worden als Villa Kakelbont, het
huis van Pipi Langkous. De Portugees-Amerikaanse Frank is een beetje eigenaardig -maar dat mag als je eigenaar
bent- die altijd chef-kok had willen worden en nu zijn passie uitleeft tot genoegen van hemzelf en zijn gasten.
 Hij vertelde ons dat we een goede dag hadden uitgekozen om schildpadden te zien. Er was een groep biologen
die ‘s nachts het strand observeerden en onderzoek deden, misschien konden we met hen mee ?

Na de verrukkelijke maaltijd gingen we op zoek naar de schildpaddenkenners. Die waren snel gevonden en ja, het was geen
probleem om met hen mee te gaan mits we ons aan hun instructies zouden houden. De Amerikaanse Patty liep de eerste
 wacht tussen acht uur en middernacht. Terwijl we in het pikkedonker over het stand liepen vertelde ze : Dat het geslacht
bepaald wordt door de temperatuur tijdens de incubatietijd, dat de nesten flesvormig zijn, dat van elke duizend eieren er maar
één het tot volwassen schildpad brengt, dat er drie maal per jaar eieren gelegd worden,  en nog veel meer wetenswaardigheden.
Intussen wenden onze ogen langzaam aan het duister. We keken uit naar sporen in het natte zand die ons konden vertellen of er
een schilpad op weg was om een nest te graven. Aangekomen bij het uiteinde van het strand namen we tien minuten rust op een
boomstam, daarna ging het dezelfde weg terug zonder een spoor te ontdekken. Weer tien minuten rust en daar sjouwden we
weer door het rulle zand.

De kilometers begonnen te tellen en het was bijna middernacht toen we eindelijk op een spoor stuitten. Patty maande ons
te blijven staan en volgde met een rode lamp de afdrukken in het zand. Ze had ons verteld dat de schildpad in de graaffase
niet gestoord mocht worden, wanneer het nest eenmaal gegraven was en het eierenleggen begon zou het beest in trance gaan.
Spoedig wenkte ze, we slopen dichterbij. “Ze graaft nog” fluisterde Patty, “dus heel stilletjes zijn.” Doordat de schildpad met
haar kop van ons afgewend zat kon Patty even het tafereel beschijnen We kregen een glimps te zien van een grote donkere
bult met twee achterpoten die op flippers leken, daarna wachtten we in stilte. Er klonken graafgeluiden in het zand, na een
tijdje werd het stil het eierenleggen was begonnen. Patty had verteld dat het wel een kwartier kon duren voordat alle eieren
zouden zijn gelegd

Ze knipte de lamp weer aan, de achterpoten maakten langzame ritmische bewegingen, de kop ging mee in dezelfde cadans.
Gefascineerd keken we toe, het beest leek zich inderdaad niet bewust te zijn van onze aanwezigheid.

Intussen had Patty haar rugzak afgedaan en haalde er een centimeter uit. Ze nam de maat van het schild in de lengte en de breedte,
allebei 68 centimeter. Toen controleerde ze de voor- en achterpoten op merkplaatjes die daar kunnen zijn aangebracht tijdens eerder
onderzoek. Ze ontdekte er inderdaad een dat echter afkomstig was van een project elders. Dat wond haar op, omdat de meeste
schildpadden steeds terug komen naar dezelfde plek voor hun eieren. Ze noteerde de gegevens van het plaatje en bevestigde
met een tang alsnog een exemplaar van haar eigen onderzoek aan de andere poot. De schildpad ging onverstoorbaar door met
eieren leggen tijdens dit alles.

Ruim binnen het kwartier was het eieren leggen klaar, de schildpad slaakte een hoorbare zucht en begon het nest dicht te gooien
met krachtige uithalen van de poten. Daarna gebruikte ze haar volle gewicht om de grond aan te stampen, doffe klappen op het zand
maakten duidelijk dat het om heel wat kilo’s ging. Traag keerde het beest zich om en begon aan de terugtocht naar zee.
Wij markeerden de plek met stokjes en volgden de schildpad tot ze in de golven verdween.

Maar Patty en wij waren nog niet klaar. Om te voorkomen dat stropers of dieren het nest leegroofden moesten de pas gelegde eieren
uitgegraven worden. Ze zouden diezelfde nacht weer in een soortgelijk nest worden gelegd op het terrein van de onderzoekers om
daar in alle rust uit te groeien tot kleine schildpadjes. Op aanwijzing van Patty begonnen we met onze blote handen het zand tussen
de stokjes weg te scheppen. Het nest moest op ongeveer een halve meter diepte liggen volgens haar. Voorzichtig groeven we alles
weg, de kring werd steeds groter, maar nog altijd was er geen ei te bekennen. Af en toe sondeerde Patty met een tak in de wanden,
geen nest. Dit was te gek, we hadden het hele proces toch met eigen ogen gezien ! Dan nog maar verder graven, weer gingen
handenvol zand uit de kuil en uiteindelijk, na zeker een half uur stuitten we op het flesvormige nest. In de diepte glansden de eieren,
wit en rond als ping-pongballetjes. Met een handschoen aan om besmetting te voorkomen haalde Patty de eieren omhoog, wij telden:
 één, twee, drie…achtennegentig stuks belandden in een plastic zak. Toen werd nog het nest opgemeten om te weten hoe diep het
 vervangende nest moest worden en als laatste maakten we de kuil weer dicht.

Moe, vuil en heel voldaan verlieten we de plek, onderweg kwam ons de aflossing van Patty tegemoet die eveneens bereid was ons
op sleeptouw te nemen. Wij waren zo opgetogen over deze unieke ervaring die we liever uniek wilden houden dat we besloten voor
het aanbod te bedanken en ons bed op te zoeken. Die nacht kwamen nog drie schilpadden hun eieren leggen vertelde Patty ons
toen we haar de volgende dag op het strand tegenkwamen. Tja, hadden we toch maar…………

Terug naar reizen met Trees