SLANGEN
Het is november, laagseizoen in
ons hotel.
We zijn ons aan het voorbereiden op het komende hoogseizoen, alles
wordt
gepoetst en geverfd. Ook het zwembad gaat leeg, de bodem wordt hersteld
en het
wordt weer keurig blauw geverfd. Maar temidden van al deze
werkzaamheden hebben
we ook wel eens tijd om er even uit te gaan. Dat geldt natuurlijk ook
voor
Priscila en Noemy die bij ons in het hotel werken. Daarom heb ik ze op
een
zondagmorgen uitgenodigd om mee te gaan naar het park Reptilandia,
tussen
Dominical en San Isidro, samen met hun kinderen. Priscila, die twee
zoontjes
heeft en Noemy, die twee dochtertjes heeft, zijn zussen van elkaar. De
kinderen
zijn dus neefjes en nichtjes van elkaar en kennen elkaar goed. De
oudste is zes
jaar, de jongste anderhalf.
In
de auto hebben ze allemaal het hoogste woord. Het
kleinste jongetje heeft wat geld bij zich, ongeveer 80 colones, en
heeft wilde
plannen hoe hij dat allemaal uit wil geven. We moeten ongeveer drie
kwartier
rijden, en dat vinden ze toch wel een heel eind. Een paar beginnen
misselijk te
worden Dat zal wel komen van de bochtige weg de bergen in, maar
waarschijnlijk
is de oorzaak het feit dat ze meer onder de bank zitten dan er op.
Eindelijk
zien we het bord met een grote slang er op en prompt roept er eentje
dat hij
zich nu al een stuk beter voelt. En dan zijn we er ook meteen.
Ik
was al eens eerder in Reptilandia geweest, toen
het park nog maar net geopend was. Nu, na bijna twee jaar, is het flink
uitgebreid.Er zijn meer dieren, en ze zijn ook allemaal een stuk
groter als
toen. We beginnen onze wandeling door het park
bij een aantal
hokken met
slangen. In de hokken groeien allerlei oerwoudplanten, en aan de
voorkant zit
glas.
De bovenkant
is van gaas, heel dik stevig gaas gelukkig. Eerst
zien we de
ongevaarlijke slangen, zoals de prachtig
lichtgroene lora.
Die kennen
we
allemaal wel, die komt ook wel eens bij ons in de tuin langs. Ze zijn
lang en
dun en eten onder andere kikkers. We hebben er bij ons in de tuin wel
eens één
gezien die een kikker op at. Met de kop hoog opgericht
schuifelde hij
weg, de
kikker half opgegeten. En de allereerste dag dat wij in ons hotel
kwamen kijken
zagen we er ook één.
We hadden het
hotel nog niet
gekocht, kwamen er alleen
maar kijken. Ook het appartement achter het hotel zouden we bekijken.
Het werd
maar weinig gebruikt, binnen was het warm en stoffig. En het eerste dat
ik daar
zag was een lange lora, boven op de gordijnrails.
Dat heeft ons er
toch
niet
van weerhouden het hotel te kopen. Omdat we in het begin geen eigen
huis hadden
sliepen wij in datzelfde appartement. Maar voordat we er in gingen heb
ik
vriendelijk doch dringend verzocht een plankje voor de kier onder de
Dat hielp, we hebben er nooit meer een lora binnen
gezien.
Na de
lora’s komen de boa’s. Ook die kennen we, die
komen bij ons ook regelmatig voor. Maar zulke dikke als hier zitten
hebben we
gelukkig
nog niet
gezien. De kinderen staan vol ontzag te kijken, en rennen dan
alweer vooruit naar een volgend hok. Enthousiaste kreten: “Mami,
mami, kom
hier
eens kijken!” Het laatste hok van deze eerste rij is veel groter
dan de rest.
En niet voor niks, want daarin huist een enorme python. Een paar meter
lang en
zo dik als mijn bovenbeen. Hij ligt opgerold in het hok en beweegt niet.
Bij
een ommuurd grasveld met een vijver staat een
bordje: Komodo varaan, ofwel Draak van Komodo. We zoeken overal, onder
alle
planten, maar zien hem niet. Totdat we gewoon recht voor ons uit kijken
en daar
zit hij, bovenop een boompje, op ooghoogte. We zeggen hallo tegen hem
en hij
neigt minzaam zijn kop naar ons toe. Een vel met schubben en rare
vouwen, grote
poten met lange tenen, echt een voorwereldlijk dier. Verderop zitten
ook nog
een paar leguanen en hagedissen. Sommige komen in Costa Rica voor,
andere komen
uit verder weg gelegen werelddelen. Er is een groene Jezus Christus
hagedis.
Die heet zo omdat hij over het water lopen kan. Ook bij ons in de tuin
lopen ze
over de beekjes, maar die zijn grijsbruin van kleur, de groene
komen
bij ons
niet voor.
Het
oudste jongetje vraagt of er ook “wilde dieren”
zijn. Vindt hij deze reptielen niet wild genoeg? Maar nee, hij bedoelt
leeuwen
en tijgers en olifanten en zo. Nee die zijn hier niet, maar er
zijn
genoeg
reptielen te bekijken.
In
het overdekte middenstuk van het park zijn weer
een heleboel hokken met slangen. Nu zien we ook de gifslangen. Vaak kun
je aan
de kop van de slang zien of hij giftig is of niet. De gifslangen hebben
een kop
die min of meer driehoekig is, de ongevaarlijke slangen hebben een kop
die
spits toeloopt, ongeveer als een paling. De gifslang die bij ons ook
veel
voorkomt is de terciopelo (“fluweeltje”), die in
Nederland fer-de-lance of
lanspuntslang heet. Hij heeft inderdaad een prachtig fluwelen vel, en
een driekante
kop. Wij hebben bij ons alleen maar kleine exemplaren gezien, maar hier
zit een
enorme opa terciopelo. Hij zit achter in het hok opgerold op een tak,
en zit
ons met zijn enorme kop recht in ons gezicht aan te kijken. Wat een
griezelkop,
zoiets heb ik nog nooit gezien. Naast hem zit er nog eentje, ongeveer
net zo
groot als hij, maar met een veel kleinere kop. Er zijn ook groene
boa’s met
gele vlekken, en rare bobbelige koppen, die alleen in Zuid Amerika
voorkomen.
En ratelslangen, die zitten in hokken met alleen zand en stenen. Die
komen dan
ook alleen voor in droge streken, zoals in het noorden van Costa Rica.
Er is
een anaconda uit het Amazonegebied, een kleintje maar, hij is (nog)
niet meer
dan een meter of drie. In de kraamkamer zien we babyslangetjes.
Er
zijn ook nog andere varanensoorten, waaronder
knalblauwe. Wat een mooie kleur, heel apart. Ineens roept
één van de kleintjes:
“Kijk eens, daar zit een konijntje!” Maar nee, het
blijkt geen konijntje te
zijn, maar een wit muisje, dat moet dienen als voer voor de blauwe
varanen ……
Het laatste hok van deze afdeling herbergt een paar van de kleine
gifkikkertjes, waar Costa Rica zo beroemd om is. Groen met zwart, en
bruin met
oranje.
Buiten
zijn er nog een paar vijvers met schildpadden,
kikkervisjes en krokodillen. Een paar landschildpadden hebben net een
paar
schijven papaya gekregen, waar ze lekker van smikkelen. Een schildpad
wil een
eindje verderop kijken, waar een nog smakelijker stuk papaya ligt. Tot
grote
hilariteit van de kinderen klimt hij onhandig over zijn maatje heen om
er te
komen. We komen nog een keer langs de draak, die nu zijn lange roze
gespleten
tong voor ons uitsteekt. En de python glijdt traag door zijn hok, wat
een enorm
beest. Deze is denk ik drie of vier meter lang, maar ze kunnen wel tien
meter
worden.
Dan
zijn we weer terug bij de ingang. De kinderen
zijn enthousiast en zelfs Priscila, die eigenlijk heel erg bang is voor
slangen, heeft er van genoten. In Dominical eten we nog een ijsje.
Chocola is
een moeilijk woord, dus wil één van de kinderen
een “cocholate” ijsje. Nog even
een kijkje op het strand waar gesurfd wordt, en dan gaan we weer naar
huis,
naar Ojochal.
Anja
Geesink