Bijna drie jaar geleden toen
wij hier kwamen wonen was een van de eerste dingen
die we ondernamen een bezoekje aan de ICE. Wij wonen prachtig maar er
was geen telefoon in het dorp.
In noodgevallen maar zeker ook voor de electronische contacten met
kinderen, familie en vrienden is dat een enorm gemis.
De aanvrage was zo gedaan alleen kon niemand ons vertellen wanneer de
aansluiting zou gebeuren.
Dan ook maar een mobiele telefoon aangevraagd,
we kregen een briefje met het nummer 338607, zoveel wachtenden waren
ons nog voor.
Gelukkig hielp een vriendelijke Tico ons een paar maanden later aan een
mobieltje want zijn tweede lijn was hem toegewezen. De ontvangst is
weinig betrouwbaar maar dankzij de voicemail lukt het doorgaans toch om
te reageren op gemiste telefoontjes.
Na enig speurwerk kwamen we er achter dat wanneer er minimaal 25
handtekeningen
onder een petitie voor een telefoonaanvrage stonden de ICE verplicht
was om die aan te leggen.
Een rondje door het dorp leverde al snel 67 handtekeningen op.
Nu zouden ook wij niet langer verstoken blijven van het allerdaagse
communicatiemiddel, dachten we. Helaas !
De verplichting van de ICE is niet gebonden aan een tijdslimiet.
We gingen nog eens praten bij de ICE, vage beloftes en verwijzingen
naar afwezige chefs waren de enige resultaten. We volgden een tip op en
schreven een ingezonden brief naar de landelijke krant. Wel publicatie,
maar geen reactie.
In mei dit jaar, inmiddels dik twee jaar verder, ontstond er veel
commotie rondom de ICE.
Demonstraties en stakingen
haalden dagelijks de krantenkoppen. In een artikel dat inzicht aan het
publiek zou moeten verschaffen
over het belang
van de ICE voor het land, schreef de president-directeur Pablo Cob
ondermeer dat dankzij zijn instituut
het hele land voorzien was van electriciteit en telecommunicatie. Een
schot voor open doel voor ons.
In een persoonlijke brief hebben we hem gemeld dat we het op dat punt
oneens waren en tevens opgesomd
waarom wij zo graag een telefoon willen voor de dorpsgemeenschap.
Tot onze niet geringe verbazing belt deze president-directeur hoogst
persoonlijk op
nadat de arbeidsrust is wedergekeerd.
Helaas is hij - of zijn wij ? - de dupe van de slechte zenderkwaliteit
van dat moment.
Op de voicemail beluisteren we zijn boodschap. Het is een heel verhaal
dat erop neerkomt dat hij graag eens wilde praten over de argumenten
uit onze brief. Hij zal de volgende week terug bellen. Het wachten
daarop is tevergeefs,
hij belt niet meer. Ook telefoontjes van ons aan zijn secretaresse
blijven tot nu toe zonder reactie.
Wel komt er vlak voor ons vertrek voor een kort verblijf in Nederland
een brief: de aanvrage voor een telefoon is goedgekeurd, binnenkort
wordt er met de aanleg begonnen. De kreet van vreugde is nog niet
verstomd als we in het briefhoofd
zien staan: teléfono publico Een telefoontje brengt
opheldering, ja er zal een telefooncel worden geplaatst die via een
antenne werkt, geen vaste telefoonkabel dus. Bij terugkeer uit
Nederland staat de cel er inderdaad, alleen de antenne ontbreekt nog !
Nu, vier weken later is de cel voorzien van vele ingekraste namen van
verliefde jongelui en nog altijd kunnen we niet bellen.
Een van de voornaamste argumenten om een vaste telefoonverbinding te
vragen, namelijk het feit dat er niets is, is nu weggevallen. Maar met
de mobiele telefoon hebben we in huis geen ontvangst, laat staan dat we
er een internetverbinding mee kunnen krijgen.
Nu staan de kranten bol van het nieuws over de geavanceerde technologie
voor internet die binnenkort in Costa Rica wordt aangelegd. Wij willen
alleen maar een eenvoudige vaste lijn.
Hallo ! Is daar iemand ?
Trees van Herpen