Samen met broer Arie en schoonzus Liesbeth maakten we onlangs twee lange
trips door
Costa Rica. In plaats van dagtrips werden het twee rondreizen van maandag
tot vrijdag.
Dat heeft o.a. als voordeel dat men de gebruikelijke drukte op de
weg vermijdt (als
men ‘s vrijdags terugrijdt gaat de grote stroom autos de andere kant
op) en men heeft
praktisch geen probleem om cabinas/hotelkamers te boeken.
De eerste tocht ging naar het zuiden, bestemming Villas Gaia, Playa
Tortuga van
Luuc van Wezel en Anna Scheepsma. De route ging via de Panamericana
naar San Isidro
de El General, de weg met een paar uitzonderingen geheel geplaveid,
zonder de grote keien
die de onderkant van een Peugeot bedreigen. Op maandagochtend (vertrek
uit Santo Tomas
om 09.30 uur) ziet men maar weinig vrachtverkeer, dus schiet men goed
op.
In San Isidro ( op de weg naar Dominical) lekker en economisch gegeten
bij Piccolino
(pizza en casado)en daarna rustig, met fotostops de weg vervolgd. Linksaf
na Dominical,
waar als verrassing de eerste drie kilometers geplaveid zijn. Over
het algemeen is de weg
naar Playa Tortuga redelijk behalve de laatste 6 km (veel keislag),
maar Luuc vertelde dat
men hoopt dat de gehele weg geplaveid is uiterlijk in april 2000.
Zoals altijd (dit was mijn derde keer) is het prettig toeven bij Luuc
en Anna (inmiddels weer
lid geworden) en het eten van de zwitserse kok, Fernando (die nederlands
spreekt) is goed.
Het brood is nu ook wat luchtiger gebakken , nadat mijn broer, die
banketbakker is, een
paar tips over bennekomse bakgewoonten had gedeeld.
Een van de vele buurtattracties is het mooie strand, dat bereikbaar
was via een weggetje
naast de brug ten zuiden van Villas Gaia. De orkaan Mitch heeft echter
van die weg een avontuurlijke obstakel route gemaakt.
Halverwege de weg loopt er nu een rivier parallel aan het strand, waar
men (tot nu toe) echter rechts omheen kan lopen door het gras, want die
rivier eindigt abrupt na ongeveer honderd
meter. Op het strand aan-gekomen schrikt men dan behoorlijk want dat
ligt geheel vol met
drijfhout afgewisseld met boomstronken en allerlei soorten onverteerbare
plastic flessen en
rubber sandalen (helaas geen passende paren.
Vroeger kon men dan gemakkelijk naar rechts het strand aflopen tot
aan die mooie bocht
aan de rots , waar ook twee rivieren in zee uitmonden. Nu zou dat
nog wel kunnen maar dit Dali-achtige landschap is veel moeilijker door
te komen, temeer omdat de zee zeker honderd meter strand heeft opgeslokt.
Volgens Luuc inclusief het bord waarop stond dat daar Playa Tortuga
het schoonste strand van Costa Rica was (maar goed ook).
Terug in het restaurant hoorden wij dat de dag ervoor er een nieuw pad
gehakt is bij de brug
even ten noorden van Villas Gaia. Wij er te voet heen. Daar is
inderdaad een heel mooi route uitgezet even voor de rivier, aangegeven
met gele linten. Op het strand aangekomen moet men
naar rechts de rivier oversteken en komt men op een prachtig strand
met de twee zoetwater riviertjes en een paar grotten in de rots (met vleermuizen
achterin). De branding is als vanouds
erg sterk en het is dus aan te raden niet te ver de zee in te gaan
en altijd met meerdere personen
daar heen te gaan, voor het geval dat.
Verder is de mangrove tocht aan te raden (cs 2000 pp) die twee uur voor
hoogwater start. Startplaats ongeveer 6 km ten zuiden van het hotel; bij
het boord "Coopemanglares" rechtsaf
tot men niet verder kan rijden. Bespreken via Luuc. Verwacht echter
geen luxe boot.
Een harde plank is de zitplaats tijdens de 1 - 2 uur durende tocht,
indien gewenst (aan te raden) met een halte aan het strand van Isla Garza,
waar op verzoek een kokosnoot voor dorstlessing zorgt. Tip: gebruik geen
zonnebrandcreme/olie voor vertrek, want de vliegen zijn daar dol op.
Na zulke uitstapjes is het zwembad een verademing en vergeet ook niet
de zonsondergang te observeren waarbij men ook het aanvliegen van
de
witte reigers ziet, die daar overnachten.(*)
Wij zagen en hoorden ook een paar grote groene papegaaien.
De volgende trip ging naar de botanische tuinen in San Vito (Wilson
Garden), waar men en dag voor moet uittrekken. Via Cortes, Palmar Norte,
Paso Real gaat men naar San Vito. Het laatste gedeelte is geplaveid met
ontzettend veel gaten, die meestal door goed sturen wel te vermijden zijn.
In de tuinen is er heel veel te zien (1,5 tot 2 uur), waarna men direkt
(of na een goede lunch)
de trip kan vervolgen naar Ciudad Neilly.
De weg is uitstekend over de bergen met schitterende uitzichten. Dan
weer terug via de Panamericana tot Palmar(uitstekend wegdek), Cortes en
terug naar Playa Tortuga.
Net buiten Palmar vindt men een benzinestation.
Na Playa Tortuga vertrokken wij noordwaarts, naar Quepos. Voorbij Dominical
zijn er veel stukken weg echt stuk (met gaten) en er zijn veel slecht onderhouden
bruggen en bruggetjes.
Maar als men dan enige grote bussen ziet rijden van de Quepos-Domical
route, weet men dat personenwagens zonder problemen die bruggen kunnen
passeren. Men rijdt voor een groot gedeelte tussen palmplantages door (palmolie
en -pitten) met een paar bizarre gedeeltes waar
de oude palmen er nog wel staan , maar zonder die mooie kronen.
In Quepos bleven wij een nacht over in Hotel Parador van Jan en
Marianne Schans, hetgeen
een speciale ervaring is (en lang niet zo duur als men denkt)met die
zalen vol met antiek en speciale spullen. Het is niet het meest economische
slaapverblijf in Manuel Antonio, maar duidelijk wel
het meest gedenkwaardige en de moeite waard om te ervaren.
(en natuurlijk: " Koopt bij onze adverteerders")
Wij zijn natuurlijk het park in geweest, waar inderdaad genoeg dieren
van dichtbij te bekijken
zijn en waar men verschillende trails kan lopen.
Jammer is alleen dat het park om 16.00 uur al sluit, net dus voor de
vogels actief beginnen te worden in de avondschemering.
Daarna terug naar San José, langs Jaco met een halte na 10 km
, links inrijden, bij Hotel Via Caletas, waar men een grandioos uitzicht
heeft op de zee van grote hoogte.
Mooier vonden wij eigenlijk het uitzicht halverwege de klim,
na de tweede rij cactuspotten,
omdat daar het uitzicht wat gevarieerder is.
Alleen kan men daar niets nuttigen, tenzij men de versnapering bij
zich heeft.
Daarna de verplichte halte bij de krokodillenrivier,
net na het nationale park Carare.
Het park zijn we niet ingeweest omdat het ten eerste rond het middaguur
was en ten tweede
omdat wij in de Wilson tuinen ook al de jungle trail hadden gelopen.
Daarna via Orotina terug naar huis. Deze maandag-tot-vrijdagtrip verhoogde de kilometerteller met 750 en was een aangename ervaring met genoeg rustpauzes en een goede afspiegeling van wat Costa Rica toeristen en residenten te bieden heeft (zonder vierwielaandrijving).
De volgende keer vertellen wij u van onze tocht naar de Arenal, Tamarindo
en de Golf van Nicoya.
Cor Teunissen
januari 1999