Nederlanders veroverden rijke kust
BRALT HOVENGA telde z'n kapitaal: elf centen. Hij staarde naar de munten
in zijn rechterhandpalm
en peinsde zwaarmoedig over verleden en toekomst. Hij dacht terug aan
zijn geboortestad Groningen,
aan. zjjn zwerftochten over de zeven wereldzeeën als zeeman en
aan de barre oorlogsjaren, die hij als
varensman beleefde. Zeker, hij had veel geld verdiend, maar hij had
het slijk der aarde met kwistige
hand uitgegeven. ,Morgen kan ik sterven," wist hij gedurende
de oorlogsjaren en daarom was elke
vorm van spaarzaamheid volkomen zinloos.
Maar Bralt Hovenga stierf niet en in 1946 telde hij op een bank in
het stadspark van Punta Arenas,
de havenstad van de Centraal-Amerikaanse republiek Costa Rica, zijn
schriele kapitaal.
Bralt Hovenga kende Costa Rica uit de oorlogstijd. Hij en zijn
scheepsmaats hadden toen voor de kust
van Costa Rica op haaien gevist.
Van de haaieningewanden werden de pillen vervaardigd, die de
oorlogsvliegers voor de gevreesde
nachtblindheid behoedden.
Na de oorlog had Bralt toestemming gekregen om zich in Costa Rica
te
vestigen. In 1946 verliet hij het wiebelende scheepsdek
en probeerde hij op een bank in het stadspark
van Punta Arenas zijn honger en armoede te vergeten. De armoede
was te verdragen, de honger echter
niet. Daarom meldde Bralt Hovenga zich als wachtsman voor de
Amerikaanse oorlogsbodems in de
haven. Of hij goed verdiende? Geen stuiver kreeg ik, wel overvloedig
eten," herinnert de Groninger zich
en " vertelt: Toen de honger verdreven was, begon de armoede me te
kwellen.. Ik sloeg de Amerikaanse
rnatrozen daarom ten afscheid op de stevige schouders en trok naar
de hoofdstad San José.
Geld verdienen en dan rap naar Amerika om er één van
de duizend en één mogelijkheden te grijpen ,
was mijn grote wensdroom. Ik werkte te San José in een kleine
worstfabriek, waar bar slechte worst
werd vervaardigd. Kan ik ook en ik kan het ook nog beter, besliste
ik. Daarom kocht ik van mijn
spaarcenten een tweedehands worstmolentje en daarna..."
Zinrijke man
Op het “daarna" volgt een haast ongelooflijk succesverhaal.
Bralt Hovenga draaide vlijtig aan de
slinger van de worstmolen, ventte zijn smakelijke produkt zelf bij
de winkeliers uit en spaarde, spaarde.
Hij kocht een elektrische vleesmolen, hij kocht een fabriek, hij trok
personeel aan en nu bezit
Bralt de grootste worst- en vleeswarenfabriek in geheel Costa Rica.
Twee en dertig mannen bedienen
er de apparatuur, de jaarlijkse omzet van het jonge bedrijf nadert
het aantrekkelijke totaal van een
miljoen gulden. Terwijl Bralt Hovenga tevreden naar zijn eerste worstmolentje
staart - het molentje dient
nu als presse-papier op zijn brede bureau - somt hij de prestaties
van zijn bedrijf op:
Mijn fabriek fabriceert zeven en twintig ver- schillende soorten vleeswaren,
jaarlijks voor een totaal
gewicht van een half miljoen pond: een fikse omzet voor een land met
nauwelijks meer dan een half
miljoen inwoners.
En ik koester grootse plannen. Tijdens een studiereis door Amerika leerde
ik voedsel in te blikken.
Binnenkort open ik een conserven- fabriek.
Of ik een schuldenlast moet torsen? Nee, zeker niet, er zijn geen schulden
en geen aandeelhouders.
Wat kan een zakenman zich nog meer wensen?"
Bralt Hovenga voelt zich in het kleine Costa Rica opperbest tevreden.In
1946 telde hij centen.
Nu, in 1960, vermeldt zijn bankrekening indrukwekkend aantal
nullen. Costa Rica
Betekent “Rijke kust”. Bralt Hovenga acht het 'n zinrijke
naam!
Meer bereiken
In het zon overstraalde Costa Rica wonen slechts vijftig
Nederlanders, die zich in het vaderland
ergerden aan de belastingen of aan de nooit aflatende vraag naar diploma’s
of aan de ver doorgevoerde
administratieve rompslomp of aan het slechte weer.
Er zijn talloze mogelijkheden, die een man ertoe kunnen bewegen te emigreren
en zijn geluk te zoeken
achter verre horizonten. De emigranten zijn niet de slechtsten van
ons volk, veelal vormen zij taaie
dóórzetters, onverzettelijke lieden, die slechts één
levensdoel nastreven: slagen.
Theo Morsink, 47 jaar geleden in Amersfoort geboren, is één
van hen. Hij bemande als steward de
luchtschepen van de K.L.M., die van de thuishaven naar de Zuidamerikaanse
landen koersten.
In 1952 diende hij bij de K.L.M. zijn ontslagbrief in. Theo Morsink
verwisselde de zekerheid van een
vaste, redelijk gehonoreerde baan voor de verwezenlijking van zijn
ideaal: hij opende in de bergen van
Costa Rica een klein pension. Zijn Amerikaanse vrouw steunde
hem. Of Theo er tevreden mee was?
Is een dóórzetter ooit tevreden? Nee, hij wil méér
bereiken. Kon ik maar een bar openen….”
was de verzuchting van Theo Morsink tijdens een gesprek met de bij
hem logerende steward Ben
Demmer uit Zwolle. Ben Demmer knikte geestdriftig, stelde eveneens
zijn ontslagaanvrage op, voegde
zijn spaarduiten bij het kapitaaltje van Theo Morsink en opende met
zijn vriend in San José de nachtclub
“Chez Marcel". De bar vulde zich met stemmige muziekklanken, de drankjes
waren koel en verfrissend
als dauwdruppels en de bezoekers schreven lovende zinnen over sfeer
en bediening in het gastenboek.
Uitheemse spijzen
Morsink en Demmer hielden vele zakelijke gesprekken. Nee, zij spraken
niet alleen zelfgenoegzaam
over hun durfde onderneming. Ze waren tevreden, natuurlijk, maar doorzetters
willen immers méér.
Daarom spraken de zakenvrienden over een …..eigen hotel. En wat denkt
u? ja het hotel prijkt nu in het
hart van San José. Het telt vijf verdiepingen, zes en dertig
kamers, zeventig bedden, dertig man personeel.
De nachtclub werd verkocht en het genoeglijk pension in de bergen werd
gesloten.
Denk niet dat de nieuwbakken hoteliers bnu een gezapig, rustig leventje
kunnen leiden. Hun werkdag
Begint bij het schemeren van de ochtend en eindigt in de donkerte
van de avond. Ben Demmer is
Verantwoordelijk voor de keuken. Het is hem toevertrouwd; Hij beleefde
zijn jeugdjaren in een
Nederlands hotel als zoon van de hotelier en de keukengeheimen zijn
voor hem géén geheimen.
De rijkaards van San José bezetten avond na avond de stoelen
in het restaurant van hotel “Royal Dutch"
om te genieten van de spijzen, die een Nederlandse chef-kok en diens
Zwitserse assistant met zorg
bereiden.
Eenmaal per week verwelkomen de Nederlanders de president van de republiek
en diens gezinsleden.
De eerste burger van Costa Rica wil dan de zijnen verwennen met een
verfijnd diner. Zij kunnen
desgewenst zéér uitheemse spijzen bestellen: haché
of erwtensoep.
Het is een merkwaardige gedachte dat juist deze wintergerechten het
restaurant beroemd hebben
helpen maken!
Ergeren de Costa-Ricanen zich aan het succes van de Nederlanders? Welnee,
de inwoners van de
republiek houden van een gemakkelijk levenstempo, zij gunnen de harde
werkers hun successen.
Vermoeid- heid" is voor veel Costa-Ricanen
een afschuwelijke toestand, die daarom zo veel
mogelijk vermeden moet worden. De doorzetters zijn ook verzekerd van
een mild politiek klimaat,
de knal van een geweer is in Costa Rica zeldzaam, men telt er meer
scholen dan politieagenten,
aan een eigen leger heeft de republiek niet de minste behoefte.
Het leven is er vredig, de zon schijnt, de mensen zijn vrolijk,
de nabuurlanden zijn de kleine
republiek vriendelijk gezind. Waarom zou men dan
een kostbaar leger onderhouden.
En waarom zou men veel politie-agenten opleiden?
Scholen zijn immers belangrijker!
In zo'n land is het voor doorzetters als Theo Morsink en Ben Demmer
goed werken.
Hun activiteiten beperken zich overigens niet alleen tot hun
trotse hotel, zij verzorgen ook de
staatsdiners in het regeringsgebouw te San José en voorzien
de op het vliegveld van deze stad
neerstrijkende vliegtuigen van de K.L.M. en de Taca International
Airlines van proviand, vers
voedsel en gekoelde dranken.
In de bergen, rond Morsinks vroegere pension bezitten zij een
grote, geurende rozentuin.
Er werken vier tuinlieden en de door hen verzorgde rozenschat
wordt afgeleverd aan de
bloemenwinkeliers in San José.
Succes beheerst ook het levenspatroon van andere Nederlanders
in Costa Rica. Een vroegere chef
van de public relations afdeling van een grote benzinemaatschappij
boekte voor 'n Friese firma in de
noordelijk van Costa Rica gegroepeerde landen Nicaragua en El Salvador
de orders tot het bouwen
van melkfabrieken. Hij verdiende er fiks geld mee en kan nu prat
gaan op het rijke bezit van enkele.
koffieplantages.
En deze prestatie leverde hij... na door de benzinemaatschappij
gepensioneerd te zijn.
Anderen verkopen in de republiek en haar nabuurstaten Nederlandse kunstmest
of huishoudelijke
artikelen van plastic of speelgoed. Allen kweken een indrukwekkende
bankrekening. Allen?
Toch niet, alleen de onverzettelijken slagen. Honderden emigranten
keren bitter teleurgesteld terug
naar de hun zo vertrouwde lage landen bij de zee.
Hun emigratie beschouwen zij als een kwalijk avontuur,dat nooit meer
herhaals zal worden.
Wellicht wekt dit verhaal over Bralt Hovenga en de vrienden Theo Morsink
en Ben Demmer bij U een
vaag verlangen naar het grote avontuurbuiten de eigen landsgrenzen,
naar succes, naar een bankrekening,
een auto, een huis, een plantage, een hotel, een fabriek. Het is een
begrijpelijk verlangen.
Maar denk erom: het succes is alleen weggelegd voor de dóórzetters.


foto's van folders opgestuurd door Mevr. noortje Beiler-Schoch in feb 2006
Cor Teunissen
3 augustus 2000
bijgewerkt op 23 februari 2006