KLAVERJASSEN
Copyright : Jos Elzinga - lid van Kaartclub "Lyts Begjin" te
Schettens zie www.cpedu.rug.nl/~N0943541/klaver/splrgl.html
Het Spel
Klaverjassen wordt met vier personen gespeeld welke twee paren vormen. Ze worden voor de telling WIJ en ZIJ genoemd. waarbij WIJ het paar is, welke de punten opschrijft. De beide partners (maten) nemen tegenover elkaar plaats. Voordat het spel begint moet één troefkleur bepaald worden en een persoon, die speelt. Gebruikelijk is dat:
Diegene die 'links' zit van diegene die punten noteert schudt de kaarten.
Wie links naast diegene zit, speelt als eerste (d.w.z. 'zit voor'). Men
kan op verschillende manieren troef bepalen, een goede
manier is om gebruik te maken van de kaarten die men niet gebruikt
bij het klaverjassen, t.w. de twee, drie, (...), zes. Als A gegeven had,
dan moet B (de speler links van de deler) zeggen of hij speelt of past.
Past hij, dan moet C, daarna D en tot slot A zeggen of ze passen of spelen.
Als iedereen past, dan moet de speler links van de deler spelen op een
andere te bepalen troefkleur
volgens éen van de volgende manieren:
Verplicht:
Een tweede kaart wordt van het dichte andere spel gehaald. Deze kaartkleur
wordt erplicht troef.
Zoeker:
De speler links van de deler mag zelf zeggen, welke kaartkleur troef
wordt. Dit mag echter niet die kleur zijn, waarop iedereen reeds
gepast had.
Als eenmaal de speler en troefkleur bekend zijn, kan het spel begonnen
worden. Er worden 8 slagen gespeeld in een spelletje en 16 spelletjes in
een 'boompje'. De speler links van de deler MOET
uitkomen. Er wordt met de wijzers van de klok mee gespeeld.
De volgende speler moet kleur bekennen. d.w.z. Als speler A opkomt met
een harten 7 en speler B heeft ook een harten kaart, dan moet speler B
deze harten kaart opgooien. Kan de speler geen kleur
bekennen, dan moet hij troeven, d.w.z. een kaart met de troefkleur
opgooien.
Kan ook de volgende speler niet kleur bekennen, dan moet hij overtroeven
d.w.z. hij moet een troef opleggen, die hoger is dan de troefkaart, die
er al ligt. Heeft hij geen hogere troef, dan mag hij
NIET ondertroeven. Ondertroeven mag alleen, als de speler geen enkele
andere kaart meer heeft met een andere kleur. Ondertroeven mag echter ook
als troef gevraagd wordt en de speler heeft geen hogere kaart,dan de hoogste
(troef)kaart, die al op tafel ligt. Heeft de maat al de hoogste troef in
de slag, dan moet men toch een hogere troef bijspelen als men kan. Troef
moet men steeds bekennen, tenzij men er geen heeft. Deze verplichting,
steeds een hogere kaart te spelen
geldt alleen voor de troefkleur.
Bij alles geldt: oefening baart kunst. Het gemakkelijkst kan geoefend
worden met een stel vrienden en 'open spel' d.w.z. de kaarten open
op tafel neerleggen en vragen WAAROM men DIE kaart oplegt.
Puntentelling
Nadat men het feitelijke spel onder de knie heeft kan men zich bezig
gaan houden met de puntentelling. Hier wordt bepaald wie het spel gewonnen
heeft. De puntentelling is vrij eenvoudig, maar kan aanleiding geven tot
verhitte discussies (vooral als de meerderheid van de spelers onder de
invloed is van alcohol...). In tegenstelling tot sommige andere kaartspelletjes
is het niet echt belangrijk hoeveel je kaarten bemachtigt, maar welke kaarten
je krijgt. Hieronder een belangrijk staafje. Let wel: deze waarden gelden
voor de troefkleur!
De punten voor de troefkaarten
Kaart(naam): Hoeveelheid punten:
Boer (jas) 20
Negen (nel) 14
Aas
11
Tien
10
Heer
4
Vrouw 3
Acht
0
Zeven
0
Omdat boven al staat vermeldt dat dit staafje alleen geldt voor de troefkleur is er natuurlijk een ander staafje voor de 'niet-troef-kleuren'. Dat luidt:
De punten voor de niet-troefkaarten
Kaart(naam): Hoeveelheid punten:
Aas
11
Tien 10
Heer
4
Vrouw 3
Boer
2
Negen 0
Acht
0
Zeven 0
Het grootste verschil tussen de 2 soorten zit in de boer(jas) en de
negen(nel). Bij de troefkleur zijn dit de 2 hoogste kleuren, bij de niet-troef-kleur
is de boer geen 'sterke' kaart, de 9 heeft zelfs
geen enkele puntenwaarde!
Als men alle punten bij elkaar optelt (exclusief roem) komt men per
spel tot een totale waarde van 152 punten. Aangezien men voor het behalen
van de laatste slag 10 punten extra krijgt, zijn er dus
per spel 162 punten te verdienen.
Na het spel neemt men de behaalde slagen op en telt de punten van de kaarten. De roempunten opgeteld bij de punten waardering van dekaarten levert de totale score op. De spelende partij moet dan meer dan de helft van het aantal gescoorde punten hebben. Indien het de spelende partij niet lukt, dan gaan alle punten naar de tegenstander.
Indien een partij verzaakt, d.w.z. een kaart opgooit welke niet mag, dan krijgt de tegenpartij alle punten (= 162) + reeds gemaakte roem + 100 punten extra. Deze regel wordt meestal niet toegepast bij beginnende kaarters.
Indien alle slagen gewonnen worden door één paar, dan
heet dit een PIT. Dit levert 100 punten extra roem op.
Roem
Roem is een bepaalde combinatie van kaarten, die een extra puntenwaardering
oplevert, bv. Een driekaart, dat zijn drie opeen- volgende kaarten van
dezelfde soort, bijv. harten 7, 8, 9. Belangrijk
is hierbij, dat de volgorde van de kaarten weer normaal is (e.a. 7,
8, 9, 10, Boer, Vrouw, Heer, Aas) Zo'n driekaart telt voor 20 punten, een
vierkaart (vier opeen- volgende kaarten van dezelfde soort) 50 punten.
ligt er 'stuk' (heer EN vrouw van troef) op tafel dan telt dat 20 punten
extra; driekaart met stuk 40 punten en vierkaart met stuk 70 punten.
Vier gelijke kaarten (aas, heer, vrouw OF tien) tellen voor 100
punten;
Vier boeren worden daarentegen gewaardeerd met 200 punten.
Indien roem NIET gemeld wordt, wordt deze niet meegeteld. Als er roem
VALS gemeld wordt,
dan is het gebruikelijk dat de gemelde roem naar de tegenpartij gaat.
Daarnaast is het belangrijk dat roem OOK meetelt om bij het spelen de benodige helft van het aantal punten te behalen. Een partij die speelt en 71 punten haalt maar 40 roem is dus niet nat!
Taktiek
Hoewel men met klaverjassen een dosis geluk moet hebben om te kunnen winnen, speelt het taktisch uitspelen toch een zeer voorname rol. De ervaring is hier erg belangrijk, vooral omdat u met een partner samen moet spelen, terwijl u over en weer niet weet wat er aan kaarten voorhanden is. Om uw partner niet in het ongewisse te laten kan er geseind worden. Er zijn meerdere mogelijkheden:
Er wordt door u gevraagd, maar de partner kan niet bekennen. Hij speelt dan een lage kaart in zijn sterkste kleur. Nadeel is natuurlijk, dat de tegenpartij ook weet, wat er te koop is.
Indien er geen lage seinkaarten voorhanden sein is het ook mogelijkom
af te seinen. e.a. Het opgooien van een middelmatige kaart (Boer
of Vrouw) van een kleur waarvan de hoogste niet
in uw bezit is.
Indien zowel de Aas als de Tien (niet troef) in uw bezit zijn, dan wordt
vaak de Aas opgegooid,
om aan tegeven, dat ook de tien in hetbezit is.
Met het opgooien van een Tien, terwijl de Aas nog niet gespeeld is,
wordt aangegeven, dat deze Aas niet in het bezit is, en dat de Tien waarschijnlijk
'kaal' ligt. d.w.z. geen andere kaarten meer van
deze kleur.
Het is belangrijk, dat u onthoudt, welke belangrijke kaarten al gevallen
zijn, om te weten of u het risico loopt een bepaalde kaart te verspelen.(Bv.:
Hoeveel troef is eruit, Is de Aas al gevallen etc.)
Terug naar de klaverjas feiten