Volgens de liturgische kalender is 6 januari de dag van de drie
koningen die de
pas geboren Jezus komen aanbidden. Deze drie wijzen kwamen volgens de
verhalen
uit het oosten en dat is de verklaring voor de traditie in mijn familie
om op
die dag een tulband te eten. Tulbanden zijn immers de hoofddeksels van
oosterlingen.
Mijn moeder maakte een tulband en vóór het bakken
verstopte ze drie bonen in het beslag:
twee witte en één bruine. Omdat er ook rozijnen
en krenten in meegebakken werden
bleef het een verrassing waar de bonen zich bevonden. Op 6 januari aten
we dan
's middags bij de thee allemaal een dikke plak van die tulband.
Het was altijd heel spannend, wie kauwt er op een boon ?
Al snel riep de een of de ander: "ik heb hem". Daarmee waren de
koningen bekend.
De twee die een witte boon aantroffen in hun gebak werden omgekleed tot
blanke koningen en de geluksvogel met een bruine boon werd bovendien
ook
nog eens zwart geschminkt. De rest van het gezin- we waren met tien
kinderen-
mocht kameel of kameeldrijver worden.
Voor een kameel had je minstens twee personen en een groot kleed nodig.
Wanneer er nog wat vriendjes of buurkinderen waren ook, dan hadden we
voor
elke koning wel een kameel en ook nog genoeg drijvers, allemaal
aangekleed
met spullen uit de verkleedkoffer. Maria, Jozef en het kind kwamen er
in
deze verkleedpartij niet aan te pas. Aldus uitgedost werden er allerlei
spelletjes gedaan.
Het spannendste en gevaarlijkste daarvan was 'kaarsje springen'. In die
lange,
wapperende gewaden sprongen koningen, drijvers en hele kamelen over een
brandende kaars heen.
Als die uitging was je af en de rest bleef springen tot er maar
één persoon over
was of de kaars was opgebrand.
Als het begon te schemeren mochten we, een kaars in de hand,
in optocht langs de buren.
Wanneer er na het aanbellen werd opengedaan zongen we het
driekoningenlied
(Drie koningen, drie koningen geef mij een nieuwe hoed,
mijn oude is versleten, mijn moeder mag het niet weten,
mijn vader is niet thuis, piep zei de muis in het voorhuis)
wat bij nader inzien een onzinnig samenraapsel van rijmwoorden is.
De buurman of -vrouw deelde dan snoepjes uit en zo gingen we
van huis tot huis.
De tulband is gebleven, de rest van de traditie is met het kleiner
worden
van de gezinnen verdwenen helaas. Maar elk jaar bij het aansnijden van
deze
driekoningen lekkernij worden de herinneringen weer levend.
Hieronder vindt U het recept van de driekoningen tulband.
Misschien hebt U ook een verhaal over een familietraditie ?
Trees van Herpen