De mannen in het park, verhaal
Om de paar maanden gaat
onze auto voor een
onderhoudsbeurt
naar de garage in Liberia. We moeten daar vroeg zijn en halverwege de
middag is
de klus meestal geklaard. Dat betekent dus dat we ons een aantal uren
moeten
zien te vermaken in de provinciehoofdstad van Guanacaste. Als het
uitkomt
zetten we de afspraak voor kapper of dokter op die dag. Zonder
vervoermiddel
haal je geen tassen vol boodschappen, dat spreekt voor zich, en
etalage-kijken
gaat snel vervelen. Uiteraard brengen we een tijdje door in het
internetcafé,
hèt toevluchtsoord voor telefoon-lozen als wij. Maar vroeg
of laat belanden we
op een bankje in het park om daar een krant, tijdschrift of boek te
lezen.
Bij
een van die gelegenheden werden we aangesproken
door een man zonder specifieke kenmerken. Hij zag er netjes uit en
gedroeg zich
voorkomend. In zo’n geval is de eerste vraag vaak of je
spaans spreekt, gevolgd
door de vraag naar je nationaliteit. Meneer bleek zowaar te weten dat
Holanda
in Europa lag en dat het kaas en tulpen exporteert. In de loop van het
gesprek
etaleerde hij wel meer kennisfeitjes. Hij was, vertelde hij als reactie
op een
opmerking van mij, leraar engels. Toen ik daarop in die taal verder
sprak, viel
hij genadeloos door de mand. Kennelijk had hij er niet op gerekend dat
Nederlanders ook engels spreken. Even was hij verlegen met de situatie,
maar al
snel herstelde hij zich en praatte verder over andere zaken. Hij vroeg
tenslotte om een sigaret en verdween met een groet.
De
eerstvolgende keer dat we er zaten, een maand of
wat later, kwam er weer een man op ons af. Hij begon zijn praatje op
dezelfde
manier en ineens herinnerde ik me de ‘leraar
engels’ van toen. Benieuwd of hij
hetzelfde leugentje zou vertellen, lokte ik hem uit z’n tent.
Verrassend gaf
hij als antwoord dat hij een Nicaraguaan, op zoek naar werk was. Dit
keer was
de verwarring geheel mijn deel. Was het dan toch een andere man ? Op
een
gegeven moment vertelde hij een grapje dat hij de eerste keer ook ten
beste had
gegeven en hij lachte er precies zo bij. Dus toch ! Wat een artiest. Nu
vroeg
hij aan het einde rechtstreeks om geld, daarbij herhaalde hij zijn
achtergrond
als rechtvaardiging voor zijn verzoek.
Nadat
hij weg was trokken wij de conclusie dat deze
man kennelijk altijd in het park rondhangt en mensen die er als toerist
uitzien
aanspreekt om wat geld te vangen. Jammer eigenlijk, het is
zo’n aardige en
bijdehandte man, die heeft toch meer in zijn mars zou je denken.
Een
tijdje later zaten we er weer, op een bankje in
de schaduw, met een gek plannetje. We hadden voor onszelf een fictieve
identiteit
bedacht voor het geval onze meneer weer kwam opdagen. Dat duurde niet
lang, hij
stond al naast ons bankje en begon met zijn vaste repertoire: Een
vriendelijk
groet, de onvermijdelijke vraag of we spaans spraken en zijn interesse
in onze
nationaliteit. Als reactie op onze verzonnen achtergrond kregen we deze
keer te
horen dat we met een Columbiaan te maken hadden, eentje die voor de
drugsoorlog
in zijn land op de loop was gegaan. Wijselijk liet hij in het midden of
hij
daarin een actieve rol had gespeeld dan wel een slachtoffer was. Hoe
dan ook,
zijn land was verloren, zoveel kregen we wel te horen. En hij bijna ook
!
Waarna hij terugviel in zijn oude rol en om geld vroeg.
Tegenwoordig
kijk ik uit naar de dagen dat de auto
voor een onderhoudsbeurt moet. Van tevoren verzinnen wij wat we deze
keer over
onszelf tegen onze kameleon-man zullen vertellen. Hoe we hem proberen
te
manipuleren in een bepaalde richting. Het is beslist een intelligente
man, hij
gaat precies die kant op die wij willen. Hij wordt de man die wij van
tevoren
bedenken. Nu eens een Cubaanse vluchteling die zijn hele familie heeft
achtergelaten om onder het juk van Fidel Castro uit te komen. Dan weer
een
Hondurees wiens kinderen in de maras zitten en die niet weet waar hij
het
zoeken moet. Elke keer heeft hij een andere naam, elke keer een andere
achtergrond. Voor ons is het inmiddels een spel geworden, een spel van
bluf en
fantasie, zonder winnaars of verliezers.
Iedere
ontmoeting gedraagt de man zich alsof hij ons
nog nooit eerder heeft gezien. Er zitten maanden tussen, dat wel, en
als hij
elke dag toeristen aanspreekt, kan het best zijn dat hij zich onze
gezichten
niet herinnert, houd ik me voor. Maar de laatste tijd bekruipt me een
ander
gevoel. Misschien speelt hij wel een soortgelijk spel met ons ? Iedere
keer dat
hij ons ziet zitten, bedenkt hij wellicht een identiteit waaraan hij
zich
vervolgens totaal overgeeft. Hij speelt zijn rol met verve en
overtuiging maar
wat ik me voortdurend afvraag is: Wie houdt nu eigenlijk wie voor de
gek ?
Trees
van Herpen
Terug naar de index