Het
werd geboren op maandag 14 januari 2008 om 17.30
uur, midden op mijn grote ronde tafel in de woonkamer. Jammer,
het
moment van
de werkelijke eisprong had ik niet meegemaakt. Maar het moet net uit
het eitje
zijn gekropen toen ik het ontdekte.
Daar stond het gekkootje, nog wat
beduusd
en onwennig op zijn 4 pootjes. Aan zijn of haar piepkleine vingertjes,
het is
echt niet te
zien of het een jongen of een meisje is, zitten piepkleine
nageltjes. Zou het wel een gekko zijn? Die beestjes hebben toch ronde
platte
kleefkussentjes om tegen allerlei oppervlakten te kunnen klimmen?
Misschien is
dit een soort dat op het land leeft, zij hebben geen
kleefkussentjes
nodig.
Ik
schatte dat het van zijn kopje tot aan de punt van
zijn staartje 3 cm. lang was en dat het ongeveer 8 gram woog. In zijn
bruingrijze
huidje waren al tekenen van schubjes te onderscheiden,
donker
blauwe spikkeltjes, vage lijntjes. Zijn bruine oogjes keken al aardig
monter en
nieuwsgierig de wereld in. Net zoals bij pasgeboren baby’s
was het kopje in
verhouding veel te groot.
Even
dacht ik dat het dood was, het lag zo stil op de
koude glasplaat, de tere, witte resten van het lege eitje er naast.
Voorzichtig
streelde ik met de top van mijn vinger over zijn staart. Vliegensvlug
kwam het
in beweging en zette zijn eerste dribbelstapjes op
Nederlandse bodem.
Als een
kleine couveuse plaatste ik snel een glas over het diertje. Ik wilde
niet dat
het plotseling snel zou
weglopen en ik het niet meer zou kunnen
terugvinden.
Ik
kon mijn ogen nog steeds niet geloven. Hoe is het
mogelijk dat dit prille leventje in een eitje dat nog geen centimeter
groot is
de reis van Costa Rica naar Nederland heeft overleefd, in mijn koffer,
urenlang
in het koude vrachtgedeelte van het vliegtuig?
Vrienden
kwamen die avond bij mij eten. Ik vertelde
hen over mijn reis naar Costa Rica en liet hen de spulletjes zien die
ik daar
verzameld had en op de ronde glasplaat had gelegd die midden op de
eettafel
staat. Schelpjes, zaden, sanddollars, een grote
krekel, vlindertjes,
een
schitterende krab, gekleurde steentjes, een kleine platte gedroogde
gekko en
……… Op dat moment
zag ik het kleine
gekkootje naast het gebroken eitje liggen!
Even wist ik niet wat ik zag, maar ik begreep wat er was gebeurd.
Ik
had het
eitje van Jos en Trees gekregen en had het al die tijd bewaard. Het was
niet
één keer bij me opgekomen dat het
nog leven zou
kunnen bevatten. En nu was het
beestje volgroeid uit zijn kleine, spierwitte
eitje gekropen. Wauw! Er was een gekkootje op mijn
tafel geboren! Toch nog een levend wezentje uit die
overweldigende
natuur van
Costa Rica mee naar huis genomen.
Natuurlijk hadden we veel plezier met dit kleine wondertje en konden we onze ogen er niet van afhouden.
Gekko’s
trekken zich weinig aan van mensen en kunnen
ongestoord in huizen leven, maar om dit beestje als huisdier te
adopteren
ging
me toch te ver. Bovendien zal het onze koude winter niet overleven. Het
beestje
door het toilet spoelen kon ik niet over mijn
hart verkrijgen. Het dood
trappen, zoals Jos in Costa Rica zich soms ontdeed van de overtallige
gekko’s
in huis? Mijn grote voeten
op dit kleine, onschuldige pasgeboren wezentje
zetten? Niet aan denken! Maar wat moest ik er nu toch mee
doen?
Toevallig
beschikken wij over een Reptielenzoo Iguana
in Vlissingen en na overleg met mijn vrienden nam ik
telefonisch contact
op.
Misschien konden zij mij verder helpen. En ja hoor, ik had geluk. Ad,
de
beheerder, was net bezig alle inwoners van de Reptielenzoo
van eten te
voorzien. We waren oude bekenden van elkaar, hij woonde 30 jaar geleden
bij mij
in de straat en hield toen leguanen
als huisdieren. Zijn hobby groeide uit tot
wat nu het bekende opvangcentrum voor reptielen is. Omdat er regelmatig
beesten
aangeboden worden zat Ad niet te wachten op mijn pasgeborene. Maar hij
wilde
mijn gekko wel verzorgen, misschien zelfs
met soortgenoten opvoeden zodat zij
zich konden vermenigvuldigen. Leuk!
Heel
voorzichtig deden we het gekkootje in een glazen
potje, sloten het goed af en brachten het naar de reptielen Iguana
Zoo.
Ad ging
onderzoeken welk soort het was en zou het gaan voeden met
fruitvliegjes. Mijn
pasgeboren gekko was in goede handen!
Carla
Kesteloo
Vlissingen, 14
januari 2008
Ingezonden
door een logé van Jos de Blok en Trees van
Herpen