10. Ons Gelderland
1. Waar der beuken breede kronen Ons
heur koele schaduw biën;
Waar we groene dennebosschen,
Paarse heidevelden zien;
Waar de blonde roggeakker
En het beekje ons oog bekoort,
Daar is onze Valeouwe,
Kostlijk deel van van Gelre's oord.
]
Daar is onze Valeouwe,
Kostlijk deel van van Gelre's oord.
2. Waar bij zomerzon de boomgaard Kleurig
ooft den wand'laar toont,
En de vruchtbare korenakker
Stagen arbeid rijk'lijk loont;
Waar het "aorige rivierke "
Rustig stroomt langs groenen boord,
Daar is onze rijke Betuw, Kostlijk
deel van Gelre's oord.
Daar is onze rijke Betuw, Kostlijk
deel van Gelre's oord.
3.Waar kasteelen statig rijzen Rond
door park en bosch omringd,
Waar het voog'lenkoor zijn lied'ren
In het dichte loover zingt;
Waar het lief'lijk schoon van't landschap
't Oog des schilders steeds bekoort,
Daar is onze olde Graafschap, Kostlijk
deel van Gelre's oord.
Daar is onze olde Graafschap, Kostlijk
deel van Gelre's oord.
Voor uw leidraad: De volgende keer brengen wij uw op aanvraag een ander
provinciaal lied