Deze keer een Vlaams gedicht van Guido Gezelle *
Jantje zag eens pruimen hangen
Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eieren zo groot
't Scheen dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
noch de tuinman, die het ziet;
Aan een boom zo vol geladen,
Mist men vijf, zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een handvol pruimen,
ongehoorzaam wezen? Neen.
Voort ging Jantje: maar zijn vader,
die hem stil beluisterd had,
kwam hem in het lopen tegen
vooraan op het middenpad.
Kom, mijn Jantje, zei de vader,
Kom, mijn kleine hartedief!
Nu zal ik je pruimen plukken,
nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden,
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen
en liep heen op een galop.
* met dank aan Erik Pauwels