Minneliedje
Daan
Zonderland
Gij
waart de lust van mijn leven,
O vrouw
die ik niet meer bemin.
Ik heb
u alles gegeven
En koos
u tot mijn vorstin
Ik gaf
u een zilveren badkuip,
Robijn
gaf ik u en smaragd.
Naar de
bank van lening gebracht.
Gij
hebt mij links laten liggen
(Waar
onze matras het meest kraakt).
Gij
hebt mij in’t ootje genomen
En van
alles een potje gemaakt.
En, kan
ik het potje vergeven
-O
potje, o bron van verdriet!-
Het
ootje neem ik u kwalijk,
Het
ootje vergeef ik u niet.