Uit "don juan de dupe" van Luc Tournier *
ik houd veel van een jonge vrouw,
Positie
ik min het gladde water,
mijn broer is monnik aan de maas,
dat word ik ook maar later.
de stad hier is een stofriool,
een kolenmijn, een krater.
de mens is hier een centejood,
dat word ik ook maar later.
mijn buurman heeft de radio;
ach vent, hou toch je snater.
Ich liebe dich du schöne frau!
och, was ik ook maar pater.
Uitgever: in vervolge "de stoep" Curacao, 1956