Uit "Ongerijmde rijmen" van Michel van der Plas

OP ADMIRAAL DE RUYTER


Hij is op een toren geklommen
En heeft daar touw gedraaid,
Toen is hij op zee gekommen,
En werd met roem bezaaid.

Hij wou 't er niet bij laten,
En heeft Saleh geveld.
Toen hebben de Heeren Staten
Hem aangesteld als held.

Toen is hij aangekomen
In 't roofziek Engeland.
Dat heeft hij zonder schromen
Belegerd en verbrand.

Hij heeft veel christenslaven
Met vrijheid overstrooid,
Toen hebben Neerlands braven
Zijn glazen ingegooid.

Tot afschrik van verraders
Toen hij de zee bevoer,
Was zijn naam bestevader,
Zijn vrouw was bestemoer.

Hij gaf de eer den Heere,
En was als Christen groot,
Toen kreeg hij door zijn kleeren
Een kogel, en was dood.

Leentje de Haas
(Multatuli)

Uitgeverij Het Spectrum n.v.

      naar het Nedlied