Uit "Ongerijmde rijmen" van Michel van der Plas

van Trijntje Fop

Op een paard      

Een paard stond meer dan honderd jaar
te wachten voor de Horse Shoe Bar.
Daarin zat dokter J.Van Dieren
de Slag bij waterloo te vieren.
"Hij lust hem", sprak de trouwe klepper,
"die ouwe streptococcenmepper.
Dat wordt beslist weer nachtwerk, net
als laatst, toen Leiden was ontzet".

Op een hond

Een hond wiens naam was J. Van Vliegen
zag vijf gevulde schotels vliegen.
De eerste schotel was gevuld
met zwezerik en zure zult.
De daarop volgende bevatte
een portie Belgische patatten.
De derde schote vloog voorbij
vol vers gebakken balkenbrij.
De vierde schotel, de dichtbijste,
was ook met brij, maar ditmaal rijste-,
En wat nu zoudt gij denken dat
er in de vijfde schotel zat?

Ache mensen, laat u niet bedriegen:
een hond heet immers nooit Van Vliegen.





Uitgeverij Het Spectrum n.v.

Terug naar de index       naar het Nedlied