Op een schapendoes
Een kudde schapen vond, per advertentie in de krant,
een fulltime schapendoes, en ook nog heel plezant.
Nadat hij ze een maand uitstekend had gehoed,
vroeg men hem, hoe hij het baantje vond? Erg goed,
als does heb ik hier altijd van gedroomd!
Ik voel me alleen nog erg beschroomd,
wanneer ik samen met de schapendouche.
Op een voordewindhond
´t Ging een windhond heel erg voor de wind,
keer op keer was het lot hem gunstig gezind.
Zo werd hij ook winnaar van de Staatsloterij,
maar zijn geluk was ondeelbaar, zonder teef aan z´n zij.
Een Sint Bernhard heeft hem tenslotte uit die put gered!
Daaglijks tapt hij nu uit haar vaatje,
en gedeeld is ´t nu dubbele pret.
Op een loopse rasteef
Een loopse rasteef vond het een groot kwaad
dat zij niet leven kon in een natuurlijke staat,
waarin zo ´n teefje met een reu of tien,
op alle straten en pleinen wordt gezien,
en met iedere reu die haar vurig aanbidt,
meerdere keren heerlijk en tijdloos vastzit.
Ze werd nu kort bevrucht door de veelvuldige raskampioen,
maar in de hondenliefde vond ze ´m, een onschuldige ras-oen.
Op veel heel oude honden
De opkomst van geriatrische klinieken
was een uitkomst voor vele oudere zieken.
Tijdens ´t voortschrijden van de tijd,
vergrijst met ´t baasje, echter ook de hondheid.
Dus opgelet, straks gaat Uw hond per rollator
naar de “Sunset Dog Clinic” van zijn geriater.
Op een kooijkerhondje
Een kooijkerhondje te Pijnacker,
ondernemend en erg wakker,
trok alleen de fraaiste lokeenden aan.
Zo had het een riant, zij ´t gekooijd bestaan,
met op tafel de meest fantastische gelokte eenden,
terwijl zijn lokeenden hem heel boeiend enterteenden.
Op een Bouvier des Flandres
Een zwarte Bouvier des Flandres
sprak alleen Frans, niks anders.
Men vroeg hem eens naar de reden:
La Flamand heb ik steeds vermeden,
j´accepte, je suis hypocrite!
Maar ik wil absolutement niete,
dat tout le monde weet
dat ik, au fond, slechts Vlaamse Koehond heet!
Op een Friese stabij
Vroeg men te Dokkum aan een koppige Friese stabij:
“Wat eet u het liefst bij ´t ontbijt”? Dan zei zij: “IJ”.
Wanneer men haar dan corrigeerde,
sprak ze, als was ze een groot geleer
de:
“De hijlige Bonifatius stamebij,
maar een stabij te Dokkum eet geen ei maar ij!”.