Niet echt een Jan Doedel

Jan Doedel

Vlak voor de Eerste Wereldoorlog, in 1914, werd Willy van der Mandele geboren. In 1928 ging hij naar het Kennemer Lyceum en kreeg daar tekenles van Anton Pieck. Maar Willy, zoon van een bankier, was voorbestemd zijn vader op te volgen en genoot zijn opleiding in Zwitserland. Willy was echter geïnteresseerd in autosport. Hij heeft een aantal keren in Zandvoort als coureur gereden.
En meer nog was Willy een muzikant. Voor 1940 speelde hij viool in het Electrokwartet van de toen zo bekende gitarist-componist Jan Mol.
John Nijsten speelde gitaar en Pim Kruijt bas. Hij heeft toen 78-toeren platen gemaakt voor Decca, waarvan één met Peter Schilperoort (klarinettist) als gast. In 2000 verscheen een cd getiteld ‘Nederland in de jaren veertig’, waarop een opname van dit kwartet te beluisteren is.
Willy zegt hier zelf over: “We moeten dan toch wel goed geweest zijn, indertijd”.

Van 1942 tot 1947 was Willy jazzviolist bij de Millers met Sanny Day en Willy’s goede vriendin Pia Beck. Ook Wim Kan en Wim Sonnevelt hoorden tot de vriendenkring van Willy.

In de Tweede Wereldoorlog ging Willy in de ondergrondse. Daar nam hij de naam Jan Doedel aan, die hij sindsdien altijd gedragen heeft.
Na deze moeilijke tijd vertrok Jan Doedel naar Curaçao, waar hij als boekhouder werkte bij de firma Muskus. Later stapte Jan over naar Curom radio, en vervolgens werkte hij ook nog een tijd bij de televisie als nieuwslezer. Samen met Hubert Romondt heeft hij het tuincentrum De Knollentuin beheerd.

 

Jan Doedel aan het werk bij Curom Radio

Van Curaçao kwam Jan Doedel als pensionado naar Costa Rica. Vanaf het eerste moment toonde hij interesse voor het helpen onderhouden van contacten tussen de Nederlanders in Costa Rica. In 1974 werd hij dan ook lid van een nieuw bestuur, dat opgericht was in de hoop de activiteiten van de Club Holandés weer te structureren. Dit bestuur is echter nooit bijeengekomen. In de jaren daarna zag Jan hoe Peter Krudde zich opstelde als organisator, omringd door commissies. Toen Peter in 1978 overgeplaatst werd, nam Jan deze taak van hem over.
Dat betekende niet alleen het coördineren van allerlei culturele activiteiten, maar ook het schrijven van het (bijna) maandelijkse blaadje Mededelingen.

Tot 1983 is Jan in zijn eentje Organisator geweest. In dat jaar werd het eenmansbestuur opgeheven. Cor Teunissen, voorzitter van het nieuwe bestuur, benoemde Jan tot erelid, het allereerste van de Club Holandés. Maar hierna rustte Jan niet op zijn lauweren. Hij bleef bijdrages leveren voor het krantje met onder andere reisverhalen. Hij schroomde ook de polemiek niet, als hij het niet eens was met een ingezonden stuk of een voorval.
Hij schreef in 1990 de ‘Kroniek van de Vereniging’, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan.

Jan bezocht vele clubactiviteiten. Hij was altijd aanwezig op het haringfeest, want hij was dol op nieuwe haring. Ook tijdens bestuursvergaderingen was hij een actief deelnemer in de discussies over reglementen en andere zaken. Hij kwam openlijk uit voor zijn mening, (atheisme, verzekeringen enz.)maar wilde geen publiciteit wat zijn persoon betrof.

Van 1993 tot 1999 had hij zitting in de kascommissie, en toen hij deze verliet, verontschuldigde hij zich met de woorden ‘dat je op 85-jarige leeftijd toch een keer afstand moet doen van het actieve verenigingsleven’.

Op 30 oktober 2000 overleed Jan Doedel. Hanneke Slooten hield een toespraak bij de afscheidsdienst voor Jan Doedel, op 30 oktober 2000.
Hieruit de volgende woorden:

‘Jan was een man van de klok, om zo laat ontbijten, om zo laat een borreltje, geen lunch, geen uitzonderingen. Hij mocht je, of mocht je niet.
Hij was dol op autorijden en lange reizen maken met de auto. Duizenden kilometers heeft hij versleten met zijn reizen door Centroamerica, Mexico, Amerika,
Canada en zijn geliefde Panama. Hij kon intens genieten van de kleine dingen, van zijn honden, van de tuin, van de vogels. Hij kon niet in weelde leven,
maar hielp stiekem overal waar hij kon, heeft zijn hele erfenis weggegeven¨