Joost Stenfert Kroese



Joost 2009
Joost Stenfert Kroese   - de puntjes op de i
 
Op 31 januari 2010 overleedop 87 jarige leeftijd, Joost Stenfert Kroese, een markante persoon, die meer dan 25 jaar lid was van onze vereniging . Joost was zeer aktief voor de vereniging, in de jaren 90 had hij elk jaar bij de Algemene Leden Vergadering wel een paar voorstellen tot verandering of correctie van het Huishoudelijk Reglement. Ook stelde hij veel vragen tijdens die vergaderingen.
Hij was zeer geinteresseerd in de andere leden , ging na of adressen en telefoonnummers wel correct waren en bezocht als het enigszin kon de meeste evenmenten van de  vereniging

In februari 2004 kreeg ik (Cor Teunissen) van Joost een gesloten envelop met  met daarop geschreven:

’ Niet openmaken voordat Joost Dtenfert Kroese gestorven is’’ 

Ik heb de envelop opengemaakt  toen ik hoorde dat Joost was overleden.


Hij vraagt daarin het volgende op te nemen in de Hollandse Nieuwe:
Joost Stenfert Kroese is plotseling overleden op 87 jarige leeftijd.
Joost is één van de leden die het langst lid is geweest van onze vereniging en één van de oudste in jaren.
‘’Ik heb altijd een warm hart toe gedragen aan de Nederlandse vereniging van Costa Rica.
Ik heb voorzover ik mij herinner geen enkele algemene ledenvergadering gemist behalve door een misverstand de laatst begin februari 2004,
evenmin heb ik de jaarlijkse picnic in maart ooit gemist. 
In deze algemen ledenvergadering heb ik soms scherpe en critische opmerkingen geplaatst, waarbij ik mij vele malen op de artikels van
het huishoudelijk reglement heb beroepen. Ik wil wel benadrukken dat ik steeds grote bewondering heb gehad voor het organiseren en
uitvoeren door de leden van het bestuur van de vereniging van de historische picnic, de tenniswedstrijden, de autoralies en het Oranjefeest. 
Vóór mijn pensioen  (ik ben hier residente pensionado) was ik erkzaam bij de raffinaderij
 de ‘Lago’  in Aruba als juridisch adviseur en vervulde daarbij vele ander functies als jurist
en secretaris van de filmliga Aruba, de Arubbaanse kunstkring en o.a. als voorzitter van de Lago tennisclub’


Een goede vriend van hem, Paul Broekhoven , sprak de volgende woorden bij zijn crematie

Wij allen zijn reizigers op deze aarde, maar Joost was wel een heel ijverige. Hij had ook iets van een vrijbuiter. Hij is voor mij een vriend, die onlosmakelijk is verbonden met de tijd dat mijn gezin en ik op Aruba woonden. Hij en ik hebben van die tijd genoten als van geen andere.

Ik leerde Joost kennen in december 1970 toen ik op Aruba aankwam als substituut-officier van justitie. Joost werkte op Aruba als jurist bij de Lago-raffinaderij in San Nicolas. Wat die functie inhield, kon ik wel bevroeden. Zelf sprak hij er echter nooit over. Joost sprak niet over zichzelf.

Hij was ook rechter-plaatsvervanger in het Gerecht in Eerste Aanleg, zittingsplaats Aruba in Oranjestad en in die functie behandelde hij verkeersstrafzaken. In het verkeer op Aruba gebeurde alles wat Onze Lieve Heer verboden heeft en de verkeers-strafzaken gaven daarvan een getrouw beeld. Als jong substituut-officier van justitie mocht ik op menige zitting het Openbaar Ministerie vertegenwoordigen en dat was iedere keer weer een feest. Joost gedroeg zich op de zitting als een echte magistraat. De toga stond hem goed. Hij zat ontspannen en een beetje onderuit gezakt op de rechtersstoel en straalde gezag, kalmte en welwillendheid uit. Hij had rotsvaste opvattingen over hoe men zich in het verkeer diende te gedragen en wist die aan de verdachte duidelijk te maken. Gevoel voor humor was hem in de vaak bizarre zaken niet vreemd.
Ik kan mij niet herinneren ooit in hoger beroep te zijn gegaan van een van zijn beslissingen.

Joost en Monique woonden in de jaren 70 van de vorige eeuw prachtig in Seroe Colorado. Zij hadden in hun tuin echt gras en binnen airconditioning, maar vooral hadden zij een prachtig uitzicht op de San Nicolas Bay. Voor Monica, mijn vrouw, en mijn toen nog heel jonge kinderen was het, komend uit het hete Oranjestad, een oase daar en wij vonden het heerlijk om bij Joost en Monique te worden uitgenodigd.

In dat eerste jaar op Aruba, 1971, en later van 1974 tot 1978, toen ik terug was als rechter op Aruba na 3 jaar op Curacao gewoond te hebben,hebben Joost en ik samen veel opgetrokken. Het is eigenlijk dankzij Joost dat ik in mijn leven – zij het kort – ook sportief ben geweest.

Wij tennisten samen op de betonnen tennisbanen van de Esso club in Seroe Colorado, waren geen uitblinkers, maar de after-tennis was altijd heel plezierig met veel koele drank en vooral veel gepraat, Joost en ik hebben veel met elkaar gediscussieerd over de zaken van het leven. Dat is in beginsel een rustige bezigheid, waaraan je je in alle veiligheid kunt wijden. Zo niet altijd met Joost.

Wij beoefenden samen nog een andere tak van sport: zeilen. Joost had een Sunfish, een kleine zeilboot met 1 zeil, vlakbij zijn huis liggen op het strand van Rodger’s Beach aan San Nicolas Bay. In die baai was het heerlijk rustig zeilen en onderwijl kon je diepgravende beschouwingen houden over politiek, rechtspraak, het nut van het roken van sigaren en zo meer, wat we ook deden. 
Maar het leven is vol gevaren.

De baai van Rodger’s Beach wordt min of meer afgesloten door een geheel onder water liggend rif. Als je binnen dat rif blijft, is er niets aan de hand. Ga je er over heen dan kom je in de volle Caribbean Sea, vol in alle opzichten, ook met haaien, en waar de wind veel steviger is dan in de baai. Alles bij elkaar niet zo’n geschikte plek voor een klein zeilbootje. Het is ons echter meer dan eens overkomen dat wij in het vuur van onze betogen het rif verwaarloosden en in woelig water terecht kwamen. Zeker drie keer zijn wij daar omgeslagen en het was bepaald niet eenvoudig het bootje weer recht overeind te krijgen en naar veiliger water terug te loodsen. Ik heb daar doodsangsten uitgestaan. 
Joost ook, denk ik, maar dat merkte je niet zo, want hij gaf in die precaire situaties blijk van een grote onverschrokkenheid en wist ons steeds weer veilig aan wal te brengen.

De laatste heldendaad die Joost en ik hebben gepleegd was tijdens het carnaval in 1978, toen wij, indachtig de functie van Joost als verkeersrechter carnavalesk als verkeerslichten vermomd, hebben meegelopen in de grote carnavalsoptocht in Oranjestad. 
Geheel tegen onze aard hebben wij ons urenlang al jumpend op steelband-muziek voortbewogen door de straten van Oranjestad. 
Geen geringe prestatie, die je ook maar 1 keer moet doen.

Nadat ons gezin in augustus 1978 naar Nederland was gerepatrieerd, hebben Joost en ik elkaar maar sporadisch gezien. 
Ik wist ook nooit waar hij was. Misschien in Costa Rica of in Den Haag of in Frankrijk of waar dan ook ter wereld bij zijn kinderen. 
Wel hadden wij soms schriftelijk contact. Dan stuurde hij mij krantenknipsels over zaken die hem interesseerden. 
Of hij belde plotseling op.

Die telefoongesprekken hadden iets eigenaardigs. Joost zei nooit zijn naam, niet op Aruba als hij mij belde, maar ook in latere jaren niet. 
Nu gaf dat niet, omdat hij een zeer markante stem had, die ik uit duizenden zou herkennen. Maar het effect was wel dat het leek alsof hij gewoon doorging met het vorige telefoongesprek van een jaar geleden en zo de indruk wekte dat hij er altijd was, ergens, en je niet was vergeten.

Ik ben Joost ook nooit vergeten en ik ben blij dat Monica en ik enkele maanden geleden nog bij hem en Monique in Den Haag op bezoek zijn geweest. Hij was en is een dierbare vriend. Aan zijn reis over de wereld is nu een einde gekomen.

De dichteres M. Vasalis zegt het zo:

En nu nog maar alleen

het lichaam los te laten

de liefste en de kinderen te laten gaan

alleen nog maar het sterke licht

het rode, zuivere van de late zon

te zien, te volgen – en de eigen weg te gaan.

Het werd, het was, het is gedaan.

Moge Joost in vrede rusten.

 

Cor Teunissen
maart 2010