Nederlanders veroveren Rijke Kust

Artikel in de Revue no 46 12 november 1960

BRALT HOVENGA telde z'n kapitaal: elf centen. Hij staarde naar de munten in zijn rechterhandpalm
en peinsde zwaarmoedig over verleden en toekomst. Hij dacht terug aan zijn geboortestad Groningen,
aan. zjjn zwerftochten over de zeven wereldzeeën als zeeman en aan de barre oorlogsjaren, die hij als
varensman beleefde. Zeker, hij had veel geld verdiend, maar hij had het slijk der aarde met kwistige
 hand uitgegeven. ,Morgen kan ik sterven," wist hij gedurende de oorlogsjaren en daarom was elke
vorm van spaarzaamheid volkomen zinloos.
Maar Bralt Hovenga stierf niet en in 1946 telde hij op een bank in het stadspark van Punta Arenas,
de havenstad van de Centraal-Amerikaanse republiek Costa Rica, zijn schriele kapitaal.
Bralt Hovenga kende Costa Rica uit de  oorlogstijd. Hij en zijn scheepsmaats hadden toen voor de kust
van Costa Rica op haaien gevist.
Van  de haaieningewanden werden de pillen vervaardigd, die de oorlogsvliegers voor de gevreesde
nachtblindheid behoedden.

 Na de oorlog had Bralt toestemming gekregen om zich in Costa Rica te
 vestigen. In 1946 verliet hij het wiebelende scheepsdek  en   probeerde  hij op een bank in het stadspark
 van Punta Arenas zijn honger en armoede te vergeten. De armoede was te verdragen, de honger echter
niet.  Daarom meldde Bralt Hovenga zich als wachtsman voor de Amerikaanse oorlogsbodems in de
haven. Of hij goed verdiende? Geen stuiver kreeg ik, wel overvloedig eten," herinnert de Groninger zich
en " vertelt: Toen de honger verdreven was, begon de armoede me te kwellen.. Ik sloeg de Amerikaanse
rnatrozen daarom ten afscheid op de stevige schouders en trok naar de hoofdstad San José.
Geld verdienen en dan rap naar Amerika om er één van de duizend en één mogelijkheden te grijpen ,
was mijn grote wensdroom. Ik werkte te San José in een kleine worstfabriek, waar bar  slechte worst
werd vervaardigd. Kan ik ook en ik kan het ook nog beter, besliste ik. Daarom kocht ik van mijn
spaarcenten een tweedehands worstmolentje en daarna..."

Zinrijke man

Op het “daarna"   volgt een haast ongelooflijk succesverhaal. Bralt Hovenga draaide vlijtig aan de
slinger van de worstmolen, ventte zijn smakelijke produkt zelf bij de winkeliers uit en spaarde, spaarde.
Hij kocht een elektrische vleesmolen, hij kocht een fabriek, hij trok personeel aan en nu bezit
Bralt de grootste worst- en vleeswarenfabriek in geheel Costa Rica. Twee en dertig mannen bedienen
er de apparatuur, de jaarlijkse omzet van het jonge  bedrijf nadert het aantrekkelijke totaal van een
miljoen gulden. Terwijl Bralt Hovenga tevreden naar zijn eerste worstmolentje staart - het molentje dient
nu als presse-papier op zijn brede bureau - somt hij de prestaties van zijn bedrijf op:
Mijn fabriek fabriceert zeven en twintig ver- schillende soorten vleeswaren, jaarlijks voor een totaal
gewicht van een half miljoen pond: een fikse omzet voor een land met nauwelijks meer dan een half
miljoen inwoners.

En ik koester grootse plannen. Tijdens een studiereis door Amerika leerde ik voedsel in te blikken.
Binnenkort open ik een conserven- fabriek.
Of ik een schuldenlast moet torsen? Nee, zeker niet, er zijn geen schulden en geen aandeelhouders.
Wat kan een zakenman zich nog meer wensen?"

Bralt Hovenga voelt zich in het kleine Costa Rica opperbest tevreden.In 1946 telde hij centen.
Nu, in 1960, vermeldt zijn  bankrekening indrukwekkend aantal nullen. Costa Rica
Betekent “Rijke kust”.  Bralt  Hovenga acht het 'n zinrijke naam!
 

Meer bereiken

In het zon overstraalde   Costa Rica wonen slechts vijftig Nederlanders, die zich in het vaderland
ergerden aan de belastingen of aan de nooit aflatende vraag naar diploma’s  of aan de ver doorgevoerde
administratieve rompslomp of aan het slechte weer.

Er zijn talloze mogelbkheden, die een man ertoe kunnen bewegen te emigreren en zijn geluk te zoeken
achter verre horizonten. De emigranten zijn niet de slechtsten van  ons volk, veelal vortnen zij taaie
dóórzetters, onverzettelijke lieden, die slechts één levensdoel nastreven: slagen.

Theo Morsink,  47 jaar geleden in Amersfoort geboren, is één van hen. Hij bemande als steward de
luchtschepen van de K.L.M., die van de thuishaven naar de Zuidamerikaanse landen koersten.
In 1952 diende hij bij de K.L.M. zijn ontslagbrief in. Theo Morsink verwisselde de zekerheid van een
vaste, redelijk gehonoreerde baan voor de verwezenlijking van zijn ideaal: hij opende in de bergen van
Costa Rica een klein pension. Zijn Amerikaanse vrouw  steunde hem. Of Theo er tevreden mee was?
Is een dóórzetter ooit tevreden? Nee, hij wil  méér bereiken. Kon ik maar een bar openen….”
was de verzuchting van Theo Morsink tijdens een gesprek met de bij hem logerende steward Ben
Demmer uit Zwolle. Ben Demmer knikte geestdriftig, stelde eveneens zijn ontslagaanvrage op, voegde
zijn spaarduiten bij het kapitaaltje van Theo Morsink en opende met zijn vriend in San José de nachtclub
“Chez Marcel". De bar vulde zich met stemmige muziekklanken, de drankjes waren koel en verfrissend
als dauwdruppels en de bezoekers schreven lovende zinnen over sfeer en bediening in het gastenboek.

Uitheemse spijzen

Morsink en Demmer hielden vele zakelijke gesprekken. Nee, zij spraken niet alleen zelfgenoegzaam
over hun durfde onderneming. Ze waren tevreden, natuurlijk, maar doorzetters willen  immers méér.
Daarom spraken de zakenvrienden over een …..eigen hotel. En wat denkt u? ja het hotel prijkt nu in het
hart van San José. Het telt vijf verdiepingen, zes en dertig kamers, zeventig bedden, dertig man personeel.
De nachtclub werd verkocht en het genoeglijk pension in de bergen werd gesloten.
Denk niet dat de nieuwbakken hoteliers bnu een gezapig, rustig leventje kunnen leiden. Hun werkdag
Begint bij het schemeren van de ochtend  en eindigt in de donkerte van de avond. Ben Demmer is
Verantwoordelijk voor de keuken. Het is hem toevertrouwd; Hij beleefde zijn jeugdjaren in een
Nederlands hotel als zoon van de hotelier en de keukengeheimen zijn  voor hem géén geheimen.
De rijkaards van San José bezetten avond na  avond de stoelen in het restaurant van hotel “Royal Dutch"
om te genieten van de spijzen, die een Nederlandse chef-kok en diens Zwitserse assistant met zorg
bereiden.

Eenmaal per week verwelkomen de Nederlanders de president van de republiek en diens gezinsleden.
De eerste burger van Costa Rica wil dan de zijnen verwennen met een verfijnd diner. Zij kunnen
desgewenst zéér uitheemse spijzen bestellen: haché of erwtensoep.
Het is een merkwaardige gedachte dat juist deze wintergerechten het  restaurant beroemd hebben
helpen maken!

Ergeren de Costa-Ricanen zich aan het succes van de Nederlanders? Welnee, de inwoners van de
republiek houden van een gemakkelijk levenstempo, zij gunnen de harde werkers  hun successen.
Vermoeid- heid"   is  voor  veel  Costa-Ricanen een afschuwelijke  toestand, die daarom zo    veel
mogelijk vermeden moet worden. De doorzetters zijn ook verzekerd van een mild politiek klimaat,
de knal van een geweer is in Costa Rica zeldzaam, men telt er meer  scholen dan politieagenten,
aan een eigen leger heeft de republiek niet de minste behoefte.
 

Het leven is er vredig, de  zon schijnt, de mensen zijn vrolijk,  de  nabuurlanden zijn de kleine
republiek  vriendelijk gezind.  Waarom  zou men dan een kostbaar leger onderhouden.
En waarom zou men veel politie-agenten   opleiden?  Scholen zijn  immers belangrijker!
In zo'n land is het voor doorzetters als Theo Morsink en Ben Demmer goed werken.
Hun activiteiten  beperken zich overigens niet alleen tot hun trotse hotel, zij verzorgen ook de
staatsdiners in het  regeringsgebouw te San José en voorzien de op het vliegveld van deze  stad
neerstrijkende vliegtuigen   van de K.L.M. en de Taca International Airlines van proviand,  vers
voedsel en gekoelde dranken.

In de bergen, rond Morsinks  vroegere pension bezitten zij een grote, geurende rozentuin.
Er werken vier tuinlieden en de door hen verzorgde rozenschat  wordt   afgeleverd  aan  de
bloemenwinkeliers in San José.

Succes beheerst ook het levenspatroon van andere  Nederlanders in Costa Rica. Een vroegere chef
van de public relations afdeling van een grote benzinemaatschappij boekte voor 'n Friese firma in de
noordelijk van Costa Rica gegroepeerde landen Nicaragua en El Salvador de orders tot het bouwen
van melkfabrieken. Hij verdiende er fiks geld mee en  kan nu prat gaan op het rijke bezit van enkele.                  koffieplantages. En deze prestatie leverde hij... na door de benzinemaatschappij gepensioneerd te zijn.

Anderen verkopen in de republiek en haar nabuurstaten Nederlandse kunstmest of  huishoudelijke
artikelen van plastic of speelgoed. Allen kweken een indrukwekkende bankrekening. Allen?
Toch niet, alleen de onverzettelijken slagen.  Honderden emigranten keren bitter teleurgesteld terug
 naar de hun zo vertrouwde lage landen bij de zee.

Hun emigratie beschouwen zij als een kwalijk avontuur,dat nooit meer herhaals zal worden.
Wellicht wekt dit verhaal over Bralt Hovenga en de vrienden Theo Morsink en Ben Demmer bij U een
vaag verlangen naar het grote avontuurbuiten de eigen landsgrenzen, naar succes, naar een bankrekening,
een auto, een huis, een plantage, een hotel, een fabriek. Het is een begrijpelijk verlangen.
Maar denk erom: het succes is alleen weggelegd voor de dóórzetters.
 
 

Jimmy : het beroemde vleesmolentje in 1960       Jimmy : Hier maken ze dus de worsten          

       Jimmy  Worstmolentje en worstfabriek

Hotel Royal Dutch: Gitarist Ortiz Medina, Wim Buisman, Ben Demmer en Theo Morsink     Catering voor de KLM       Mevr. Morsink in de rozentuin met tuinman Villalobos

Lobby eerste Hotel Royal Dutch                 Catering bus voor KLM                                mevr Morsink in rozentuin 
  

Cor Teunissen
3 augustus 2000